Wraak en boete

Rechters in New York buigen zich dezer dagen over aanklachten tegen multinationale ondernemingen die van het apartheidsregime zouden hebben geprofiteerd. Namens de slachtoffers van de apartheid eisen advocaten honderd miljard dollar aan schadeloosstelling. Maar de rechtszaken roepen in Zuid-Afrika vragen op. ,,Misschien schieten wij ons doel voorbij.''

Tjokvol zit de methodistenkerk in het centrum van Johannesburg op de twaalfde van de elfde vorig jaar. Er wordt gezongen. Op de houten kerkbanken deinen grote zwarte vrouwen, getooid met mutsen, mee op de melodie – als roeiboten op volle zee. Sommigen huilen en houden elkaars hand vast. Als in de donkere dagen van de apartheid toen de kerken de schaarse, veilige toevluchtsoorden tegen de oproerpolitie waren.

De samenkomst is het begin van de definitieve afrekening met het apartheidsregime, zo belooft de ene na de andere spreker op de kansel. Niet met de bedenkers van de rassenscheiding, zoals de Malans, de Verwoerds, de Botha's. Niet met de uitvoerders, zoals de geheime agenten, het leger, de politie. Maar met de geldschieters, de financiers, de multinationale ondernemingen die het onderdrukkingsapparaat zo lang instand hebben gehouden.

Sprekers namens de actiegroepen Khulumani en Jubilee 2000 maken bekend dat ze de dag ervoor bij een rechtbank in New York een aanklacht tegen de ondernemingen hebben ingediend. Zij eisen schadeloosstelling voor de slachtoffers van de apartheid. Op hun aanklacht staan de namen van de multinationale bedrijven die, ondanks de sancties van de Verenigde Naties, zaken waren blijven doen met het apartheidsregime. Autofabrikanten als DaimlerChrysler, General Motors, Ford. Banken als Barclays, Deutsche Bank, Credit Suisse, UBS. Computerfabrikant IBM. Energiebedrijven als Total, BP, Shell. Ook tegen Zuid-Afrikaanse mijnbedrijven als Anglo American en Goldfields is een aanklacht ingediend. Allemaal hadden zij geprofiteerd van de onderdrukking van iedereen die in Zuid-Afrika niet blank genoeg was, zeggen de sprekers. Uit de kerkbanken klinkt een voldaan applaus op.

Een paar maanden eerder waren dezelfde ondernemingen ook al aangeklaagd – door de Amerikaanse advocaat Ed Fagan, bekend van de overwinning op de Zwitserse banken die zich tijdens nazi-Duitsland aan joodse tegoeden hadden verrijkt. Wat hij voor de joodse nabestaanden (1,25 miljard dollar) had geregeld, zou hij ook voor tienduizenden slachtoffers van de apartheid kunnen bewerkstelligen. Alles wat zij moesten doen, was bellen met een gratis telefoonnummer, had hij gezegd. Dan zou het geld vanzelf komen. Fagan eist dit keer 100 miljard dollar aan schadeloosstelling.

De komende weken zal blijken of het team van Fagan en de advocaten van Khulamani en Jubili kunnen waarmaken wat zij hun cliënten hebben beloofd. Gisteren heeft Ed Fagan zijn eerste bewijslast laten zien, voor een andere rechtbank in New York. Aan het eind van deze maand buigt hun rechtbank zich over de zaak van Khulumani en Jubilee.

Nog voor het juridische steekspel in New York van start is gegaan, is in Zuid-Afrika twijfel gerezen over het initiatief van de twee groepen. Namens welke slachtoffers van de apartheid spreken zij eigenlijk? Zowel Fagan als Khulumani en Jubilee hebben het over 20 tot 30 duizend slachtoffers. Volgens de Zuid-Afrikaanse advocaat John Ngcebetsha van het team van Fagan zijn dat de Zuid-Afrikanen die in de afgelopen maanden hebben gebeld of geschreven. Zelfbenoemde slachtoffers van de apartheid?

Khulumani en Jubilee zeggen op te komen namens de slachtoffers die tussen 1995 en 1998 zijn verhoord door de Commissie voor Waarheid en Verzoening. Dat zijn de 20.000 Zuid-Afrikanen die de commissie vertelden over hun vermoorde zonen en verdwenen vaders. Hun namen staan opgesomd in het eindrapport van de Waarheidscommissie. Ze zouden financiële steun nodig hebben, omdat de kostwinner is weggevallen of omdat ze de psychische hulp niet kunnen betalen. Maar niet alle slachtoffers die op de twaalfde van de elfde naar de methodistenkerk kwamen, waren zo ondubbelzinnig in hun klachten. Voor de camera's deden zij die dag hun verhaal. Over de dochter die, dertien jaar oud, tijdens de rellen in de townships in 1986 werd geraakt door een verdwaalde kogel. ,,Wij lijden nog steeds'', vertelde haar moeder. ,,We hebben geen geld om de simpele dingen te betalen.'' Van wie wilde ze dan geld zien? Van de regering? ,,Ja''. Of van de bedrijven? ,,Ja.''

De rechtszaken in Amerika geven in de townships hoop op de verandering die met het einde van de apartheid niet is gekomen. De soldaten en politieagenten in hun pantserwagens komen niet meer. Maar de armoe is gebleven. De University of the Western Cape publiceerde vorige week een onderzoek waaruit blijkt

dat tussen 1995 en 2000 zwarte huishoudens er 19 procent op achteruit zijn gegaan. Blanken gingen er 15 procent op vooruit.

De vraag die beide advocatenteams aan de Amerikaanse rechter hebben voorgelegd is een fundamentele vraag. Kun je de multinationale bedrijven alsnog laten opdraaien voor de wederopbouw van de ruïnes die een repressieve regering in een maatschappij heeft achtergelaten? Want natuurlijk heeft geen van de managers van de aangeklaagde bedrijven zelf de wapenstok in handen genomen, de bombrief gepost, de bordjes voor `slegs-blankes' opgeplakt, de kogels afgevuurd. Maar iemand leverde de brandstof voor de pantserwagens waarmee de kogels op de townships werden afgeschoten. Iemand leverde de computers waarop de pasjes werden ontworpen die bepaalden of je het centrum van Johannesburg na kantooruren wel of niet in mocht. Iemand leende het geld voor de militaire operaties. Iemand hield het licht aan.

Je zou het on-Zuid-Afrikaans kunnen noemen om de schuldvraag zo hard te stellen. Schuld en boete zijn in Zuid-Afrika onderhandelbaar. De Nationale Partij liet begin jaren negentig de macht pas schieten toen zeker was dat er na de eerste vrije verkiezingen geen bijltjesdag zou komen. Een van de belangrijkste resultaten van de onderhandelingen met het Afrikaans Nationaal Congres van Mandela was de instelling van de Waarheidscommissie. De commissie diende als een soort wasmachine: de verantwoordelijken voor de apartheid hoefden hun misdaden maar te bekennen en ze waren van alle blaam gezuiverd. Dat je daarmee alle daders een vrijgeleide geeft, zelfs degenen die hun schuld niet willen bekennen, is een gegeven waarmee Zuid-Afrika negen jaar na de komst van de democratie heeft leren leven. Dat president P.W. Botha en de meeste van zijn legergeneraals hun verhaal nooit hebben willen doen, is jammer, maar er is niets aan te doen. Vervolging zou het land meer kosten dan wat wraak kan opbrengen, is de houding van de regering van president Thabo Mbeki.

En zo is ook Mbeki's standpunt over de rechtszaken in Amerika. Tijdens een parlementsdebat over het eindrapport van de Waarheidscommissie op 15 april reageerde hij fel en noemde hij de rechtsvervolging `onacceptabel'. ,,Zaken die ons zo aan het hart gaan, horen niet thuis in buitenlandse rechtbanken.'' In hetzelfde debat veegde hij ook het voorstel van de Waarheidscommissie van tafel om het zakenleven te laten meebetalen aan de compensatie van de 20.000 slachtoffers die ze had gehoord. Volgens de commissie hadden de meeste bedrijven aan de apartheid goed verdiend, dankzij de lage lonen en niet-bestaande wetten ter bescherming van zwarte en gekleurde werknemers. Mbeki vond het voorstel `waardeloos'. Er zou een eenmalige uitbetaling van 30.000 rand (3.600 euro) aan alle slachtoffers door de regering worden gedaan. Daarmee was de kous af.

De felheid van de anders zo diplomatieke Mbeki was opvallend. Hij mag zichzelf evenzeer slachtoffer van de apartheid noemen als de 20 tot 30 duizend Zuid-Afrikanen die met het gratis telefoonnummer van Fagan hebben gebeld of Fagan geschreven. Door de apartheid verloor hij zijn broer, moest zijn vader een kwart eeuw achter de tralies, hij zelf op de vlucht. Maar ook in dit geval vreest hij dat vervolging het land meer zal kosten dan de wraak zal opbrengen. De bedrijven die door de advocaten in Amerika zijn aangeklaagd zijn steunpilaren van Mbeki's economische beleid.

Anglo American, waarvan Fagan nu in Amerika 6,1 miljard dollar aan schadeloosstelling eist voor `onrechtvaardige verrijking onder de apartheid', geeft 1,2 miljard euro steun aan nieuwe, zwarte bedrijven. Bovendien: Anglo zal de komende jaren 3,6 miljard euro extra moeten betalen wegens de nieuwe wet die alle mijnbouwbedrijven verplicht tussen 2 tot 8 procent belasting te betalen op de inkomsten van steenkool, goud, platina en diamanten. Ten slotte: Anglo is ook voorloper in de bestrijding van de aidsepidemie, die naar schatting een kwart van zijn personeel heeft getroffen. Anglo verstrekt de medicijnen die de regering-Mbeki tot op de dag van vandaag niet wil geven, omdat die te duur en te gevaarlijk zouden zijn.

Vice-president Michael Spicer van Anglo American noemt dat in zijn kantoor in Johannesburg een `constructief antwoord' op de armoe in de krottenwijken. Een antwoord dat de rechtszaken niet kunnen geven. ,,De gedachte dat je met één pot geld alle problemen van Zuid-Afrika kunt oplossen, lijkt me erg oppervlakkig'', zegt hij. ,,Welke bedrag ze ook los krijgen, het is hoe dan ook een belediging voor de slachtoffers.'' Spicer ontkent dat Anglo American profiteur is van de apartheid. ,,Wij zijn even goed slachtoffer.'' Was de apartheid er niet geweest, dan had Anglo het pad van overnames al begin jaren tachtig kunnen inslaan, zoals de concurrenten deden. ,,Het internationaal isolement onder de apartheid heeft onze groei juist belemmerd.''

Het is juist dat argument dat schadeadvocaten als Richard Spoor van het Legal Resource Centre in Pretoria ziedend maakt. Hij noemt bedrijven als Anglo `criminelen en moordenaars'. Met overslaande stem somt hij de systematische uitbuiting op waaraan veel Zuid-Afrikaanse bedrijven zich schuldig zouden hebben gemaakt. De verdrijving van zwarte Zuid-Afrikanen naar onvruchtbare gronden, zodat zij wel in mijnen of fabrieken moesten werken om te kunnen overleven. De lage lonen. De onmenselijke werkomstandigheden. ,,Naar schatting 200.000 mijnwerkers lopen met longziekten rond, omdat nooit iemand zich heeft druk gemaakt over stofafzuiging. Als je tijdens de apartheid niet levend de mijn uitkwam, werd je familie met een paar honderd rand afgescheept. De mijnindustrie ging het al die jaren maar om één ding: winst maken tegen elke prijs.''

En daar wringt het probleem dat trouwens ook Spoor met de rechtszaken in Amerika heeft. De Zuid-Afrikaan die direct slachtoffer was van slecht personeelsbeleid onder de apartheid wordt niet in New York vertegenwoordigd, zegt hij. Net zo min als de werkers uit Lesotho, Mozambique, Zimbabwe of andere Afrikaanse landen waar de mijnindustrie al decennia haar personeel vandaan haalt. Dat is ook een van de redenen waarom de anders strijdlustige vakbonden in Zuid-Afrika tot nu toe muisstil over de rechtszaken in Amerika zijn.

De twijfel en vragen in Zuid-Afrika hebben Fagan en zijn team niet afgeremd. De lijst van ondernemingen en banken die hij aanklaagt is in de afgelopen maanden zo lang geworden, dat John Ngcebetsha van Fagans team uit zijn hoofd ,,ook niet weet hoeveel het er nu precies zijn''.

Bij de vertegenwoordigers van Khulumani en Jubilee heeft wel de twijfel toegeslagen. ,,De rechtszaken zouden een laatste middel moeten zijn'', zei de aartsbisschop van Kaapstad, Njongonkulu Ndungane, afgelopen week. Hij is een van Khulumani's belangrijkste lobbyisten voor schadevergoeding. ,,Als we onze vieze was te drogen hangen in internationale fora, schieten we misschien ons doel voorbij. Het is absoluut noodzakelijk dat alle partijen nu aan de onderhandelingstafel komen zitten.'' Omdat praten nu eenmaal beter in de geest van post-apartheid past, dan wraak en boete.