Universitair

Als ik over het hoogste punt van de Tolbrug ben gefietst, zie ik een man liggen die aangereden lijkt. Hij kreunt. Op het terras, een paar meter van hem vandaan, staat een kringetje jonge mannen met de rug naar hem toe. Studenten? Ze drinken bier, lachen luidruchtig en lijken het slachtoffer niet eens te horen.

Tot in mijn fundament geschokt over zoveel onverschilligheid vaar ik ziedend tegen de jongens uit en buig mij over de kreunende man.

Die komt gezond overeind en lacht mij toe. De studenten zetten een recordertje af en zeggen: ,,Mevrouw, hartelijk bedankt voor uw medewerking aan ons onderzoek.'' Ik hap naar adem en staar naar mijn onbedaarlijk trillende handen.