In Brussel

Hier was Hermans veel geweest: het Montgomeryplein in de Brusselse wijk Etterbeek met uitbundige fonteinen en het trotse beeld van de wijdbeense `field marshal' uit de Tweede Wereldoorlog.

Toen ik er vanuit het metrostation voor het eerst bovengronds kwam, begreep ik meteen waarom Willem Frederik Hermans juist in deze chique buurt had willen wonen. Het is alsof je met één been Parijs binnenstapt, die andere oude liefde van hem. Brede, drukke avenues met verzorgde plantsoentjes in het midden, en veel hoge, voorname huizen en gebouwen.

Hermans had achttien jaar in Parijs gewoond, maar de stad was hem te duur geworden en hij wilde dichter bij zijn zoon in Nederland wonen.

In november 1991 vestigde Hermans zich op vijf minuten lopen van hier. Op nummer 61 in de Atrebatenstraat. Hij bleef er 3,5 jaar wonen. Het was zijn laatste woonplaats. Vanaf hier moest hij naar het Academisch Ziekenhuis in Utrecht worden vervoerd, waar hij op 27 april 1995 zou overlijden.

De Atrebatenstraat is ongeveer vierhonderd meter lang, een rustige, stijlvolle straat met hoge, tegen elkaar gebouwde huizen uit het begin van de vorige eeuw. De straat maakt een kale indruk, want de huizen hebben geen voortuinen. Alleen op de straathoeken staan vreemde, bolvormig gesnoeide prunussen.

Hermans was destijds blij met zijn huis, en terecht: het is het mooiste huis van de straat. De gevel met zijn brede, blauwe toegangsdeur, licht uitstulpende erker en smeedijzeren balkon op de bovenste verdieping bevat art deco-elementen, Hermans' favoriete bouwstijl.

Er is geen gedenksteen aangebracht een kwestie van tijd, vermoed ik. Nu woont er, tegenover het Marokkaanse consulaat, de familie Van Thessen en klinkt op deze zondagmorgen zachte pianomuziek door de deur.

Hermans hield van Brussel, al had hij veel kritiek op de megalomane nieuwbouw.

,,Gelukkig ben ik te oud om nog te moeten beleven dat de stad volledig afgebroken wordt ten einde plaats te maken voor allerlei monsterlijke Europese kantoren'', schreef hij, ,,dus ik maak me hierover maar niet al te bezorgd. Het spijt me natuurlijk wel dat het hoogstwaarschijnlijk gebeuren zal.''

Een kwartiertje lopen van Hermans' huis staat het bijna voltooide Berlaymontgebouw. Hermans heeft het nog in aanbouw gezien, deze misschien wel grootste architectonische kantoorvloek van de afgelopen eeuw: honderden meters grijs, ondoorzichtig glas. De triomf van de monotonie over de verbeelding.

Overal in Brussel liggen Hermans' voetstappen.

Hij kwam veel op de rommelmarkt van het Vossenplein, in een oude volkswijk. Hij verscheen ook regelmatig in het exquise Hôtel Métropole in het centrum, waar hij onder anderen dineerde met Sylvia Kristel, de vriendin van zijn vriend Freddy de Vree. Werp één blik in de magnifieke eetzaal met de gebrandschilderde ramen, en je ziet Hermans hier genieten.

Vanaf het terras kon hij bevestigd zien wat hem aan Brussel beviel én tegenstond: het aardige Brouckèreplein dat afgegrensd wordt door enkele torenhoge flatgebouwen. Aan de overkant ligt het metrostation. Daar brak Hermans in de lente van 1993 bij een ernstige val zijn pols. Een voorbode?

Twee jaar later was hij dood.