Er is geen tekort aan leraren

Het nieuwe kabinet heeft oog voor de verloedering van het onderwijs. Nederland is qua kenniseconomie ver verwijderd van de kopgroep van Europa. De achterstand inhalen lijkt een noodzakelijke voorwaarde voor economisch overleven.

Het lerarentekort neemt zonder twijfel een fors deel van dit probleem voor zijn rekening. Kinderen krijgen te weinig en vaak slecht les, ontwikkelen zich onvoldoende en stromen niet door naar opleidingen die passen bij hun specifieke kwaliteiten, met bijvoorbeeld een tekort aan studenten in de exacte wetenschappen als gevolg.

Tot zover het gangbare beeld.

Maar dat beeld klopt niet helemaal. Er zijn inderdaad te weinig bètastudenten, er is ook te veel lesuitval, maar Nederland heeft geen lerarentekort.

Wel is het zo dat scholen hun personeel eigenaardig inzetten. Dat komt door modern personeelsbeleid, met als uitgangspunt dat leraren méér zijn dan lesgever. Ze moeten ook andere rollen binnen de organisatie vervullen. Sinds de introductie van deze zogeheten functiedifferentiatie is het aantal niet lesgebonden taken explosief toegenomen. Zo ontstaat een tekort aan mensen voor de klas, terwijl binnen onderwijsorganisaties méér dan voldoende bevoegde leerkrachten aanwezig zijn.

Leraren zijn tegenwoordig van alles: sociale vaardigheidstrainer, dyslexietherapeut, studiebegeleider, docentencoach, faalangtsreductietrainer, vertrouwenspersoon, praatgroepleider bij kinderen met een overleden dierbare, mentor, toetsontwikkelaar, corrector, coördinator – ga zo maar door. Op het eerste gezicht lijkt dit een positieve ontwikkeling. Docenten doen eens wat anders en kinderen hebben het soms moeilijk, door zaken die het leren belemmeren. Attention deficit disorder (ADD), dyslexie, hyperactiviteit, dyscalculie, faalangst, het bestaat allemaal. De vraag is wél of scholen daar iets mee moeten. Nederland geeft al meer dan een decennium weinig uit aan onderwijs. Gemiddeld een half procent van het bruto binnenlands product (bbp) minder dan omringende landen. Dat komt neer op twee miljard euro per jaar – te weinig. Ook met de 700 miljoen voor de komende kabinetsperiode dalen de onderwijsuitgaven als percentage van het bbp dus verder. Hierdoor zijn de budgetten krap en beleidskeuzes bepalen dan de maatschappelijke opbrengst van elke ingezette euro.

Momenteel worden op scholen de plannen van inzet gemaakt voor het volgend jaar. Die staan vol met allerlei gefaciliteerde baantjes en functies. Het lijkt heel wat, maar het rendement van al die activiteiten is twijfelachtig. Soms vinden kinderen het best leuk om met een zorgcoördinator over hun persoonlijke problemen te praten, maar anderen hebben er juist een hekel aan. Feit is dat in beide gevallen de leerprestaties zelden omhooggaan. Een kind met serieuze leermoeilijkheden is op school vaak niet te helpen. Dyslexie? Weinig aan te doen. Meer examentijd en soepel omgaan met spelfouten, meer smaken zijn er niet. Of neem een ADD-leerling. Die zet zichzelf geregeld `uit', hangt in de bank, oogt ongemotiveerd en scoort diepe onvoldoendes. Ambachtelijk onderwijs is dan het enige dat helpt. In een duidelijke werksfeer houdt een goede leraar zo'n kind bij de les. Gedwongen meedoen, contact maken, humor, het conflict aangaan, extra huiswerk, dat controleren en de leerling laten terugkomen. Dat heeft meer effect dan eens in de maand een tienminutenafspraak met een onbekende deskundige die in de baas zijn tijd de cursus leermoeilijkheden bij een pedagogisch centrum heeft gevolgd.

Toch voorzien alle decentrale onderwijs-CAO's in een verschuiving van lestaken naar niet-lestaken. Bij het grootste bestuur van Nederland heeft een week 27 lessen. Een leraar geeft er maximaal 23. Die overige vier zijn voor de andere taken. Als deze onderwijsorganisatie zijn leraren fulltime voor de klas zet, neemt de lesgevende capaciteit met ruim 17 procent toe en is het lerarentekort opgelost. Privatiseer leerproblemen, zet leraren volledig voor de klas en lesuitval is niet langer nodig. Klassen met dertig leerlingen evenmin. Van kleinere groepen worden kinderen niet slimmer, leraren niet beter, maar de anonimiteit daalt wel. Potentiële uitvallers worden snel zichtbaar, krijgen aandacht en glijden niet meer onzichtbaar af.

Probleem is wel dat al die faalangstreductietrainers en coördinatoren niet uit zichzelf teruggaan naar de klas. Daar hebben ze namelijk geen zin in. Maar geen zin, dat hebben we allemaal wel eens. Prikkels en regels brengen ons dan in het gareel. Een minister die geen geld heeft kan niet anders dan daar gebruik van maken.

Bepaal het maximale leerlingenaantal per klas, geef boetes bij lesuitval en scholen zullen zich hier naar plooien. Vanaf dan draait onderwijs weer om wat er in de klas gebeurt. De leraar heeft zijn identiteit terug en de aanmeldingen voor lerarenopleidingen zullen toenemen.

Ton van Haperen is leraar en lerarenopleider.