Nooit meer overkoken

Elektrisch koken is geen ellende meer. De kookplaten laten zich bijna even soepel regelen als het vertrouwde gasfornuis en ook het milieu heeft geen duidelijke voorkeur meer. Slimme sensoren zorgen dat de aardappelen niet overkoken.

Voor wie het gasfornuis gewend is was elektrisch koken altijd een straf. Wanhopig stond je aan de knoppen te draaien terwijl de broccoli niet aan de kook wilde komen en de pastapan overkookte, tot je hem van de kookplaat evacueerde. Decennialang betekende de overstap van gas naar elektrisch opnieuw leren koken. Koken op gas was de norm, elektrisch koken deed je uit arren moede. Maar de techniek ontwikkelt zich snel. Moderne keramische en inductiekookplaten vertonen nog maar weinig gelijkenis met de logge en trage instrumenten uit het verleden. Dankzij slimme sensoren en moderne halogeen-, Quicktherm- of inductie-kookzones bieden ze zelfs meer kookgemak dan het vertrouwde gasfornuis. En dat is een zegen voor veel kopers van nieuwbouwwoningen, waarvan één op de drie zonder gasaansluiting wordt opgeleverd. Zo'n kwart van de Nederlanders kookt elektrisch. Een percentage dat langzaam stijgt.

Keramische kookplaten heb je al vanaf 500 euro (een korting van een kwart op de adviesprijs is geen uitzondering). De kosten van de benodigde elektrische aanpassingen kunnen de investering gemakkelijk verdubbelen. Voor al dat geld heb je dan wel een strakke kookplaat in de keuken die zich – zeker met tiptoetsen of afneembare knoppen – even makkelijk laat reinigen als het aanrecht. Tenminste, zolang voedselresten niet zijn aangebakken en ingebrand.

De moderne kookplaat is gemaakt van glaskeramiek. Glas dat door de toevoeging van titaanoxide tijdens het productieproces tot kristallisatie wordt gebracht. Daarbij wint het aan krasvastheid en hittebestendigheid: glaskeramiek kan gemakkelijk een temperatuur van achthonderd graden verdragen. De kristallisatie zorgt wel voor een duistere mist in het materiaal. De plaat laat weinig licht door maar wel warmtestraling. De gloei-elementen die vanonder tegen het glas drukken, zenden een belangrijk deel van hun energie direct naar de onderkant van de pan. Warmte geleiden doet de keramische plaat zo min mogelijk. Dat om te voorkomen dat de warmte onder de pan vandaan kruipt. In de kookzone loopt de temperatuur tot 450 graden Celsius op, daarbuiten blijft het koel.

Verdwijnt bij een doorsnee gasfornuis 65 procent van de warmte langs de oren van de pan de afzuigkap in, bij een moderne keramische kookplaat is het verlies maar veertig procent. Dat mede dankzij uitvindingen als autofocus, waarbij de kookzone zich automatisch aanpast aan de diameter van de pan. Sommige kookplaten houden zelfs de temperatuur van de pan in de gaten. Koken de aardappelen, dan gaat de kookzone automatisch omlaag. Handig en het spaart veel energie.

Ook de opwarmtijd is sterk bekort. Fabrikanten voegen aan de kookzones ringvormige halogeenlampen toe die aanflitsen zodra je aan de knop draait. Binnen een fractie van een seconde bereikt de lichtenergie de pan. Is de gloeispiraal op temperatuur, dan gaat de lamp weer uit. Een nieuwe trend is de snelle Quicktherm gloeispiraal, gemaakt van dun geribbeld bandijzer, waardoor een hoge vermogensdichtheid ontstaat. In drie seconden zijn ze op temperatuur, waardoor de assistentie van lampen niet meer nodig is. De belangrijkste vertraging zit hem nog in het nawarmen van de glasplaat, na het uitschakelen van een kookzone.

Wie niet tegen nawarmende kookzones kan, kiest voor een inductiekookplaat (vanaf 1.100 euro). De gloeispiraal is vervangen door een magneetspoel die een snel wisselend magnetisch veld opwekt dat in de bodem van de pan voor wervelstromen zorgt die de pan verwarmen. De kookplaat verhit de pan, niet de glasplaat. En dat is wel zo effectief. De glasplaat wordt niet direct verhit, zodat de temperatuur beduidend lager ligt: 120 graden Celsius bij koken, 190 bij bakken. Je brandt je vingers minder snel en etensresten branden niet in. En het water is eerder aan de kook, want van de energie uit het stopcontact komt tachtig tot negentig procent in de pan. Dat scheelt ook op de energierekening. Ben je bij een moderne keramische kookplaat aan een doorsnee maaltijd ongeveer een eurokwartje kwijt, bij een inductiekookplaat is dat zeven eurocent minder. Een besparing waarmee je de meerkosten overigens niet snel terugverdient.

Het vertrouwde gasfornuis blijft de voordeligste keuze. Daarmee heb je het eten voor 12 eurocent op tafel. Het prijsverschil zit hem in de kostprijs van de elektriciteit, niet in het energieverbruik, want erg zuinig is een doorsnee gasfornuis met een verlies van 65 procent niet.

Voor een eerlijke energievergelijking met elektrisch koken moet je natuurlijk ook de verliezen bij de elektriciteitsopwekking en -distributie in rekening brengen. Het Rijksinstituut voor Milieu (RIVM) raamt die verliezen op zestig procent. En daarmee komen de energiesommetjes voor het oude gasfornuis en de nieuwe inductiekookplaat voorlopig op hetzelfde uit. Voorlopig, want een elektrische kookplaat die nu wordt aangeschaft wordt op termijn vanzelf energiezuiniger. Door de ingebruikname van zuiniger centrales dalen de verliezen met zo'n tien procent per decennium, raamt het RIVM.

Wie overweegt om het oude gasfornuis aan de straat te zetten moet naast inductie beslist ook een moderne gaskookplaat overwegen. Moderne gasbranders zijn compacter en stabieler en daardoor zuiniger dan hun voorgangers. Ze zijn ook gemakkelijker te reinigen dankzij hun strakke vormgeving. Soms zijn de gaspitten op een glasplaat gemonteerd. Of zelfs eronder: een speciale gasbrander die roodgloeiend wordt, onder een keramische kookplaat. De hete verbrandingsgassen stromen onder de plaat door naar achteren, waar je de restwarmte gebruikt om pannen aan de kook te houden en vlees te laten sudderen. Je schuift de pannen soepel heen en weer over het vlakke oppervlak. `Gas onder glas' is dertig procent zuiniger dan gasfornuis en inductiekookplaat. Voor nog geen negen eurocent staat het eten op tafel. Het is even sparen, dat wél. Een gas-onder-glas-kookplaat kost bij aanschaf 1.200 euro.