Kale foto's over de nasleep van Bloody Sunday

Willie Doherty was dertien toen in zijn geboortestad Derry Bloody Sunday plaatsvond. Wat op 30 januari 1972 begon als een vreedzame demonstratie van katholieke jongeren tegen de Britse regering, eindigde die middag in een gruwelijk bloedbad. Legertroepen openden in Rossville Street het vuur op de demonstranten, waarbij er dertien de dood vonden. Sindsdien is de geschiedenis van Derry overschaduwd door die gebeurtenis; popgroep U2 maakte er een wereldberoemd nummer over.

Sinds het begin van zijn carrière heeft Willie Doherty zijn oeuvre op Bloody Sunday en de nasleep ervan gericht. Daarmee plaatste hij zichzelf voor een hondsmoeilijke opgave. Juist doordat Bloody Sunday zo'n beladen, zeg maar gerust `eenduidige' waarheid vertegenwoordigt, is het voor een kunstenaar bijna onmogelijk er gelaagde, `meerduidige' kunst over te maken. Als Bloody Sunday een film zou zijn, was het al snel een melodrama: de demonstranten zijn in dit verhaal overduidelijk onschuldig, het leger de verpersoonlijking van het kwaad. Daarmee zit Doherty met een lastig probleem: hoe het drama aan de kaak te stellen zonder huilerig of moralistisch te worden?

Het is bijna vanzelfsprekend dat Doherty er niet volledig in slaagt al die valkuilen te vermijden, maar toch is dat nauwelijks een probleem, zo blijkt op zijn eerste Nederlandse overzicht in De Appel, georganiseerd in het kader van het World Wide Video Festival. Doordat hij al vanaf midden jaren tachtig aan dit onderwerp werkt, is zijn oeuvre óók een intrigerend onderzoek naar de grenzen tussen kunst en documentaire, tussen het politieke en het persoonlijke.

Aanvankelijk zien we Doherty zoeken naar zijn vorm. Het vroegste werk bestaat uit foto's, vaak in mistig, mysterieus zwart-wit, waar overheen cryptische teksten staan gedrukt als `Shrouding Pervading Fog Ice', werk dat meer doet denken aan de ascetische Land Art van Richard Long dan aan beladen semi-documentaire fotografie. Pas later beseft Doherty dat hij zijn specifieke geschiedenis beter als universele waarheid kan presenteren – wat niet bepaald moeilijk is met alle oorlogen, bomaanslagen en terreuracties die de wereld sinds Bloody Sunday hebben geteisterd.

Vooral in de foto's uit het midden van de jaren negentig slaagt hij daar uitstekend in. Kale, documentaire beelden maakt Doherty dan, van een rol prikkeldraad op de weg, een vernielde kamer, een eenzame straat. Al die beelden komen je als bezoeker meer dan bekend voor, evenzogoed van de journaals, besef je, als van vele speel- en televisiefilms. Ze kunnen uit beide werelden komen, balanceren perfect op de grens van fictie en werkelijkheid en worden alleen maar indringender doordat je beseft dat ze echt zijn. Gruwelijk echt.

Als De Appel op deze expositie één ding valt te verwijten dan is het dat er juist van deze foto's veel te weinig te zien zijn. Gelukkig wordt deze omissie voor een deel goedgemaakt door 30th January, 1972 (1993) het simpelste, maar indringendste werk op de expositie. In het midden van een schemerig zaaltje hangt een scherm waarop aan beide kanten één beeld wordt geprojecteerd: aan de ene kant een foto van de demonstranten vóór de slachting, aan de andere kant Rossville Street, zoals het er tegenwoordig bijligt. Op de achtergrond hoor je Ierse stemmen flarden van zinnen en statements uitspreken. De zoemende stemmen en kale beelden geven de toeschouwer het gevoel dat een ruimte is ingelopen waar zojuist een gruwelijke gebeurtenis heeft plaatsgevonden. De druk, de zwaarte van die gebeurtenis ligt als een doem over de ooggetuigen, maar zelf kun je die maar moeilijk bevatten, zelfs als de droge feiten je eenmaal zijn meegedeeld. Wat blijft is de onmacht, de confrontatie met een gebeurtenis die groter is dan jezelf. En het gevoel dat het zo ongeveer geweest moet zijn, na Bloody Sunday.

Tentoonstelling: Willie Doherty. De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. T/m 22 juni, di t/m zo 11-18u. Inl: www.deappel.nl