VS op goede weg in strijd tegen terrorisme

Tegen de aanslagen van Al-Qaeda is maar één verdediging mogelijk: liberale democratisering. Daarom moet het Amerikaanse optreden in Irak van harte worden gesteund, vindt Arend Jan Boekestijn.

Volgens Washington is politieke en economische uitsluiting de voedingsbodem voor terrorisme. Daarom hoopt de Amerikaanse regering dat hervormingen in Irak zich als een olievlek zullen verspreiden over de regio. De recente aanslagen in Saoedi-Arabië en Marokko bewijzen echter dat Al-Qaeda nog niet verslagen is. Volgens de New York Times opereert Al-Qaeda alweer vanuit een dozijn locaties, waaronder Kenia, Soedan, Pakistan en Tsjetsjenië.

De Amerikaanse anti-terrorisme strategie lijkt dus nog niet te werken. Genereert de Amerikaanse aanwezigheid in Irak niet eerder meer dan minder terrorisme? Was het maar zo simpel. Als de Amerikaanse presentie in het Midden-Oosten zou leiden tot terrorisme, hoefde Washington zich alleen maar terug te trekken en het probleem zou vanzelf opgelost zijn. In werkelijkheid ligt het veel ingewikkelder.

Terrorisme kent vele oorzaken. Voor de Palestijnen en de bevolking van Kashmir en Tsjetsjenië is de strijd om onafhankelijkheid ontaardt in een terroristische oorlog van moslims tegen een niet-islamitisch bestuur. In Saoedi-Arabië, Egypte en Algerije plegen sommige moslims aanslagen omdat zij een einde willen maken aan hun eigen regeringen, die niet meer zuiver in de leer zouden zijn. Voor de aanhangers van Al-Qaeda is elke aanslag op niet-gelovigen gerechtvaardigd omdat zij menen dat de laatsten zich verzetten tegen de verspreiding van het ware geloof.

Al-Qaeda is zonder twijfel de akeligste variant van dit terrorisme. De Amerikaanse aankondiging binnenkort een eind te maken aan de Amerikaanse militaire presentie in Saoedi-Arabië – een oude grief van Al-Qaeda – hebben de recente aanslagen immers niet voorkomen. Het corrupte vorstenhuis en de ongelovigen moeten er sowieso aan geloven, ongeacht of Amerikaanse soldaten blijven of gaan. Er lijkt dus geen alternatief te zijn voor de verbeten Amerikaanse War on terror.

Ook de recente aanslagen in Marokko laten zo'n patroon zien. Net als in Saoedi-Arabië menen de aanhangers van Al-Qaeda dat de Marokkaanse regering het ware geloof verzaakt. En net als in Saoedi-Arabië leiden gedragswijzigingen niet tot minder aanslagen. Marokko is namelijk een trouwe bondgenoot van de VS in het Midden-Oosten en een steunpilaar in de strijd tegen het terrorisme. Vorig jaar werden in Marokko tien leden van een terroristische cel van Al-Qaeda opgepakt en sommigen van hen werden voor tien jaar opgeborgen. Dit jaar heeft Marokko zich in de ogen van de fundamentalisten beter gedragen. Marokko wees de aanval op Irak af en er werden grote anti-Amerikaanse demonstraties gehouden. Niettemin vond er een afschuwelijke aanslag plaats. Wat het Westen op korte termijn ook doet, Al-Qaeda zal de strijd voortzetten tegen de ongelovigen.

Toch richten veel critici hun pijlen op het gedrag van de Amerikanen. Volgens hen zal het Amerikaanse voornemen Irak te hervormen alleen maar meer terrorisme produceren. Dat is een merkwaardige redenering. Al-Qaeda weet heel goed dat de aanslag in Casablanca het kwetsbare democratiseringsproces in Marokko in gevaar brengt en vreest ook dat terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Saoedi-Arabië het vorstenhuis in een sterkere positie brengt om hervormingen door te voeren. In beide gevallen zal het fundamentalisme verzwakt worden.

Aartsvijand nummer één van het terrorisme is dus de liberale democratie. Democratisering alléén is niet voldoende omdat dan, zoals in Algerije, de theocraten de meerderheid verwerven. Zonder liberalisme gaat het niet. En dat betekent eerbiediging van eigendomsrechten, onafhankelijke banken en rechters, en scheiding van kerk en staat.

Liberalisme? Dat is een vorm van neokolonialisme hoor je de cultuurrelativisten al roepen. Ook dat is een misvatting. Zijn wij zo racistisch dat westerse democratische noties in het Midden-Oosten geen pas hebben? Hoe komt het dan dat andere westerse noties als socialisme of stalinisme in het Midden-Oosten wel aftrek vonden? Saddams intellectuele bagage was doordrenkt van westerse noties.

Zouden al die mensen in Irak die hun naasten net hebben opgegraven, geen belangstelling hebben voor een rechtssysteem waarin elementaire mensenrechten worden gewaarborgd? En hebben veel Marokkanen dit weekeinde niet nog eens een keer vastgesteld dat de aanslagen van Al-Qaeda, waarbij ook veel moslims het leven lieten, een doodlopende weg is?

Zo bezien ligt het veel meer voor de hand dat regimewisseling in Irak, resulterend in hervormingen daar en hopelijk ook elders, het terrorisme op termijn zal verzwakken. Als het namelijk lukt om van Irak een vreedzame en een klein beetje democratische staat te maken waarin mensenrechten meer waard zijn dan onder Saddam, dan zou dat een belangrijke voorbeeldfunctie voor de hele regio kunnen hebben. Alle moslims in het Midden-Oosten zouden dan met eigen ogen kunnen vaststellen dat er een democratisch alternatief bestaat voor een seculiere of een islamitische dictatuur. Of moeten de Amerikanen gewoon met de handen in de zakken toekijken als Irak verandert in een shi'itische theocratie?

Natuurlijk is het een hachelijke aangelegenheid om Irak te hervormen. Maar er zijn gunstige omstandigheden. Er is olie, er is een goed opgeleide middenklasse, en er is ruimschoots ervaring opgedaan met secularisatie onder Saddam. En afgezien van de oude Ba'ath-diehards is er een wijdverspreide afkeer van totalitarisme. Bovendien hebben de Koerden ervaring opgedaan met democratie in hun noordelijke zone. Niet alles is negatief. En het alternatief is stagnatie en ellende. Alsof dat geen voedingsbodem is voor terrorisme.

Helaas verwerpen Frankrijk, Duitsland, China en Rusland deze Amerikaanse democratische dominotheorie. In plaats van de Coalitie te helpen met de lastige overgangssfase in Irak, merken zij schamper op dat de regio nog nooit democratie heeft gekend. In plaats van creatief mee te denken hoe hervormingen in Irak kunnen werken, richten deze landen zich geheel op hun eigen belangen.

Zo verzetten zij zich tegen een VN-resolutie die de sancties opheft in de hoop dat zij concessies van de Verenigde Staten kunnen verkrijgen. Zij vinden dat de Veiligheidsraad pas de sancties kan opheffen indien de VN-wapeninspecteurs hebben vastgesteld dat Irak geen massavernietigingswapens meer bezit. En dan te bedenken dat deze twee landen in de jaren negentig niets hebben nagelaten om de sancties te ondergraven. In 1999 hebben Rusland en Frankrijk zich zelfs verzet tegen een resolutie die nieuwe wapeninspecties mogelijk zouden maken. En nu de Amerikanen de zaak in Bagdad runnen, zijn Parijs en Moskou opeens grote voorstanders van sancties en zeer geïnteresseerd in de vraag of Irak massavernietigingswapens bezit.

Parijs en Moskou zoeken naar wegen Washington onder druk te zetten om hun economische belangen in het Irak van Saddam Hussein ook te honoreren in het post-Saddam tijdperk. Zij dreigen nog niet om hun vetorecht te gebruiken tegen de door de Verenigde Staten, Spanje en het Verenigd Koninkrijk ingediende resolutie om de sancties af te schaffen, maar ze liggen wel dwars. Zij vragen in ruil voor hun medewerking dat het nieuwe Iraakse bewind Saddams schulden en olieconcessies aan Parijs en Moskou erkent. Voorts willen zij ook dat de Verenigde Nateis een prominentere rol in Irak spelen.

Gelukkig hebben de Amerikanen de tijd aan hun zijde. Het bestaande `Oil for Food Program' moet regelmatig worden verlengd. Op 3 juni is dat weer het geval. Dat is precies de laatste dag van een G8-top in Frankrijk. Washington zal natuurlijk nooit instemmen met een verlenging en in dat geval hebben Moskou en Parijs alles verloren. Het wordt dus tijd zaken te doen. Berlijn is al aan het schuiven. Laten we hopen dat ook Parijs en Moskou de mouwen opstropen en mee gaan helpen aan de wederopbouw en hervorming van Irak. De maskerade heeft lang genoeg geduurd.

Arend Jan Boekestijn is historicus en verbonden aan de Universiteit Utrecht.