Vrouwen en mannen zien elkaar verkeerd

Om de emancipatie te laten slagen moeten vrouwen én mannen de stereotiepe beeldvorming die ze ten opzichte van elkaar koesteren, overwinnen, meent Christel Kohlmann.

Ook mannen hebben te maken met achterstanden, zo stellen Theo Richel en Joep Zander (NRC Handelsblad, 10 mei). De door hen aangehaalde achterstanden van mannen beperken zich tot het private domein. Mannen leven korter, krijgen na een scheiding bijna nooit de kinderen toegewezen, worden alleen maar gezien als daders en niet als slachtoffers van geweld achter de voordeur. Ze creëren het beeld van zielige mannen die onder druk staan om meer zorg op zich te nemen en gevangen zitten in een huwelijk.

Overigens valt over de juistheid van de informatie die Richel en Zander presenteren als feitelijk, te twisten. De redenering bijvoorbeeld dat mannen die meer gaan zorgen een groter risico lopen op echtscheiding is niet te volgen en niet te staven. En de bewering dat er geen enkele aandacht is voor de mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld, terwijl uit onderzoek blijkt dat deze groep qua omvang net zo groot is als de groep vrouwelijke slachtoffers, moet ook worden genuanceerd. Uit onderzoek van Intomart blijkt inderdaad dat jeugdigen in de leeftijd van 10 tot 25 jaar het meeste risico lopen op huiselijk geweld. Mannen en jongens dus net zo goed als vrouwen en meiden. Maar het geweld tegen vrouwen komt vaker voor, duurt langer en heeft vaker lichamelijk letsel tot resultaat. Bovendien is 80 procent van de daders man.

Ook het verwijt dat volgens E-Quality alle gezinnen eenoudergezinnen zijn, slaat de plank volledig mis. Wel wijst E-Quality er voortdurend op dat niet alle gezinnen voldoen aan het standaardbeeld van man, vrouw, twee kinderen. Een norm die we niet alleen in de media maar ook in beleidsnota's voortdurend tegenkomen.

Over de ongelijkheid in het publieke domein reppen de beide heren niet. Logisch, want daar blijft de man heer en meester. Met als gevolg dat:

slechts 38 procent van de vrouwen economisch zelfstandig is tegenover 69 procent van de mannen,

vrouwen per uur 15 procent minder verdienen dan mannen, ook na correctie voor leeftijd, opleidings- en functieniveau en de lengte van het dienstverband blijft er een verschil van 7 procent,

Nederland anno 2002 een kabinet kreeg met slechts één vrouwelijke minister,

er in 2001 geen enkele vrouw te vinden was in de raden van bestuur van de 25 grootste ondernemingen in Nederland.

Deze cijfers zijn niet toevallig zo, maar het resultaat van een structureel ongelijke machtsverhouding tussen mannen en vrouwen. Stereotiepe denkbeelden over wat mannen zijn en behoren te doen en wat vrouwen zijn en behoren te doen, liggen daaraan ten grondslag. Zo vinden we mannen rationeel en vrouwen emotioneel. We spreken wel over `zorgende vaders' en `werkende moeders', maar niet over werkende vaders en zorgende moeders. Want dat mannen werken en vrouwen zorgen spreekt voor zich. Een ander stereotiep beeld is dat mannen daders zijn en vrouwen slachtoffers. Dergelijke stereotiepe beelden zijn voor mannen ongunstig, omdat, zoals ook Richel en Zander stellen, mannen ook slachtoffer kunnen zijn van geweld. Maar ze zijn ook voor vrouwen ongunstig, omdat zij worden neergezet als zwak en zielig. Stereotiepe denkbeelden houden dus vrouwen én mannen gevangen. Onbewust spelen ze een rol bij ons denken en ons doen. En dat geldt ook voor beleidsmakers, rechters en hulpverleners. Dus wordt er sneller van een man gedacht dat hij een geschikte minister, directeur of hoogleraar is, en sneller van een vrouw gedacht dat zij een geschikte ouder is.

Het veranderen van deze beeldvorming is een langdurig en moeizaam proces. Het stond jaren op de agenda van het emancipatiebeleid. Langzaam maar zeker lijkt het van het prioriteitenlijstje van de overheid te verdwijnen. Wel probeert de overheid met publieke campagnes rond concrete onderwerpen de rolpatronen van mannen en vrouwen onder de aandacht te brengen.

De meest recente is de campagne `Wie doet nou wat? Heb je het daar al over gehad?' De effectiviteit van zulke publiekscampagnes is echter gering. Hoe is dan wel de stereotiepe beeldvorming te veranderen? Het onderwijs heeft daarin een belangrijke taak. Maar ook de media en de overheid zelf. Uit onderzoek van E-Quality blijkt bijvoorbeeld dat stereotiepe beelden over mannen en vrouwen regelmatig opduiken in nota's van de overheid. Onbewust bevestigt dus ook het overheidsbeleid de normen rond mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Ook de vrouwenbeweging én de mannenbeweging hebben een belangrijke taak als het gaat om het bestrijden van stereotiepe beeldvorming. Niet door elkaar te bestrijden en te concurreren om geld en aandacht, maar door samen te werken aan een samenleving waarin mannen en vrouwen gelijke rechten, kansen en verantwoordelijkheden hebben.

Christel Kohlmann is beleidsadviseur bij E-Quality, een expertisecentrum op het gebied van gender en etniciteit.