Ontmoeting

Hoe oud zal ze geweest zijn? Hooguit achttien.

Ze studeerde in Leiden waar ze op een vrijdag in mei de internationale trein naar Brussel nam. Op gelijke hoogte, aan de andere kant van het gangpad, zat ik even geboeid als machteloos toe te kijken, als een bioscoopganger naar een film vol suspense.

Soms is de werkelijkheid een film waarin je niet kunt ingrijpen.

In Den Haag kon ze een plaatsje opschuiven: van het gangpad naar het raam. Ze zette haar rugzak op de stoel naast zich, maar het was druk en een donkere man vroeg haar of hij naast haar mocht zitten. Ze knikte, waarop hij haar rugzak in het bovenrek zette.

Vanaf dat moment liet hij haar niet meer los.

Hij was zeker een jaar of tien ouder, een stevige, middelgrote man met grove handen. Hij vertelde dat hij een Algerijn was, werkzaam als kok in Gouda, en dat hij op weg was naar Frankrijk. Hij vroeg of ze Frans sprak, maar zij stelde voor op Engels over te schakelen, wat hem maar matig afging.

Hij sprak op een zachte, bijna overredende toon tegen haar, alsof ze elkaar al langer kenden. Hij stelde vooral veel vragen en zei weinig over zichzelf.

Het meisje was niet mooi, maar wel ontwapenend. Ze had wat puistjes in haar gezicht en droeg een beugel. Haar stem klaterde als helder bronwater terwijl ze op elke vraag uitvoerig inging.

Waar ze woonde? In Zeeland. Of ze ook broers had? Nee, ze was de oudste van vijf zusjes. Koken, dat kon ze nauwelijks, maar met rijlessen was ze inmiddels begonnen. En ze was nu op weg naar haar ouders en haar vriend. Dat zei ze enkele malen terloops, zoals vrouwen dat doen als ze geen misverstanden willen wekken: haar vriend.

Hij leek aandachtig te luisteren, maar dat was schijn. Hij vroeg een paar keer hetzelfde, waaruit ik opmaakte dat hij vooral bezig was het gesprek gaande te houden.

Hij wilde iets van haar.

Na een halfuurtje kreeg hij van haar gedaan dat hij haar rugzak mocht pakken. Ik hield mijn adem in. Ging hij haar rollen? Moest ik haar waarschuwen? Nee, natuurlijk niet. Ze nam de rugzak aan en haalde er een blocnote uit.

Haar adres in Leiden? Oké, ze zou het wel even opschrijven.

Niet doen, had ik bijna geroepen, je weet nooit wat hij van plan is. Of had ik te veel lugubere boeken van Patricia Highsmith gelezen, waarin ogenschijnlijk normale mannen zich als een meteoor in het leven van argeloze vrouwen boren?

Maar terwijl ik niets riep, schreef zij haar adres op. En hij gaf haar het zijne, de goeierd.

In Roosendaal stapte ze over. ,,Goodbye'', zei ze luchtig tegen hem.

Hij stond op om haar zo lang mogelijk na te kijken. Toen zakte hij terug in zijn stoel en diepte het papiertje met haar adres op. Hij keek er lang en aandachtig naar. Een poosje later herhaalde hij die handeling.

Er zijn enkele scenario's denkbaar: 1. Hij was inderdaad een Highsmith-griezel. 2. Hij was een eenzame stakkerd, op zoek naar contact (dit hoeft het eerste scenario niet uit te sluiten). 3. Hij zocht een correspondentievriendin.

U mag kiezen.