Sterke euro wijst Europa op zijn eigen zwakte

Nu de euro bijna op zijn introductiekoers zit, zijn de zorgeloze jaren van een goedkope munt voorbij. Via een zwakkere dollar dwingen de VS, bedoeld of onbedoeld, Europa zijn economie te moderniseren.

Gaat de dollar lukken wat Europese beleidsmakers zich nu al jaren vergeefs voornemen? De koers van de Europese munt, de euro, bevindt zich na een steile klim dichtbij het niveau waarop de munt in 1999 werd geïntroduceerd. Die ontwikkeling wijst Europa hardhandig op een realiteit die het jarenlang heeft genegeerd: de afgelopen jaren van eurozwakte moeten met terugwerkende kracht worden beschouwd als een eenmalige meevaller.

In de afgelopen jaren van eurozwakte, waarin de waarde een dieptepunt van 0,8225 dollar bereikte in oktober 2000, heeft de Europese economie zich met een gunstige exportpositie kunnen handhaven op de wereldmarkt. De VS waren de trekker van de wereldeconomie, met de onverzadigbare Amerikaanse consument voorop. Dat deze toestand niet eeuwig kon duren was te voorzien. Amerika, zo calculeerde topeconoom Stephen Roach van de zakenbank Morgan Stanley, was de afgelopen vijf jaar in zijn eentje goed voor 60 procent van de wereldwijde economische groei. De Amerikaanse overconsumptie zorgde voor geweldige tekorten op de handelsbalans, die door het buitenland zijn gefinancierd. Europa leverde op krediet.

Die tijden zijn voorbij. De wereldeconomie is, in de woorden van Roach, een verkeersvliegtuig met maar één motor. En die motor hapert. De daling van de dollar is niet los te zien van de enorme tekorten die de VS hebben opgebouwd op zowel de begroting als de betalingbalans – de inmiddels beruchte `twin deficits'. Maar de Amerikaanse bereidheid de dollar te laten dalen kan evenmin los worden gezien van de recente verharding van de buitenlandse politiek van de VS. In die visie heeft Amerika geen handelstekort omdat het te veel consumeert en daarvoor moet importeren. Nee, Amerika heeft een handelstekort omdat zijn handelspartners zelf te weinig consumeren.

Net als Japan tien tot vijftien jaar geleden, krijgt Europa nu via een stijgende eigen munt te maken met de harde eis de interne dynamiek aan te wakkeren. Want als het geld door de dure euro niet zo makkelijk meer in het buitenland kan worden verdiend, dan zal de binnenlandse vraag dat moeten opvangen. De noodzaak tot `structurele hervormingen' van de arbeids- en productmarkt in de EU, de mantra op elke EU-beleidsvergadering, wordt zo plots heel concreet.

Met een dollar op 1,17 euro is die noodzaak er al, net als bij de geboorte van de Europese munt. Maar niemand weet waar de valutamarkt stopt. Deutsche Bank zei vorige week rekening te houden met een euro door die kan schieten naar 1,40 dollar. De euro-economie staat er al slecht voor. Elke stijging van de euro ten opzichte van de gemiddelde waarde van de munten van de handelspartners met 10 procent kost nog eens 0,5 procentpunt economische groei. Op die manier zou alsnog aan de revolutie van de Europese economie een klassieke Verelendung vooraf moeten gaan.

HOOFDARTIKEL: pagina 9