Stembusspektakel

DE VERPLICHTE GANG naar de stembus, gisteren in België, heeft de zuiderburen een spectaculair resultaat opgeleverd. De socialisten zijn de grote winnaars in zowel Vlaanderen als Wallonië. De winst die de partijen van de Nederlandstalige Steve Stevaert (SP.A) en de Franstalige Elio di Rupo (PS) boekten, maakt hen in aantal stemmen ,,de grootste politieke familie in België'', zoals het Vlaamse dagblad De Standaard het vandaag noemt. De liberalen wonnen aan beide zijden van de taalgrens eveneens, maar de winst van minister-president Guy Verhofstadts partij VLD was te klein voor een garantie op voortzetting van zijn premierschap. Dramatisch waren de verliezen bij de Groenen. In Vlaanderen werden ze weggevaagd; in Wallonië meer dan gehalveerd. De christen-democraten (CD&V en CDH) overtuigden na vier jaar oppositie niet. Ze verloren één zetel. Hun decennialange rol in het centrum van de macht lijkt voorlopig uitgespeeld, maar omdat in de politiek niets voor eeuwig is kunnen ze niet bij voorbaat worden afgeschreven. Het extreemrechtse Vlaams Blok boekte winst, al was die niet zo groot als die van de socialisten. Het Blok hoort thans met achttien zetels tot de politieke hoofdstromingen van het land.

HET IS VERLEIDELIJK om vergelijkingen te maken met de Nederlandse politiek. Die zijn zeker mogelijk, hoewel er meer verschillen zijn dan overeenkomsten. In de Belgische verkiezingscampagne werd overigens meermaals voor `Nederlandse toestanden' gewaarschuwd – en met recht. De opkomst van Fortuyn, zijn gewelddadige dood gevolgd door turbulente verkiezingen, de val van het kabinet, nieuwe verkiezingen en een ellenlange formatie zijn in het buitenland niet onopgemerkt gebleven. Een beetje leedvermaak over Nederland, doorgaans zo hoog te paard, was er in België wel. Maar juist de recente Nederlandse ervaring met een populistische beweging kan de Belgen van pas komen. Want het negeren van het Vlaams Blok, het `cordon sanitaire' van de gevestigde politieke partijen en de consensus daarover bij de publieke opinie, vergroot het mishagen bij dat deel van het electoraat dat zich al jaren weggezet weet. De Nederlandse les is dat er geen betere voedingsbodem bestaat voor het ongenoegen van de verongelijkten dan de wetenschap bewust over het hoofd te worden gezien. Anders gezegd: het wordt tijd dat België een verantwoord politiek antwoord formuleert op de groei van het Blok.

VOOR DE machtsvraag is dit nu niet aan de orde. Het lijkt voor de hand te liggen dat de coalitie van liberalen en socialisten zonder de Groenen doorregeert. Wie de premier mag leveren is een interessante vraag die in de gecompliceerde Belgische verhoudingen mede wordt bepaald door de taalkwestie. Maar een `paarse' regering waarin de beide uitersten van het klassieke politieke spectrum zijn verenigd – rood en blauw – in combinatie met een christen-democratische oppositie die te wensen overlaat, maakt dat de kiezer op termijn de sensatie heeft dat er verrassend weinig te kiezen valt. Daarom toch een bescheiden waarschuwing uit het politiek getourmenteerde Nederland: net als op het Binnenhof moeten de politici in de Brusselse Wetstraat het hebben van gezonde polarisatie. Zonder dat is de in België zo verlangde modernisering uitgesloten. De enigen die dan het verschil nog maken zijn de populisten.