1,174

DE EURO IS weer terug bij af. De munt van twaalf Europese landen scheerde gisteren op de valutamarkten langs de introductiekoers van ruim vier jaar geleden. Maar het is niet zozeer de hardheid van de euro, als wel de zwakte van de dollar die hiermee zichtbaar wordt. Niettemin levert de opmars van de euro tot nu toe onderschatte problemen op voor de Europese economie. Op 31 december 1998 werd de toenmalige Europese rekeneenheid (ecu) omgezet in de euro en toen de valutamarkten in het nieuwe jaar openden noteerde de euro 1,174 dollar. In de euforie na de invoering ging de nieuwe Europese munt kortstondig iets omhoog maar daarna was de glans er af. Tot midden 2002 kende de euro eigenlijk maar één weg en die was omlaag. De dollar raakte overgewaardeerd. Pas met het vertrek van president Clinton kwam er een einde aan de bewuste `harde-dollarpolitiek' van Washington. Voor president Bush is de dollarkoers geen kwestie van economische zorg.

Er doet zich nu een absurde situatie in de wereld voor. De Verenigde Staten zijn onbetwist het machtigste land ter wereld, een hypermacht met een militaire slagkracht en een economische dynamiek sterker dan enig ander land. De Europese Unie is verdeeld als het om buitenlands beleid en defensie gaat, gaat gebukt onder vergrijzing en economische stagnatie. Maar de euro is ondertussen een sterkere munt dan de dollar. De oorzaak hiervan is gelegen in de Amerikaanse overbestedingen, het oplopende tekort op de Amerikaanse begroting en de recordtekorten op de Amerikaanse handelsbalans. Zolang de wereld de dollar aanvaardt, kunnen de Verenigde Staten er net zoveel van uitgeven als ze willen.

Voor de Europese landen komt de koersstijging van de euro economisch gezien hoogst ongelegen. Een sterke munt houdt de importprijzen (bijvoorbeeld van olie) laag en drukt daarmee de inflatie, maar de inflatie is al verwaarloosbaar laag in de grote Europese landen. Eerder dreigt in Duitsland het gevaar van deflatie – prijsdalingen – en dat wordt versterkt door de dalende dollarkoers. De VS exporteren als het ware deflatie naar Europa. Aangezien wisselkoersen direct van invloed zijn op de export van goederen, drukt de stijging van de euro de Europese exporten en daarmee gaat de economie in de richting van recessie. De afwachtende houding van de Europese Centrale Bank om de rente te verlagen, helpt niet om dit proces te keren.

DE AMERIKANEN hebben hun lippendienst aan een harde dollar openlijk losgelaten. Minister Snow van Financiën zei afgelopen weekeinde dat Amerika heel goed kan leven met een `bescheiden herschikking' van de wisselkoersen. Een dollardaling biedt voor de VS vooralsnog alleen maar voordelen. Een zwakke dollar helpt het Amerikaanse herstel en vergemakkelijkt de aanpassing van de economie. Grote en kleine investeerders in de rest van de wereld, die de afgelopen jaren de Amerikaanse tekorten hebben gefinancierd, zitten ondertussen opgescheept met dollarvorderingen die minder waard zijn. Zo lost Amerika zijn schulden af. De eurolanden worden hierdoor hardhandig wakker geschud. Drie jaar lang konden ze zich verschuilen achter de relatieve zwakte van de euro. Nu moeten ze leren omgaan met een munt die in de voorzienbare toekomst meer waard is dan de introductiekoers in 1999.