Londen tilt minder zwaar aan schooltests

Het hoofd van Sebastian McCarthy (6) doet pijn. ,,Je moest een lang, lang verhaal lezen met moeilijke woorden erin en dan allemaal vragen beantwoorden'', schreef hij zondag op verzoek in The Observer. ,,Sommige woorden kon ik niet lezen en mijn vriend Eddie ook niet, maar onze juf mocht niet vertellen wat ze betekenden. Het was om te kijken hoe goed we het deden, zei ze. De test duurde de hele ochtend.''

Sebastian is niet de enige met hoofdpijn. Alle Britse scholieren uit het tweede en zesde jaar (de Nederlandse groepen drie en zeven) hebben opnieuw een week van Sats achter de rug, de jaarlijkse landelijke Standard Assessment Tests die vaardigheden heten te meten in lezen, schrijven en rekenen. Dat is geen prettige tijd: stress bij leerlingen, onderwijzers en ouders verscheurt het gewone schoolritme. De toetsen geven ook de school een rapportcijfer in de landelijke league tables. Met de invoering van prestatieloon zijn ze indirect ook van invloed op het salaris van de onderwijzers. Scholen en leraren besteden daarom weken aan de voorbereiding, ten koste van spaarzame gymnastiek-, muziek-, of tekenlessen.

Wat de waarde is van de uitslag, zeker bij de jongsten, is bovendien sterk omstreden sinds de test twaalf jaar geleden werd ingevoerd om het bedroevende niveau van het Britse lager onderwijs op te krikken. In Sebs samenvatting: ,,Mijn juf weet toch al waar ik goed en slecht in ben en dat staat allemaal in onze rapporten.''

Seb heeft hoe dan ook gescoord. Charles Clarke, de minister van Onderwijs, maakt vandaag bekend dat de omstreden toets voor zes- en zevenjarigen voortaan een ondergeschikte rol krijgt. De test hoeft niet meer dan `een onderdeel' te zijn van een meer omvattende beoordeling. ,,Het is tijd om scholen macht en initiatief terug te geven'', aldus Clarke, die ontkende tot zijn besluit te zijn gedwongen door een campagne van onderwijsbonden en ouders, die dreigden de Sats te boycotten.

Clarkes besluit is een stilzwijgende erkenning dat Labour na 1997 het onderwijs te ver heeft gecentraliseerd. De huidige norm, dat 85 procent van alle elfjarigen per 2004 bepaalde testresultaten moet halen in Engels en wiskunde, blijft weliswaar gehandhaafd, maar scholen hoeven zich daartoe niet langer te houden aan een van hogerhand opgelegd programma dat de lesdag bijna van minuut tot minuut voorschrijft. Intussen wacht Clarke de volgende discussie: sommigen geloven dat een losser regime juist slecht presterende scholen onterecht ontziet.