Straffen tot 3 jaar geëist voor jihad

Het openbaar ministerie heeft gisteren voor de rechtbank van Rotterdam gevangenisstraffen tot drie jaar geëist tegen twaalf vermeende moslimextremisten die verdacht werden van het rekruteren van strijders voor de jihad. Vier verdachten werden door de rechtbank onmiddellijk in vrijheid gesteld omdat de geëiste straf lager was dan de duur van hun voorarrest.

Vorige week had officier van justitie J. Valente de aanklacht tegen een groot aantal verdachten aanmerkelijk afgezwakt en aangekondigd op een aantal punten vrijspraak te zullen eisen. De officier achtte in de meeste gevallen niet bewezen dat de verdachten zich rechtstreeks hadden schuldig gemaakt aan het leveren van `hulp aan de vijand', waarop maximaal levenslange gevangenisstraf staat. Uiteindelijk kwam Valente tot de conclusie dat alleen de potentiële rekruten Dadi M. en Reda A. een `poging' tot het ondersteunen van het voormalige Talibaan-regime en het terroristische netwerk Al-Qaeda hadden gedaan. Tegen hen eiste het OM drie jaar cel. Tegen enkele andere vermeende moslimextremisten eiste Valente dezelfde straf, omdat zij deel zouden hebben uitgemaakt van een criminele organisatie die tot doel had hulp aan de vijand te leveren.

In zijn requisitoir nam Valente uitdrukkelijk afstand van het politie-dossier, waarin een terroristische organisatie met vijf cellen wordt geschetst. De officier had alleen voldoende bewijs gevonden voor een los crimineel samenwerkingsverband, in verschillende samenstellingen. Valente gaf ook aan dat hij in veel gevallen geen bewijs had kunnen vinden voor informatie van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) in het dossier. ,,Ik zie het niet'', zei hij over de bewering van de AIVD dat de Libiër Khaled el-M. `partij-ideoloog' van het netwerk was. ,,En ik zie ook geen partij.''

Van twee verdachten is volgens Valente niet vast komen te staan dat zij deel uitmaakten van de criminele organisatie. Tegen Irakees Khalil al-A. eiste Valente zes maanden wegens het bezit van valse papieren. Hij werd, net als twee andere verdachten bij wie de volgens de officiedr op te leggen geëiste straf lager uitkwam dan de periode waarin ze in voorarrest hebben gezeten, in onmiddellijke vrijheid gesteld door de rechtbank. Hetzelfde besliste de rechtbank in het geval van Zouhair T., tegen wie het OM drie jaar had geëist. Volgens de rechtbank bestond er in het geval van T. geen vluchtgevaar.

Vorige week zei procureur-generaal De Wijkerslooth dat de Nederlandse wet meer moet worden toegesneden op het bestrijden van terreur. Er zou meer gewicht moeten worden toegekend aan AIVD-informatie, vond hij. Verder opperde hij rekrutering voor de jihad bij wet strafbaar te stellen.

Het proces is vandaag voorgezet met de pleidooien van de raadslieden. Advocate C. Zuur stelde dat het onderzoeksteam van de KLPD islamitische geschriften, cassettes en videobanden die bij de verdachten waren aangetroffen uit hun verband heeft gerukt.