`Marokkanen blazen zichzelf niet op'

Zelfmoordterroristen pleegden vrijdagnacht in Casablana vijf aanslagen. Marokko bevindt zich tot zijn eigen verbijstering middenin een golf van terreur.

,,Hoe moet het nu verder met ons Marokkanen? Dit land gaat naar de donder met die gekken! C'est fini, monsieur, fini.'' Bij het Casa de España, de Spaanse sociëteit die vrijdagavond door een terreuraanslag werd getroffen, uit een man zijn afschuw en verbazing. Rond de voormalige Rue Lafayette, een buurt van de opkomende middenklasse in het centrum, heerst een bedrukte bedrijvigheid. Buurtbewoners verdringen zich achter de dranghekken terwijl terreurexperts uit blauwe auto's stappen en met koffertjes en camera's de patio van het gebouw binnenstappen. Uit de nummerplaten van de auto's valt op te maken dat het Amerikaanse en Franse specialisten betreft. Net als ooit in de gelijknamige filmklassieker lijkt in Casablanca de ruzie tussen beide landen even terzijde geschoven in de strijd tegen het terrorisme.

De balans is tot dusverre 41 doden, inclusief naar wordt aangenomen dertien daders , en rond de honderd gewonden door gelijktijdige aanslagen op vijf verschillende plaatsen. Daarmee ging het om een omvangrijke terreuroperatie. Maar het zijn vooral de Danteske scenes die de Marokkanen hebben geschokt. In het Casa de España, waar de meeste slachtoffers vielen, sneden de terroristen de portier de keel af. Zij traden vervolgens de patio binnen, waar zo'n honderd gasten, voornamelijk Marokkanen, zich voorbereidden op een bingo-avondje. ,,Terwijl ik zat te eten, zag ik ze binnenkomen; er waren explosies en er brak brand uit'', vertelt verenigingsvoorzitter Rafael Bernudez, terwijl hij tegen zijn tranen vecht. ,,Ik zag mensen zonder hoofd, weggeslingerde armen en benen. Mannen, vrouwen, kinderen.''

Waarom het Casa de España? Misschien wegens de expliciete steun van Spanje voor de oorlog in Irak, meent José Ramon Soler, een leraar die doceert op de Spaanse school. We staan voor het katholieke kerkje bij de kisten van twee Spaanse slachtoffers, voor wie een rouwmis wordt opgedragen.

De Marokkaanse regering sprak van internationaal terrorisme, maar vermeed zorgvuldig de namen Al-Qaeda en Bin Laden. Onder de 28 slachtoffers waren evenwel slechts zes buitenlanders, tegenover 22 Marokkanen. Dat het hier een cel van een moslim-extremistische groepering betreft lijdt volgens de omstanders geen twijfel.

Uit de open ramen van de eerste verdieping, waar juist een doodskist is binnengedragen, klinkt korangezang. Iedereen in de buurt kent wel iemand die bij de aanslag is omgekomen. ,,Ik kan niet geloven dat de daders Marokkanen zijn'', zegt een van de omstanders. ,,Marokkanen blazen zichzelf niet op. Zoiets komt bij ons niet voor.''

Waarom in Marokko? Zeker is dat de Marokkaanse autoriteiten al jaren de groeiende groep moslim-extremisten vrezen. Aanwijzing voor het bestaan van een terroristische infrastructuur was eerder dit jaar de veroordeling van een groepje Marokkanen en Saoediërs. Zij zouden een aanslag hebben beraamd op westerse doelen.

Volgens mensenrechtenorganisaties houdt Marokko enkele tientallen aanhangers van extremistische moslimbewegingen vast. Amerika zou een deel van zijn gevangenen uit Afghanistan voor verhoor naar Marokko hebben overgebracht. Laatste gerucht is dat het ook gaat om gevangenen uit Irak. Zelfs Saddams nummer twee, Tariq Aziz, zou zich op Marokkaanse bodem bevinden. De VS hebben dat overigens tegengesproken. [Vervolg CASABLANCA: pagina 5]

CASABLANCA

Aanslagen maken klunzige indruk

[Vervolg van pagina 1] Anderhalve kilometer westwaarts in de stad, in het joodse Lusitania-district, wordt de vraag over het waarom heel wat minder gesteld. Van het interieur van de Cercle de l'Alliance, een joodse gezelligheidsvereniging, is weinig meer over. De pluche stoelen in de grote hal liggen bedolven onder kalk en stukken plafond, alsof er een bulldozer door het interieur is gereden. De complete voordeur is verdwenen en de kracht van de explosie heeft zelfs de marmeren gevelplaten ontwricht. De muren van de tegenoverliggende gebouwen zijn bespat met bloed, haren en resten vlees van de twee zelfmoordterroristen.

De afgelopen jaren is de bewaking rond de joodse clubs, de synagoges en de restaurants opgevoerd. De aanslag vorig jaar op synagoge in Tunis een jaar geleden wekte onrust. ,,Maar uiteindelijk leven we hier betrekkelijk vreedzaam samen'', zegt de joodse buurtbewoner Jacob Perez over de situatie van de enkele duizenden joden in de stad. De moslimbeweging in Marokko mag in haar uitlatingen dan onversneden antisemitisch zijn, maar in het algemeen is Marokko trots op de historische tolerantie jegens zijn joodse minderheid.

In de Cercle werd de bewaker doodgestoken. Maar het aantal slachtoffers bleef verder beperkt. ,,Er was niemand binnen. De Cercle is dicht op vrijdagavond ter voorbereiding van de sabbat. Dat weet ieder kind hier in de buurt'', zegt Perez. Honderd meter verderop maken de aanslagen zo mogelijk een nog klunziger indruk. In het straatje tussen het zwaar beschadigde Belgische consulaat en het restaurant Positana is aan het beschadigde asfalt nog precies te zien waar de twee zelfmoordterroristen zich de lucht in lieten vliegen. Een van hun hoofden werd teruggevonden in de bouwput vijftig meter verderop, vertelt de bewaker terwijl hij een kopje muntthee aanbiedt.

,,Het is een smeerboel'', zegt de joodse eigenaar van het restaurant terwijl hij de spetters vlees en bloed op zijn koperen uithangbord bestudeert. Hij kan niet geloven dat zijn restaurant het doelwit was. ,,Dit is een klein en onbekend restaurant. En zelfs dan: waarom zijn ze niet binnengekomen? Het zat barstensvol mensen. Niemand werd gewond.'' Bij de zelfmoordaanslagen op het joodse kerkhof naast de Medina en bij het Hotel Farah was eveneens meer sprake van materiële schade dan van veel mensenlevens.

Hoe dan ook is het effect van de aanslagen is overweldigend. Binnen een paar vierkante kilometer in het centrum van Marokko's metropool blijken terroristen in staat toe te slaan. En al is de reden nog onbekend, over de gevolgen bestaat minder twijfel. ,,Een regelrechte ramp: de toeristen zullen wegblijven'', sombert een omstander bij de Casa de España. ,,En de buitenlandse investeringen.'' Een Marokkaanse journalist vreest dat het snel gedaan is met de ruime persvrijheid die het land nu nog geniet. En hoe zal het gaan met de gemeenteraadsverkiezingen, die al eerder waren uitgesteld tot september. De angst was toen al dat de moslimpartijen een te grote overwinning zouden behalen na de oorlog in Irak. De angst is nu dat heel Marokko een stukje van zijn vrijheid zal moeten offeren in de strijd tegen het terrorisme.

TERREUR: pagina 5