Zoeken naar een geschikte getuige

Justitie schakelde Amerikaanse hulp in om een getuige-deskundige te vinden. De keus viel op een Libanese christen met een extreem-rechts verleden.

De getuige-deskundige had zijn eigen boeken meegenomen naar de rechtszaal. Tijdens zijn verhoor, vorige week in de rechtbank in Rotterdam, hield hij ze één voor één omhoog. Alsof hij wilde zeggen: ik, Antoine Basbous, directeur van het Observatoire des Pays Arabes in Parijs, ben iemand van gewicht.

De rechtbank had Basbous op voordracht van het openbaar ministerie als getuige-deskundige benoemd in de rechtszaak tegen twaalf vermeende moslimterroristen rondom de Al-Fourqaan moskee in Eindhoven. Hij gaf een analyse van honderden honderden pagina's islamitische geschriften die waren aangetroffen bij de verdachten. Zijn oordeel was glashelder: ,,Er is geen pagina'', zo zei de Franse Libanees, ,,geen regel, die niet oproept tot de jihad.''

De zelfbenoemde islamoloog Basbous hij studeerde rechten en politieke wetenschappen was niet als enige expert opgeroepen. Op verzoek van de verdediging gaf ook de Amsterdamse arabist Ruud Peters zijn visie. Deze vond eveneens dat één of twee documenten opriepen tot de heilige oorlog. Maar Basbous' conclusie dat ál het materiaal bedoeld was voor het ronselen van jihad-strijders, kon hij ,,absoluut niet'' onderschrijven, zo zei hij. ,,Ik snap niet waarop hij dat baseert.''

Voor het verhoor hadden zowel de officier van justitie als de verdediging geprobeerd elkaars expert verdacht te maken. Valente vroeg zich af of Peters zich niet al te veel identificeerde met de Palestijnen in de bezette gebieden. Maar ook zijn éígen getuige-deskundige heeft een politiek verleden. Van 1987 tot 1991 hield Basbous zich bezig met ,,politieke activiteiten ten behoeve van Libanon'', zo vermeldt zijn cv. Wat die activiteiten waren, blijkt uit buitenlandse krantenberichten uit de late jaren tachtig: Basbous figureert daarin als de woordvoerder van de Forces Libanaises (FL), de gewapende arm van de rechts-extremistische christelijke Falange-partij. Deze koestert de idee van christelijke superioriteit ten opzichte van islamitische Arabieren. De FL speelden een bloedige hoofdrol in de Libanese burgeroorlog (1975-1991) en is tegenwoordig in Libanon verboden.

Het Europese hoofdkwartier van de FL in Londen bevestigt – bij monde van een tussenpersoon – dat Basbous tot 1990 lid was van de FL. Basbous zelf zegt in een telefonische reactie tussen 1987 en 1991 te hebben gewerkt voor het `Libanese Front', een bundeling van christelijke milities tegen de moslims, die werd gedomineerd door de FL en de Falange. Het is iets, zegt Basbous, waarop hij ,,trots'' is. In 1991 heeft hij echter de ,,deze politieke pagina van zijn leven omgeslagen.'' Volgens Basbous heeft zijn politieke verleden ,,geen enkele invloed'' op zijn huidige analyses van de Arabische wereld. Wel sympathiseert hij nog steeds met de FL. Zo vindt hij dat de huidige leider van de militie, Samir Geagea (die in 1994 werd veroordeeld wegens een bomaanslag op christelijke rivalen, waarbij 11 doden vielen) onschuldig is en om politieke redenen gevangen is gezet.

Het OM wist dat zijn getuige-expert politiek actief is geweest, zo meldt een woordvoerder. Dat Basbous zich inzette voor de Falange was het OM echter niet bekend. Eigenlijk was Basbous niet de eerste keuze. Tijdens de aanloop van het proces legde niet hij, maar de Amerikaanse islamoloog Walid Phares van de Atlantic University of Florida in Miami een uitgebreide verklaring af over de documenten. Toen Phares echter verstek moest laten gaan voor de rechtszaak in Nederland, volgens eigen zeggen ,,om persoonlijke redenen'', zocht officier van justitie Valente contact met Basbous in Parijs.

Waarom ging Valente helemaal naar de VS voor een expert op het gebied van de jihad? Volgens Nederlandse arabisten als de Groningse hoogleraar F. Leemhuis zijn er in Nederland en in omringende landen ,,hele series'' experts op het gebied van islamitisch extremisme. ,,Als de officier dacht: die Peters is niet helemaal fris, dan had hij naar Hans Jansen in Leiden kunnen gaan.'' Volgens het OM was het echter ,,bijzonder moeilijk'' om een goede deskundige te vinden. Uiteindelijk, zo zegt de woordvoerder, heeft Valente daarom de hulp in geroepen van ,,Amerikaanse collega's''.

Een van hen was Cathleen Corken, plaatsvervangend hoofd van de afdeling terrorismebestrijding van het ministerie van Justitie in Washington. Uit een e-mail van Valente aan Phares op 22 november vorig jaar blijkt dat zij de eerste contacten heeft gelegd. ,,Dear mister Phares'', schrijft Valente, ,,mevrouw Corken van het ministerie van Justitie heeft enkele dagen geleden contact met u opgenomen over mijn behoefte aan een getuige-expert voor een rechtzaak in Nederland.'' Phares bevestigt gebeld te zijn door Corken. Toen hij later moest afzeggen voor de rechtszaak, droeg hij ,,een aantal'' experts voor als vervanger, onder wie Basbous. ,,Waarschijnlijk de beste.'' Phares is net als Basbous ook een Libanese christen in de diaspora. Tot voor kort was hij directeur de World Lebanese Organisation (WLO), een vereniging van christelijke Libanezen in ballingschap. De WLO, zo meldt de organisatie op haar site, is gesticht door verschillende partijen van het ,,Libanese christelijke verzet'', waaronder het Libanese Front en de FL.

Phares zegt het jammer te vinden dat hij zelf niet bij de rechtszaak aanwezig kan zijn. De islamoloog denkt echter dat hij met zijn verklaring voor de rechter-commissaris toch een belangrijke bijdrage heeft kunnen leveren. Wat hem opviel, was dat de Nederlandse werkwijze sterk verschilde van de Amerikaanse. ,,Valente zei: evalueer dit materiaal en zeg me dan wat je er van vindt. In de VS gaat dat heel anders. In de VS zeggen ze: vertel me wat je kunt vinden om dit te bewijzen.''