Heijermans' liefde voor gemene plaggenboeren

,,Ongelukken en tweelingen komen nooit alleen.'' Volgens regisseur Arie de Mol zitten in het boerendrama Ora et Labora (`Bid en werk', 1901-1902) van Herman Heijermans minstens vijfhonderd spreekwoorden en gezegdes. Met die vele uitdrukkingen proberen de keuterboertjes in het toneelstuk de slagen van het lot te bezweren en te aanvaarden. Uit de uitdrukkingen blijkt een magisch wereldbeeld. Als de slinger van de klok valt, gaat er een dode vallen. Schoenen op tafel brengen ruzie. Bij begrafenissen moeten de klokken stilgezet en de spiegels bedekt worden.

En, iets praktischer, trouwen doe je alleen als je er materieel wijzer van wordt: ,,Wat geeft trouwen als je samen vier naakte billen meebrengt.''

Niets helpt natuurlijk. Zonder aanwijsbare reden worden de boeren steeds weer te grazen genomen. De laatste koe en grootmoe sterft, de rijke buurman aast op het laatste `lappie' eigen grond; het gerecht legt beslag op de boedel. Brood en turf zijn schaars. Als het vriest, geselt de noordenwind hun gekromde ruggen, als het dooit, spoelen ze bijkans uit hun plaggenhut. ,,Ja, d'r staat geschreven bid en werk, bid en werk, maar al bid je dagen en weken, werk is er nie en komt 'r nie'', verzuchten ze. Naarstig zoeken de boeren naar een manier om hiermee om te gaan. De een zoekt het in berusting en religie, de andere in bitterheid en naijver. En – zoals gebruikelijk bij Heijermans – één man is opstandig en zoekt naar een concrete oplossing.

Ora et Labora: een spel van het land, maakt deel uit van Heijermans reeks maatschappijkritische portretten van het Nederlandse proletariaat. Zoals hij in Op hoop van zegen de vissers portretteert en in Gluckauf! de mijnwerkers, zo gaat dit stuk over de noordelijke plaggenboeren, die Heijermans zelf bezocht in Drenthe. De socialistische schrijver stort een overvloed aan ongeluk over zijn personages uit. Aardig is dat het stuk eigenlijk goed eindigt, maar meteen daarna weer een slechte draai neemt: de zoon monstert aan om in de Oost te vechten en brengt hiermee tweehonderd gulden in. Maar dat plots verworven fortuin zorgt voor een enorme tweestrijd in de gemeenschap. Wat verder opvalt is dat Heijermans' vermaard gebruik van de smeuïge spreektaal niet echt op werkelijke dialecten berust: de noordelijke boeren praten hetzelfde als zijn vissers of stadse arbeiders.

Arie de Mol regisseerde Ora et Labora drie jaar geleden op de Toneelacademie van Maastricht. Deze lente brengt hij het stuk met zijn eigen groep Els Inc. op verschillende locaties, te beginnen met de voormalige koekfabriek van Hooimeijer te Barendrecht. De acteurs spelen zoals je dat bij Heijermans verwacht: stevig en stoer, expressionistisch, sterk aangezet als in het vroegere volkstoneel. Ze gaan gehuld in vooroorlogse boerenlompen, hebben zwarte vegen over hun gezicht en zwartgemaakte tanden. Als ze gehuild hebben, schminken ze een dikke rode rand onder de ogen. Ze ballen hun vuisten, gooien hun pet op de grond, stampen, schreeuwen, lallen en vervormen hun gezichten in wanhoop. Ze spelen de tekst – met de inmiddels toch ietwat verouderde en melodramatische strekking – doodernstig, zonder spoor van ironie. Maar juist door de ernst wordt het toch licht ironisch, zonder dat de spelers tussen ons en Heijermans gaan staan. Uit deze Ora et Labora spreekt veel liefde, liefde van Heijermans voor het gemene volk, liefde van De Mol en de spelers voor de grote volksschrijver.

Voorstelling: Ora et Labora van Herman Heijermans door Els Inc. Regie: Arie de Mol. Gezien: 15/5 Hooimeijerfabriek, Barendrecht. Nog te zien 21-25/5 Els Inc, Singel 8, Schiedam. 13-21/6 Oerol, Terschelling. Inl: 010 4731543 of www.elsinc.nl