Achterstand in onderzoek mensenhandel

Door capaciteitsgebrek bij de landelijke politiekorpsen zijn sinds de opheffing van het bordeelverbod in oktober 2000 veertien onderzoeken naar mensenhandel `op de plank' blijven liggen. De politie heeft in deze zaken voldoende informatie en bewijsmateriaal om verdachten aan te houden, maar eenvoudigweg niet de mensen om dit te doen. Dat blijkt uit de Politiemonitor 2002, waarin een voorlopige evaluatie wordt gegeven van het landelijke Project Prostitutie/Mensenhandel de Nederlandse Politie (PPMdNP).

In Eindhoven zoekt het speciaal opgezette `prostitutiecontroleteam' sinds een jaar op websites en in blaadjes naar nummers van escortbureaus. ,,We controleren of nummers die we tegenkomen wel van een kosjer bedrijf zijn. Als dat niet zo is, bombarderen we ze met telefoontjes, zodat het systeem crasht en ze wel móéten ophouden.'' J. Beelen, beleidsadviseur van het korps Brabant-Zuidoost, hoopt hiermee te bereiken dat de bureaus dan overstappen op het in dienst nemen van legale vrouwen.

De aanpak van prostitutie verschilt sterk per politiekorps. In Midden- en West-Brabant worden de controles gecombineerd met onderzoek. ,,We stappen op onregelmatige momenten sekstenten binnen. Dan kijken we niet alleen naar identiteit en leeftijd van prostituees, maar we onderzoeken ook de organisatie erachter'', zegt S. Worms, woordvoerder van het korps. Tijdens deze controles is het korps al heel wat louche zaken op het spoor gekomen. ,,Door goed op te letten zie je nieuwe zaken zoals verborgen camera's en routes waarlangs illegale prostituees vluchten als er politie voor de deur staat.''

In de zuidelijke regio doet een groepje van vijf tot zes rechercheurs voortdurend onderzoek naar mensenhandel. In Groningen daarentegen is volgens politiewoordvoerder P. Boomsma het ,,opsporen van illegale prostituees een taak van de vreemdelingendienst''. Het Groningse `mensenhandelinterventieteam' behandelt alleen zaken als er aangifte is gedaan, hoewel prostituees dat vaak niet durven.

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel schreef in september 2002 ook al dat ,,een zaak in de praktijk vaak pas wordt opgepakt als er een aangifte is''. Toch is dit niet overal het geval, zoals aan de actieve aanpak van Eindhoven te zien is. Daar blijft het niet alleen bij onderzoek naar illegale prostitutie onder vrouwen. Eindhoven gaat ook de zogenoemde `banen' onderzoeken. ,,Banen zijn plekken langs de snelweg waar homoseksuelen elkaar ontmoeten en het kan best zijn dat dat niet altijd vrijwillig gebeurt of dat er mannen tegen betaling actief zijn. Of minderjarigen'', zegt Beelen.

Ook de capaciteitsproblemen verschillen per korps. Noord-Holland-Noord heeft met vier onderzoeken de meeste `plankzaken' van alle politieteams. Deze onderzoeken worden pas afgehandeld als de politie daar tijd voor vindt. ,,En dat kan nu zijn, maar ook over een paar jaar'', zegt woordvoerder Plaschek van het korps in de kop van Noord-Holland. Het `prostitutiecontroleteam', dat op dit moment met twee onderzoeken naar mensenhandel bezig is, bestaat hier uit zo'n twintig mensen. ,,Vorig jaar en het jaar ervoor hebben we wel grote mensenhandelzaken opgerold'', aldus Plaschek.

Volgens Plaschek kunnen niet alle onderzoeken worden afgehandeld omdat het team ,,maximaal drie zaken tegelijk'' kan behandelen. Het team is veel tijd en mankracht kwijt aan controles op vergunningen. De Haagse burgemeester W. Deetman, korpsbeheerder van de politie Haaglanden, klaagde hier afgelopen februari in een notitie aan de regering ook al over. ,,Dit gaat ten koste van de politie-inzet bij strafbare vormen van exploitatie van prostitutie'', schreef hij.