In Macedonië staat de vrede op de tocht

De etnische vrede in Macedonië – toch al fragiel – loopt gevaar: steeds vaker komt het tot geweld tussen Macedoniërs en leden van de Albanese minderheid, en steeds radicaler worden de uitspraken.

In augustus is het twee jaar geleden dat – onder zware druk van de Europese Unie – de leiders van de Macedonische partijen en van de diverse partijen van de Albanese minderheid het akkoord van Ohrid tekenden. Het is de vraag of iemand bereid is dat over drie maanden te vieren: het akkoord staat op de tocht, en de etnische vrede ook.

Vrijdagavond gingen in Tetovo, het belangrijkste centrum van de Albanese minderheid, Macedonische en Albanese jongeren elkaar te lijf met stenen, knuppels en flessen. Vier mensen kwamen in het ziekenhuis terecht. Een dag later werden granaten afgeschoten op een kazerne van het Macedonische leger. Afzender: het Albanese Nationale Leger (AKSh), dat op zijn website liet weten ,,het militaire potentieel van de Macedonische leiding'' te willen verzwakken nu die leiding ,,geweld tegen de Albanezen voorbereidt''. Begin deze maand riepen radicale Albanezen het dorp Aracinovo – vlakbij Skopje, aan de weg naar het vliegveld – uit tot ,,onafhankelijke zone'' en ,,onneembare vesting'' waar Macedoniërs niets te zeggen hadden; Aracinovo is een symbooldorp sinds het twee jaar geleden, tijdens de oorlog tussen de Macedonische strijdkrachten en het toenmalige `bevrijdingsleger' UÇK, even in handen viel van de Albanese rebellen, die vanuit dat dorp de weg van en naar het vliegveld controleerden; pas buitenlandse interventie leidde toen tot een vertrek van de rebellen.

Het etnisch geweld in Macedonië neemt toe. Erger nog: de uitspraken van radicalen in beide kampen worden steeds radicaler. Ze vormen olie op het vuur van de sluimerende ontevredenheid in beide gemeenschappen.

In augustus 2001 dwong de Europese Unie de Macedoniërs en de Albanese minderheid het akkoord van Ohrid op. In ruil voor een drastische uitbreiding van de rechten van de Albanese minderheid, staakte het UÇK na zes maanden de strijd en stemde het in met zijn ontwapening en opheffing. Een vredesmacht van de NAVO – nu van de EU – kwam daarop toezien. De vrede leek gered.

Die indruk leek te worden bevestigd door de verkiezingsnederlaag van de nationalistische partij VMRO van de toenmalige premier Ljubco Georgievski. De sociaal-democraten van zijn opvolger Branko Crvenkovski zijn ten aanzien van de etnische problemen beduidend gematigder. In de regering van Crvenkovski zit onder andere de Democratische Unie voor Integratie (BDI) van Ali Ahmeti, oud-leider van het rebellerende UÇK.

Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan. Zowel onder Macedonische nationalisten – de VMRO van Georgievski – als onder Albanese nationalisten gaat men steeds feller te keer tegen `Ohrid'. Georgievski heeft zelf in het akkoord nooit enig heil gezien: hij tekende het omdat de EU en de NAVO hem daartoe dwongen. Hij laat vooral sinds zijn verkiezingsnederlaag vorig jaar geen kans onbenut om het akkoord te ondermijnen en zijn uitspraken worden steeds radicaler, tot genoegen van een groeiende achterban: véél Macedoniërs gruwen van het akkoord van Ohrid. Georgievski stelde eerder deze maand een gebiedsruil met Albanië en Kosovo voor: in ruil voor een aantal door Macedoniërs bevolkte dorpen zou Macedonië een deel van het woongebied van de Albanese minderheid aan de buurlanden afstaan. Ook bepleitte de ex-premier de bouw van een betonnen muur tussen de Macedoniërs en de minderheid. Aan dergelijke taal gaat in Macedonië niemand met schouderophalen voorbij: Georgievski stookt een vuur op naast een kruitvat.

Maar ook aan Albanese kant zijn er radikalinski's die met vuur spelen. Het AKSh is een schimmige organisatie die ook in Kosovo actief is en daar het VN-bestuur alarmeert. De organisatie wordt gefinancierd door de Albanese diaspora en door ontvoeringen: in Macedonië zijn de afgelopen maanden zeker tien mensen – Albanezen – ontvoerd voor losgeld dat tot een miljoen euro kan oplopen. Iedereen is het erover eens dat het AKSh bestaat uit dorpsgangsters die na de opheffing van het UÇK geen emplooi meer hadden. Maar zijn activiteit zaait veel onrust, temeer omdat het rebellenleger onomwonden het denkbeeld van een Groot-Albanië propageert. ,,Iedereen kan aan een computer gaan zitten, dit soort onzin intikken en die de media toesturen'', zei onlangs een westerse diplomaat in Skopje, maar zulke propaganda kan, net als de uitlatingen van Georgievski, radicaliserend werken. Volgens peilingen neemt het aantal voorstanders van een Groot-Albanië onder de Albanezen van Macedonië toe.

Inmiddels wordt ook in de partijen van de Albanezen steeds meer gemorreld aan het akkoord van Ohrid. Eerder deze maand vond Arben Xhaferi van de Democratische Partij van Albanezen het akkoord ,,een dode deal'': ,,De Albanezen hebben het recht naar een Groot-Albanië te streven.'' Albanese tegenstanders van `Ohrid' zijn het met Georgievski eens dat beide gemeenschappen niet mèt, alleen náást elkaar kunnen samenleven en niet moeten proberen die coëxistentie af te dwingen: een multi-etnische samenleving zit er in Macedonië niet in.

De NAVO en de EU zijn inmiddels gealarmeerd. NAVO-chef Robertson riep de internationale gemeenschap deze maand op toch vooral waakzaam te blijven ten aanzien van Macedonië.