Let op Zalm

Let de komende jaren op Gerrit Zalm, die net als vorig jaar bij de vorming van het eerste kabinet-Balkenende een zwaar stempel heeft gezet op het regeerakkoord van het komende tweede kabinet-Balkenende. Zalm, die directeur van het Centraal Planbureau was en vervolgens in acht paarse jaren (1994-2002) naam maakte als succesvol minister van Financiën, was in de afgelopen weken veruit de meest gekwalificeerde formatie-onderhandelaar. Als het om rekenen ging dan, en daar ging het bijna voortdurend om.

Zalm, als stemmentrekker in de jongste verkiezingen nog niet zo overtuigend, heeft twee grote en naar hun aard bijzondere persoonlijke plannen. Hij wil vice-premier en minister van Financiën worden én bovendien politiek leider van de VVD blijven. Dat betekent onder meer dat hij voor het saneringsbeleid dat hij nodig acht, en zelf moet regisseren en uitvoeren, op straffe van crisis de rugdekking van de minister-president eist. Hier maakt hij met zijn kandidatuur voor Financiën de tanden bloot. Want een minister van Financiën tussentijds laten vertrekken, zoals CDA-minister Frans Andriessen precies 25 jaar geleden uit het eerste kabinet-Van Agt (1977-1981), kan misschien nog net. Maar dat kan niet met een minister die ook nog vice-premier en leider van de VVD is. Hier zijn Zalms tanden ook in de richting van zijn eigen partij ontbloot. Want het mag de latere liberale aartsvader Wiegel ooit gelukt zijn, namelijk in datzelfde eerste kabinet-Van Agt, minister van Binnenlandse Zaken, vice-premier én politiek leider van de VVD te zijn, een zeldzaamheid was dat wel. De VVD heeft immers als traditie dat haar fractievoorzitter in de Tweede Kamer de partijleider is. In het huidige geval zou dat dus eigenlijk de net als zodanig gekozen Jozias van Aartsen moeten zijn, die met die verkiezing geïllustreerd zag hoe snel de dingen in de nationale politiek kunnen verkeren. Gold Van Aartsen, die vice-fractieleider en Zalm-favoriet De Grave versloeg, goed een jaar geleden, na acht ministersjaren op Landbouw en op Buitenlandse Zaken, niet nog als een praktisch afgeschreven figuur? Iemand die geregeld ruziede met premier Kok, en iets minder vaak gelijk kreeg dan hij verdiende, en mede daardoor door de kolommen ging als de ,,mevrouw Adelmund van de Nederlandse buitenlandse politiek'? Nu, wat je van hem ook kunt zeggen, niet dat hij in volgzaamheid uitblinkt of geknipt is als parlementaire zetbaas van Zalm. Er is nog iets dat daartegen pleit. In de parlementaire periode tot 2007 moet de verhouding tussen regering en Tweede Kamer dualistischer zijn, is de afspraak, die in een kort en weinig gedetailleerd regeerakkoord (hoofdlijnen, dus meer vrijheid voor kabinet én Kamer) als het ware wordt bevestigd. Al met al neemt Zalm risico's, die hij tot de gehele VVD verbreedt door het partijleiderschap te claimen. Dat mag, maar het ministerie van Financiën is in het algemeen niet de plaats waar een politicus populair wordt, zeker niet bij economisch zwaar weer. Zalm zal, wetend dat zijn persoonlijke imago ook een partijbelang is, daar mede afhankelijk zijn van de rugdekking van een CDA-premier (zoals hij die tussen 1994 en 2002 vaak van Kok kreeg). Om nog maar te zwijgen van de economische conjunctuur in onze omgeving (de Europese Unie, daarbinnen bovenal Duitsland) en wereldwijd (VS), waarvan Nederland met zijn gevoeligheden voor olie- en aardgasprijzen en zijn handelsbelangen even afhankelijk is als van de plannen van het regeerakkoord. Zoveel is al zeker: van de zieke economische reus Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, valt op dit stuk voorlopig weinig te verwachten.

Zomer 1978 kwam eerdergenoemde minister Andriessen met een saneringsnota met de naam Bestek '81. Hij kreeg er geen meerderheid voor in het land, dat mét het vrije-jongensduo Barendse en Van Es riep: Bezuinigen? Gaan jullie zelf maar bezuinigen! Andriessen kreeg voor het verhoudingsgewijs moderate Bestek ook geen meerderheid binnen de krappe regeringscoalitie, met name niet van de linkervleugel van de CDA-fractie, die in de latere premier Lubbers een nieuwe en omzichtige voorzitter had. Andriessen, die zich onvoldoende gesteund voelde door premier Van Agt en vice-premier Wiegel, trad voorjaar 1979 af. Hij had `te vroeg' gelijk gehad. Pas jaren later, in 1982, begon de wal het schip te keren en was de economische situatie zó ernstig geraakt, en het besef daarvan zó algemeen, dat de intussen tot `no nonsense' premier gevorderde Lubbers met werkgevers en vakbonden in het akkoord van Wassenaar (inkomensmatiging in ruil voor werk) de basis voor economisch herstel kon leggen. Wat de daaropvolgende jaren ook meetelde, interessant verschil met vandaag, was dat de veelgesmade expansiepolitiek van Reagan de Europeanen in elk geval geen windeieren legde en de economie van de Bondsrepubliek tot 1993-'94 mede dankzij de Duitse eenwording op volle toeren draaide.

Behalve de belangrijke vraag hoe het economisch klimaat in onze omgeving is of wordt, is er voor Zalm en het tweede kabinet-Balkenende dus nóg een belangrijke onzekerheid. Namelijk of, en in hoever, de bevolking door de bank genomen wil aanvaarden dat Nederland er economisch gesproken beroerd voorstaat. Want het is nog maar circa twee jaar geleden dat Nederland, hoewel de internationale indicaties toen al minder gunstig werden, zich in een soort `feestbegroting' van Zalm zonde en op groeipercentages van 3 en 2,75 voor de komende jaren rekende. Intussen is er veel leed geleden aan de beurs, wat mede heeft gezorgd voor een groot probleem van vele pensioenfondsen, de werkloosheid stijgt en de rekeningen voor zorg en sociale zekerheid drukken zwaar terwijl over groei voorlopig in tienden van procenten wordt gesproken. Anders gezegd: er is weinig ruimte om nog veel verder te `polderen' of te studeren, er zullen op korte termijn niet alleen maatregelen moeten worden afgekondigd maar ook de bijbehorende wetsvoorstellen naar het parlement moeten worden gestuurd (en daar worden aangenomen). Over de WAO, meer eigen risico in de zorgsector, een zekere beperking van de hypotheekrenteaftrek enzovoort. Enge dingen zijn dat voor een kabinet met drie zetels meerderheid in de Tweede Kamer (al mag soms ook steun van de LPF en de ChristenUnie worden verwacht).

De vraag is of de Nederlanders, twee jaar nadat Den Haag de zon nog zo liet schijnen, bereid zullen zijn zo'n snelle economische omslag te verwerken en emotioneel te aanvaarden dat de wal anders het schip gaat keren. Zo niet, dan moet erop worden gerekend dat het Haagse Malieveld vaak zal vollopen en dat Balkenende, Zalm, Dittrich en hun partijen het lange tijd slecht zullen doen in de peilingen. Met als perspectief dat er, mits zij eensgezind en lang genoeg volhouden en de internationale conjunctuur meewerkt, over een jaar of vier misschien toch nog aardige verkiezingen beleven. Zeker voor Zalm geldt de komende jaren: alles of niets. Oud-minister Andriessen zal het vast met belangstelling volgen.

Gerectificeerd

Vrije jongens

De column Let op Zalm (20 mei, pagina 8) refereerde aan het vrije-jongensduo Barendse en Van Es. Bedoeld zijn Jacobse en Van Es.