Dodelijke omhelzing van Blair en zijn Chancellor

Rivaliteit tussen de Britse premier Tony Blair en zijn minister van Financiën Gordon Brown bereikt een hoogtepunt in hun verschil van mening over Britse deelname aan de euro.

Het is een politiek feuilleton met Downing Street als decor en het zou Neighbours kunnen heten, net als die andere eeuwigdurende soap. De ene hoofdpersoon houdt kantoor op nummer 10. De andere is Gordon Brown, Tony Blairs minister van Financiën, van nummer 11.

Dat ze er wonen, danken ze aan elkaar. Beide mannen dwongen de onverkiesbare Labourpartij ruim tien jaar geleden tot de revolutionaire ruk naar het midden die haar nu twee riante overwinningen heeft opgeleverd. Maar de premier en de Chancellor houden elkaar ook in een dodelijke omhelzing.

Premier Blair drukt zijn `agenda van het midden' thuis door en wil zijn land een rol geven in het hart van Europa. Britse deelname aan de euro is daartoe een voorwaarde. Brown heeft zich daarentegen ontpopt als een euroscepticus en dwarsboomt steeds vaker Blairs hervormingen thuis. Hun rivaliteit bereikt nu een nieuw hoogtepunt, in de aanloop naar 9 juni, wanneer de regering in het parlement bekend moet maken of deelname aan de euro economisch zin heeft, en zo ja, wanneer de Britten rekening moeten houden met een referendum.

Voor Blair is de nieuwe munt bijzaak in zijn grotere project: een streep zetten onder decennia weifelen over Europa, zoals de Britten het continent koppig blijven noemen.

In de woorden van Philip Stephens, Financial Times-commentator en auteur van een boek over het pond als politieke voetbal: ,,De uitkomst van de strijd beslist of Groot-Brittannië de realiteit onderkent die het al een halve eeuw ontwijkt: dat het net als Frankrijk en Duitsland, Italië en Spanje, een Europees land is.''

Browns ultieme inzet is een beter huisnummer. Tien jaar geleden sloten beide mannen in Granita, een postmodern Italiaans restaurant, een akkoord. Brown zou een stap terugdoen om Blair als partijleider uitzicht te geven op het premierschap. Maar na twee termijnen zou Blair plaatsmaken voor zijn rivaal. Die tijd is nu aangebroken, vindt Brown, die al heel lang niet meer intiem tafelt met zijn buurman. Zijn veto over de euro is zijn ultieme troef.

Hoe hun worsteling uitpakt, is afwachten. Blair heeft ongekende macht. Zijn `presidentiële' regeringsmachine stelt hem in staat op cruciale momenten zijn partij rechts te passeren, zoals over de oorlog tegen Irak. Maar op de morrende backbenches en onder Labourkiezers in het land is zijn gezag geringer. Juist daar is Brown populair. In Robin Cook, Peter Mandelson en Stephen Byers, die om verschillende redenen uit de regering verdwenen, verloor Blair zijn belangrijkste eurofiele medestanders in het kabinet. En dan zijn er nog de peilingen. Zo'n 45 procent van de Britten zou nu `zeker nee' stemmen tegen de euro, bleek gisteren. Het aantal `kneedbare twijfelaars', waarvan hij het moet hebben, is daarmee sterk afgenomen. Het is onwaarschijnlijk dat Blair onder die omstandigheden nu een referendum durft uit te schrijven.

Brown draagt zijn buurman, Europa en de euro geen kwaad hart toe, wordt hij dezer dagen niet moe te zeggen. Maar een Britse instap kan pas als de economische voorwaarden die hij daarvoor heeft bedacht kloppen. Zoals: is de euro voldoende schokbestendig? Loopt de Britse economie voldoende in de pas met de eurozone? En betekent de euro meer werkgelegenheid en investeringen? De zogeheten five tests zijn tijdens Labours eerste termijn opgesteld, met goedkeuring van Blair, om te voorkomen dat de Conservatieven de euro als politieke controverse konden uitbuiten. Maar hoe hard en nuttig ze zijn, wordt sindsdien betwijfeld. Mervyn King, de nieuwe directeur van de Bank of England (BoE), de Britse centrale bank, heeft al gezegd dat pas achteraf kan worden vastgesteld of deelname aan de euro gerechtvaardigd was, en bovendien pas na een jaar of twintig. In werkelijkheid is er daarom maar één test: wil de regering de euro of niet?

Op 9 juni zal Brown vermoedelijk iets zeggen tussen `nee, tenzij' en `ja, maar nu nog niet', een exacte weerspiegeling van de impasse tussen B&B. Blairs medestanders blijven Brown ervan verdenken dat hij de vijf tests gebruikt om een instap eindeloos te kunnen uitstellen – in elk geval tot hij premier is. Zo heeft Blair zich ,,buitenspel laten zetten door de politiek geobsedeerde Chancellor'', zei Peter Mandelson gisteren. Als het land buiten de euro blijft, moet het volgens hem een ,,onmetelijke prijs'' betalen.

Hij was de zoveelste eurofiel die zijn frustratie de vrije loop liet over het vermoedelijke uitblijven van een referendum tot na de verkiezingen van 2005. Chris Patten, de Britse Europees Commissaris, deed vorige week nog een wanhoopspoging de premier wakker te schudden. ,,Blair schaadt zijn statuur door zijn bereidheid méér risico's te nemen voor verwezenlijking van de doelen van een Amerikaanse president, dan voor die van zijn eigen visie van de Britse lotsbestemming [in Europa]'', zei Patten.

Een groep van 25 industriëlen, onder wie de chefs van Vodafone, BP en British Airways, waarschuwden Blair dat uitstel zou leiden tot grote schade door het uitblijven van buitenlandse investeringen. Simon Buckby, directeur van Britain in Europe, de belangrijkste euro-lobbygroep, dreigde zelfs zijn kraam te sluiten als Brown zijn zin krijgt.

Intussen slaan de Conservatieven munt uit de burenruzie. Met steun van de serieus-conservatieve Daily Telegraph en de populistische Sun voeren ze campagne voor liefst twee referenda. Eén over de euro, dat Blair waarschijnlijk zou verliezen als het nu wordt gehouden. En het andere over de voorstellen voor een Europese grondwet uit de koker van Valéry Giscard d'Estaing, die volgens de Tories neerkomen op een overwinning van de gehate Europese superstaat. ,,1588: Armada verslagen, 1805: Napoleon verslagen; 1940: Duitsers weggejaagd'', kopte The Sun vorige week. ,,2003: Blair levert het land uit aan Europa.''

Blair haat zulke vooroordelen en weet hoe diep ze zijn geworteld. Door het open debat over de euro opnieuw uit te stellen ontzegt hij zichzelf de mogelijkheid ze effectief te bestrijden. Maar als hij zijn `Europese visie' ooit wil verwezenlijken, moet hij hoe dan ook eerst die burenruzie oplossen. Goedschiks of kwaadschiks.