IOC ziet niets in onderzoek naar dopegebruik Lewis

Het IOC vindt dat het niet volledig is geïnformeerd over het dopegebruik door Carl Lewis en andere Amerikaanse sporters. Tot ongenoegen van voorzitter Jacques Rogge.

Het uitvoerend comité van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) is ontevreden over de informatie die het Amerikaans olympisch comité (USOC) desgevraagd heeft verstrekt over de dopingzaak van Carl Lewis en tal van andere Amerikaanse sporters in aanloop naar de Olympische Spelen van 1988 in Seoul. Desondanks ziet het bestuur geen reden tot het instellen van een onderzoek.

Het IOC-bestuur achtte zich zaterdag onvoldoende geïnformeerd door Jeff Benz de speciaal naar Madrid gezonden raadsman van USOC en eiste van het Amerikaans olympisch comité meer gegevens voor de algemene vergadering van het IOC die begin juli in Praag wordt gehouden.

Benz was het vuur door de board na aan de schenen gelegd, want hij kwam zaterdag ontdaan uit het gesprek. De jurist had het IOC er niet van kunnen overtuigen dat USOC Lewis en de zijnen volgens de reglementen had behandeld. Niet verwonderlijk, omdat hij zich had beperkt tot de zaken van Lewis en diens trainingspartner, Joe DeLoach, de olympisch kampioen van 1988 op de 200 meter.

IOC-voorzitter Jacques Rogge hield na afloop op de persconferentie zijn ongenoegen bepaald niet voor zich. Hij had Bill Martin, de in maart aangetreden voorzitter van USOC, persoonlijk om uitleg gevraagd en was teleurgesteld in het resultaat. Rogge: ,,Of hij nu een brief of een gezant stuurt, is mij om het even, maar ik had een compleet beeld verwacht. Wij willen inzicht krijgen in de gevolgde procedures. Ik had Martin ook een allesomvattend rapport gevraagd. Er circuleren al een tijd lang geruchten en verdachtmakingen en wij zagen dit voor USOC als een ideale gelegenheid duidelijkheid te verschaffen.''

Benz meende dat hij duidelijkheid had verschaft. Hij is van mening dat de zaken Lewis en DeLoach exemplarisch zijn voor de totale affaire. Benz: ,,De feiten spreken voor zich. USOC heeft gehandeld naar de regels die destijds golden en is daarmee niet afgeweken van interpretaties die ook het IOC en de internationale atletiekfederatie IAAF hanteerden. Zie de zaak van de Engelse sprinter Linford Christie, die in 1988 voor aanvang van de Spelen werd betrapt op pseudo-efedrine, maar toch in Seoul mocht starten, omdat zijn verklaring over het drinken van te veel ginsengthee werd geaccepteerd. Van Christie werd de uitleg van `onbedoeld gebruik' aanvaard, terwijl USOC Lewis en DeLoach volgens dezelfde, toen geldende norm heeft behandeld.''

Lewis en DeLoach werden in aanloop naar de Spelen van 1988 bij de Amerikaanse kwalificatietrainingen betrapt op drie verboden middelen: efedrine, pseudo-efedrine en phenylpropanolamine. Hun namen komen voor op een lijst van 114 sporters van wie dopegebruik in de doofpot zou zijn gestopt.

De onvrede bij het IOC moet overigens niet uitgelegd worden als een voorbode van harde maatregelen. Directeur François Carrard was daar zaterdag duidelijk over. Hij vertelde dat het IOC niet van plan is een onderzoek in te stellen. ,,We willen er lering uit trekken om herhaling te voorkomen'', verklaarde Carrard, die desgevraagd uitsloot dat Wade Exum en Baaron Pittenger, twee hoofdrolspelers in de affaire, persoonlijk door het IOC zullen worden gehoord. Exum is het voormalige hoofd dopingzaken van USOC, die na een verloren rechtszaak over de rechtmatigheid van zijn ontslag de zaak aan het rollen bracht. En Pittenger was in 1988 de USOC-directeur die heeft toegestaan dat de betrapte atleten op grond van het begrip `onbedoeld gebruik' mochten uitkomen op de Spelen in Seoul. Uit angst voor precedentwerking voelt het IOC niets voor de rol van politieagent; om die reden wordt USOC ook als de enige gesprekspartner beschouwd.

Van Dick Pound, voorzitter van het wereldantidopingbureau WADA, moet er een onafhankelijk onderzoek komen. Die mening verkondigde hij onlangs en herhaalde de Canadees daags voor zijn gesprek met de board tegenover journalisten. ,,Omdat het van vitaal belang is voor de geloofwaardigheid van de Olympische Spelen'', vindt Pound die de zaak met het IOC besprak.

Het IOC gaf op formele gronden naderhand geen commentaar op het onderhoud met Pound, die wel vrijuit zijn standpunt gaf. Pound: ,,We praten hier niet over `koude' medicatie. Lewis heeft middelen gebruikt waarvan hij wist dat het zijn prestaties zou verbeteren. Uit de documenten blijkt bovendien dat de officials al hadden besloten de atleten vrijuit te laten gaan nog voor ze persoonlijk over de uitkomsten van de dopingtesten waren geïnformeerd.''

Pound trekt die conclusie uit een twintigtal documenten van USOC dat hij heeft kunnen inzien. Daaronder was een brief waarin Pittenger aan DeLoach officieel meedeelde dat hij positief was bevonden bij een dopingtest. Met een handgeschreven noot had hij daaraan toegevoegd dat DeLoach zich geen zorgen hoefde te maken. Letterlijk schreef Pittenger: `Joe, dit is een formeel bericht, waarover ik je op grond van het protocol moet inlichten. Maar zoals je weet zal deze zaak afgedaan worden als onbedoeld gebruik. Veel succes.'