Arme Irakezen bouwen aan eigen paradijs

Geen overheid, geen bouwtoezicht. Irakezen maken van het machtsvacuüm gebruik door her en der hun eigen woning te bouwen. Met gestolen materiaal. `Saddam heeft nooit iets voor ons armen gedaan.'

Op een stukje grond tussen een drukke weg en een spoorlijn in een westelijke buitenwijk van Bagdad is de 30-jarige Karim Abud ondanks de brandende middagzon druk aan het metselen. De contouren van een eenvoudige tweekamerwoning beginnen zich af te tekenen.

,,We gaan er een paradijsje van maken'', lacht zijn vrouw, die in haar traditionele zwarte kledij bezig is hun tuintje te verzorgen, bestaande uit een drietal potten met kwijnende planten. Het paradijsje moet voorlopig stromend water en elektriciteit ontberen en er lopen hinderlijk veel bijtgrage mieren rond. Op enkele tientallen meters van hun woning in wording bevinden zich bovendien de verwrongen resten van Iraaks luchtdoelgeschut.

Abud en zijn gezin grijpen net als duizenden andere armen in het hele land hun kans nu de Iraakse overheid even schittert door afwezigheid. Op een stuk grond van diezelfde overheid bouwen ze illegaal een eigen woning. In veel gevallen met bouwmateriaal dat ze zelf door plundering hebben bemachtigd of dat via heling tegen extra lage prijzen is verkregen. De gedupeerde bedrijven zijn niet zelden ook weer bedrijven die aan de staat toebehoorden. Abud ontkent overigens dat hij de stenen gestolen heeft.

Toen de oorlog uitbrak heeft Abud, die maar af en toe als losse arbeider een baantje had, de ene kamer in Bagdad die hij met zijn vrouw en vier kinderen huurde, opgegeven. Tijdens de bombardementen zochten ze een goed heenkomen in een dorp buiten Bagdad. Maar na de val van het bewind van Saddam Hussein en de anarchie die daarop volgde, lachte het geluk mensen als Abud plotseling toe. Veel gebouwen waren kapotgebombardeerd, andere kort daarna geplunderd. Niemand legde hun in die omstandigheden ook maar een strobreed in de weg bij het afvoeren van bruikbare stenen en andere nuttige bouwmaterialen.

Enkele meters verderop zijn Rabah Salihi, zijn vrouw en zes kinderen sinds vier dagen de trotse bewoners van een soortgelijke tweekamerwoning. De toegangsdeur bestaat uit een kennelijk door plundering verworven metalen plaat, waarop voor batterijen wordt geadverteerd. Schuldig voelen ze zich in het geheel niet. ,,Saddam Hussein heeft nooit iets voor ons armen gedaan. Nu hadden wij eindelijk de kans iets voor onszelf te doen'', zegt de vrouw van Salihi.

Ook in veel andere Iraakse steden hebben de armen toegeslagen. In veel wijken proberen ze zo snel mogelijk een woning op te zetten. Overal zijn ze te zien, zeulend met steenbrokken naar ezelskarren op weg naar hun nieuwe onderkomen.

In Basra gebeurde dat zelfs op enkele meters van een net blootgelegd massagraf. De Britse militairen, die de dienst uitmaken in Basra, hebben inmiddels laten weten dat zulke illegale woningen dienen te verdwijnen. Ze zullen overtreders niet beboeten of arresteren, zo zeggen ze, maar de woningen moeten weg.

Zover is het in het veel grotere Bagdad nog lang niet. Tot vreugde van de families Abud en Salihi. ,,We hopen hier gelukkig te zijn'', zegt Salihi, die voor de kost een weinig profijtelijk kledingstalletje drijft. ,,Maar echt gelukkig zijn we pas wanneer dit alles echt erkend is als ons eigendom.''

VN-RESOLUTIE: pagina 5