De korte lijn van het Grand Design

Over een week of twee wordt D-day weer herdacht, 6 juni 1944, het begin van de invasie. Terwijl het Rode Leger in het oosten oprukt, zal er na de landingen in West-Europa nog bijna een jaar worden gevochten voor de nazi's zijn verslagen.

Dan begint de wederopbouw. Hoe lang heeft die geduurd? Het hangt ervan af welke maatstaven we aanleggen. Een geordende maatschappij, waarin de openbare diensten min of meer normaal werkten, was er in de bevrijde landen al na een paar maanden. Daarna heeft het jaren geduurd voor er iets was ontstaan dat in de verte begon te lijken op de samenleving waaraan we nu gewend zijn.

Dat is dan te danken aan de vrijwel continue economische groei. De grondslag daarvoor is het Marshallplan. De voorwaarden voor het succes waren al aanwezig: de westerse democratie met al haar organisaties, het hoge opleidingsniveau van de bevolking, alle infrastructuur en het westerse arbeidsethos.

Daarvan is in die tijd door de politici en staatslieden die bij de wederopbouw de leiding hadden, Amerikanen en Europenanen, eendrachtig een voorbeeldig gebruik gemaakt. Grofweg gezegd is in vijf jaar wederopbouw van West-Europa, met de daarin als bondgenoot opgenomen West-Duitse Bondsrepubliek, de grondslag gelegd voor de goede afloop van de Koude Oorlog; en voor de democratische maatschappij waarvan we nu nog plezier hebben.

Valt dit alles enigszins te vergelijken met wat de Verenigde Staten nu in het Midden-Oosten ondernemen? Gemeten naar de omvang van de plannen van deze regering wel. Nog voor de elfde september circuleerden onder de neoconservatieve denkers in Washington plannen om Saddam Hussein te verwijderen. Daarmee zou dan een begin zijn gemaakt met de zuivering van de hele regio.

Toen kwam de grote aanslag. Het internationaal terrorisme werd de oorlog verklaard, Afghanistan was eerst aan de beurt, en vervolgens werd Saddam opnieuw in het vizier genomen. Of de oorlog tegen Irak `wenselijk' was, of `verstandig', is een andere vraag. Het is een Europese illusie dat de oorlog vermeden had kunnen worden. Dat de Fransen en Belgen en misschien ook de Duitsers zo lang aan de illusie hebben vastgehouden, bewijst dat ze van dit neoconservatieve denken nog niet voldoende op de hoogte waren. Of niet beseften dat de verwijdering van Saddam onderdeel was van het grand design.

Om de oorlog te kunnen beoordelen naar de maatstaven van de Amerikanen zelf, moeten we hem dus zien als onderdeel van dit grote geheel. Of er nog al dan niet massavernietigingswapens verstopt zijn, is van secundair belang. De vraag is of, na het verslaan van de Talibaan en de bevrijding van Irak (twee grote, militair succesvolle operaties), vorderingen zijn gemaakt met de consolidatie, met de wederopbouw volgens de regels van de moderne democratische ordening zoals Washington zich die voorstelt.

De berichten zijn niet onverdeeld gunstig. In Afghanistan zijn de particuliere krijgsheren weer onderling aan de slag. In Kabul, melden waarnemers van de Human Rights Watch, worden weerspannige politici door personeel van de machtshebbers gemarteld, en journalisten die iets hebben geschreven dat de overheid onwelgevallig is, krijgen nog een laatste waarschuwing voor ze worden doorzeefd. In Bagdad hebben stadsdelen geen elektriciteit en stromend water. Ziekenhuizen hebben gebrek aan alles wat dokters nodig hebben. Er wordt nog steeds geplunderd, beroofd, enz. In beide bevrijde landen – we herinneren ons de juichende massa's – laat de toestand zoveel te wensen over, dat je je afvraagt hoe het verder moet met de grand design.

Is het onbillijk, nu al grote resultaten te verlangen, als de onderneming waaraan de Amerikanen zijn begonnen, oneindig veel moeilijker is dan de opgave waarvoor het Westen na de Tweede Wereldoorlog stond? Ja, natuurlijk is dat niet rechtvaardig, of zelfs onzin. Als het toen in West-Europa vijf jaar heeft geduurd, dan moeten we voor het oneindig veel ingewikkelder complex van vraagstukken dat we het Midden-Oosten noemen, met misschien wel vijftien jaar rekening houden. Maar daar gaat het niet om. Het is niet zo gesteld dat in Europa nu verwacht wordt dat na Afghanistan en Irak de regio in een betrekkelijke vloek en een zucht tot een gebied van passabele democratieën zal worden omgesmeed. Het begint er juist meer en meer op te lijken dat dit de Amerikaanse illusie is. En hier groeit het wantrouwen tegen de Amerikaanse methoden, het kennelijke ongeduld waarmee het Iraakse complex, of de chaos, wordt behandeld; en tegen de snel verflauwende belangstelling als deze vorm van politieke pressure cooking niet tot de beloofde resultaten leidt (zoals in Afghanistan).

Er zijn tekenen van een wanverhouding: tussen de omvang van de nieuwe Amerikaanse ambities in het Midden-Oosten, de snelheid en de hardheid waarmee de regering-Bush in eerste aanleg haar plannen wil verwezenlijken, en, als dan de gegeven werkelijkheid niet meewerkt, de voortvarendheid die ze aan de dag legt om het volgende probleem groots aan te pakken, waarbij de smeulende resten van het vorige snel op de achtergrond raken. Dit alles voltrekt zich dan met uitsluiting van de potentiële bondgenoten, internationale organisaties, de Verenigde Naties, die bij de snelle aanpak alleen maar in de weg lopen.

De neoconservatieve denker Robert Kagan heeft in zijn Of Paradise and Power een nieuwe arbeidsverdeling voor het Westen voorgesteld. De Amerikanen staan aan het fornuis te koken, de Europeanen doen de afwas. Beeldspraak moet je nooit te ver drijven, maar het ligt voor de hand je af te vragen of de koks wel het goede kookboek hebben.