Smokkel per satelliettelefoon

Bewerkelijke grensformaliteiten vormen een belemmering voor internationale handel in Afrika, zegt de Wereldbank. Smokkel is de oplossing voor veel Afrikanen.

T-shirts met het gezicht van Osama bin Laden, namaak-sportschoenen van Adidas, zeep, tandenborstels. In Parakou, een stadje in het West-Afrikaanse Benin, zijn overal gesmokkelde spullen uit buurland Nigeria te koop.

,,Elke nacht reis ik met een handkar vol smokkelwaar stiekem de grens over'', zegt een Nigeriaan op de markt. ,,In Benin kan ik de spullen met dikke winst verkopen.'' De jongen vertelt dat hij niet alleen smokkelt om importtarieven te ontduiken. Een minstens zo belangrijke reden zijn corrupte douaniers. ,,Elke keer blijken de regels anders'', zegt hij. ,,Als je pech hebt wordt de helft van je handelswaar om onduidelijke redenen in beslag genomen. Of je staat dagenlang te wachten. Smokkel is bittere noodzaak.''

Officieel van het ene naar het andere land reizen is in Afrika in veel gevallen een hel. Westerse toeristen klagen nogal eens over lastige douaniers aan Afrikaanse grenzen, maar voor de gemiddelde Afrikaan is het meestal nog veel erger. Vage procedures en langdurige formaliteiten, vaak alleen maar bedoeld om handelaars naar steekpenningen te doen grijpen, horen bij vrijwel alle grensovergangen in Afrika. Dat sommige landen officieel een douaneunie hebben, verandert daar weinig aan. Er zijn altijd wel vergunningen en belastingen die buiten die regeling vallen. Volgens de Wereldbank vormen langdurige grensprocedures een van de belangrijkste belemmeringen voor internationale handel in Afrika. Iedere ondernemer heeft daar last van, of hij nu een groot bedrijf of klein bedrijf heeft.

,,Ik betaal belachelijk veel geld om Soedan in te mogen'', zegt Hoessein Adam, een handelaar in zeep en matten. Adam, uit de stad Abeche in Tsjaad, staat met zijn vrachtwagen al drie dagen te wachten in de grensplaats Geneina, waar de Soedanese inreisformaliteiten plaatsvinden. ,,Eerst betaalde ik al veel geld voor het visum'', zegt hij boos. ,,En nu komt er nog eens ruim 5.000 dinar (20 euro) bij voor de reisvergunning.'' In Tsjaad is 20 euro een gemiddeld maandinkomen. Adam zou ook stiekem via zandweggetjes de grens over kunnen glippen, maar dat durft hij niet goed. In de omgeving wemelt het namelijk van de bandieten. ,,Door intensieve politiecontroles is de hoofdweg relatief veilig'', vertelt hij. ,,Maar de situatie verandert als je de weg verlaat. Dan kun je grote problemen verwachten. Daar heb ik geen zin in.''

De Afrikaanse leiders die het initiatief namen voor het New Partnership for Africa's Development (Nepad) hameren voortdurend op het belang van westerse investeringen om Afrika uit het slop te trekken. Maar het is de vraag wat er van hun plannen terechtkomt, zolang grenzen passeren zo moeilijk is. President Olusegun Obasanjo van Nigeria, een van de initiatiefnemers van Nepad, doet bijvoorbeeld nauwelijks oprechte pogingen om de formaliteiten te vereenvoudigen. Nigeriaanse douaniers zijn berucht om hun corrupte optreden. Westerse investeerders hebben vaak nog meer last van hen dan lokale ondernemers. In de ogen van de meeste Afrikanen zwemmen blanken in het geld, waardoor de grensbeambtes relatief veel smeergeld van hen eisen.

,,Afrikaanse overheden zijn de bevolking vaak alleen maar tot last'', zegt de Soedanese zakenman Haitham Zein. Zein, die in de Soedanese hoofdstad Khartoum een plasticfabriek heeft, benadrukt dat overal in Afrika regeringsfunctionarissen de mogelijkheid aangrijpen om mensen af te persen. ,,Veel ondernemerschap wordt daardoor binnen de kortste keren in de kiem gesmoord.'' Als regeringen de moed zouden kunnen opbrengen om ondernemerschap te belonen, onder meer door corruptie aan de grenzen aan te pakken, zou volgens Zein veel kunnen veranderen. ,,Het is verspilde moeite om westerse investeerders te lokken zonder eerst het Afrikaanse investeringsklimaat op orde te brengen.''

Veel etnische groepen in Afrika klagen dat landgrenzen dwars door hun woongebied lopen. Dat geldt onder meer voor de Yoruba (verspreid over Nigeria en Benin), de Touareg (verspreid over diverse Saharalanden) en de Zaghawa (verspreid over Soedan en Tsjaad). Als ze van het ene naar het ander land reizen hebben ze geregeld problemen met officiële instanties, omdat ze bijvoorbeeld geen identiteitskaart hebben. Maar de verscheurdheid heeft ook belangrijke voordelen. Smokkelaars hebben vaak familieleden aan de andere kant van de grens. In Afrika, waar bijna alles geregeld wordt via de familie, komt dat goed van pas. En al helemaal bij zoiets als smokkel, waarbij wederzijds vertrouwen van groot belang is.

,,Familieleden kun je onder alle omstandigheden vertrouwen'', zegt een sigarettensmokkelaar uit de stad Arlit in Niger. ,,Met anderen weet je het maar nooit.'' De man, in een lichtgroene jurk met gouden borduursels, brengt regelmatig autoladingen vol sigaretten naar Algerije. Vanuit Arlit rijden ze in één ruk dwars door de Sahara, meer dan 1.000 kilometer naar het noorden. In zijn borstzak heeft de smokkelaar een satelliettelefoon van het merk Thuraya, waaraan professionele sigarettensmokkelaars te herkennen zijn. Contactpersonen op de route, meestal familieleden, hebben ook satelliettelefoons. ,,Zij bellen als er onraad is.'' De politie in Afrika heeft vrijwel nooit de beschikking over dergelijke dure apparatuur. ,,Dat wil ik graag zo houden'', zegt de smokkelaar. ,,Anders zou mijn werk een stuk moeilijker worden.''