Hollandse folklore

HET ZAL NIET iedereen zijn opgevallen, maar morgen begint de Fietsersbond een landelijk offensief tegen fietsendiefstal. Per jaar worden circa 800.000 fietsen gestolen. Vrijwel nergens heeft dit in aantallen kolossale vraagstuk de prioriteit van politie en justitie. Naar Nederlands gebruik wordt het doodgezwegen of gerangschikt onder de eufemistische aanduiding `kleine criminaliteit'. Waarmee tienduizenden gedupeerden impliciet wordt toegevoegd dat ze weinig hoeven te verwachten van eventuele reclamaties. Daar is hun probleem te gering voor. Fietsen is Hollandse folklore – en fietsendiefstal hoort daarbij. Fietsers die met fietsendiefstal te maken hebben gehad, weten dat de aangifte slechts een formaliteit voor de verzekering is. Vaak geeft de politie dat ook ruiterlijk toe. Illusies over opsporing hoeft de burger niet te koesteren. Duizend andere zaken zijn dringender dan die ene gestolen fiets.

Dat laatste is ongetwijfeld zo. Toch begint het besef te dagen dat zo'n aanpak, die die naam niet dragen mag, een perfide systeem in stand houdt van stelen zonder sanctie en weten zonder actie. In zo'n klimaat kan de bestolene licht zelf dief of heler worden, omdat het er toch weinig toe doet. Fietsers hebben intussen hun eigendommen voorzien van gehard stalen sloten en andere beveiligingssystemen die in technische, maar niet beleidsmatige zin een oplossing kunnen bieden. Helemaal stil zitten de lokale overheden niet. Amsterdam bijvoorbeeld, de stad met de meeste fietsendiefstallen per jaar (80.000), heeft 4,4 miljoen euro uitgetrokken voor de bestrijding van fietsendiefstal. Het openbaar ministerie, politie, gemeente en de fietsenbranche werken er samen in de projectgroep Fietsendiefstalpreventie. Fietsendieven worden gewoon berecht (vorig jaar 629, aldus de Fietsersbond) en gevangenisstraffen tot enkele weken zijn geen uitzondering. In 2006 moet het aantal gestolen fietsen in de hoofdstad met een kwart zijn afgenomen.

DEZE BREED GEDRAGEN, integrale aanpak verdient landelijke navolging. De meeste gemeenten zijn echter niet zo actief als Amsterdam. Van een landelijk register voor gestolen fietsen is (nog) geen sprake; de registratiesystemen bij de diverse politiekorpsen sluiten niet op elkaar aan en her en der wordt verschillend gedacht over controle, toezicht en handhaving. Hier ligt een taak voor de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Zij kunnen zich, meer dan nu, het lot van de vele bestolenen aantrekken. Fietsendiefstal is geen `kleine criminaliteit'. Alleen al op basis van de stijgende aantallen verdient hij een veel hogere prioriteit.