Atjeh als test

VIJFHONDERD JAAR was Atjeh, de Noord-Sumatraanse punt van Indonesië, een onafhankelijk islamitisch vorstendom. Door een slim verworven pepermonopolie had het lang internationale status. Na 1800 is het tobben geweest met deze opstandige provincie, eerst onder de koloniale overheerser Nederland, later onder het centrale gezag in Jakarta. Van de Nederlandse militairen Köhler en Van Heutsz tot de diverse Indonesische presidenten: de separatisten in Atjeh bleven zich roeren – tot op de dag van vandaag. Nu is het Indonesische leger met veel machtsvertoon de provincie binnengetrokken, na het mislukken van gesprekken tussen een regeringsdelegatie en een afvaardiging van de Beweging Vrij Atjeh. Sinds zondagnacht geldt de noodtoestand. Bij gevechten zijn inmiddels tientallen doden gevallen.

Daarmee wordt het zoveelste hoofdstuk bijgeschreven van de bloedige geschiedenis der Atjeeërs. Een paar jaar was het betrekkelijk rustig door een autonomie-akkoord uit 2001, dat overigens door de ondertekenaars verschillend werd uitgelegd. Het is niet voor het eerst dat het Indonesische leger massaal in dit buitengewest optreedt. Van 1989 tot 1998 woedde tussen de Beweging Vrij Atjeh en speciale legereenheden een bijna-oorlog die vooral veel burgerslachtoffers eiste. Jakarta zal nooit toestaan dat Atjeh onafhankelijk wordt. De streek is economisch te belangrijk door de gaswinning. Politiek-strategisch zouden vergaande concessies voor afzondering een signaal zijn aan andere Indonesische gebieden met onafhankelijkheidsambities. Geen president die zich dit kan veroorloven.

Het zou te ver gaan de Beweging Vrij Atjeh af te schilderen als een groep nobele vrijheidsstrijders. Zoals veel separatistische bewegingen in de wereld trekt ook deze groepering opportunisten, smokkelaars en gauwdieven aan. De Beweging Vrij Atjeh streeft naast onafhankelijkheid een paar prozaïscher doelen na: afpersing, drugshandel, ontvoering. Het grootste deel van de bevolking wil met rust worden gelaten, zowel door de rebellen als door het leger. Wat nu dreigt te gebeuren is een herhaling van eerdere strijd: tienduizenden militairen jagen door excessief geweld de burgerbevolking de kant op van een kliek wier eigenbelang boven alles gaat en waarvan weinig heil te verwachten is. Het voorspelbare resultaat is moord, doodslag en welvaartsverlies.

Het vergt een wijs en krachtig president om dit historische dilemma aan te pakken. Megawati Sukarnoputri heeft nog niet aangetoond dat zij over die eigenschappen beschikt. Sterker, ze heeft diverse kansen laten liggen om zich als verstandig bestuurder te profileren. Haar problemen zijn zo immens als haar rijk groot is. Onrust en onafhankelijkheidsstrijd in het verre Papoea; een smeulende geloofsoorlog tussen moslims en christenen op de Molukken; landelijke dreiging van moslimfundamentalisme en daaruit voortvloeiend terrorisme; en nu dus de militaire interventie in het rebellerende Atjeh. Ziedaar Indonesië aan het begin van de 21ste eeuw, zwak geleid en bijna bezwijkend onder een last van oude en nieuwe kwesties. Over Megawati's schouder kijken de generaals mee. In Atjeh komt veel samen dat een beroep doet op haar bestuurlijke en politieke vermogens. Conflictbestrijding hier zal bepalend zijn voor problemen elders – en voor de voortzetting van haar presidentschap.