Beloning aan de top

GOED VERDIENEN wil bijna iedereen, maar slechts weinig werknemers mogen zelf hun inkomen bepalen. Topmanagers van grote ondernemingen kunnen zonder veel tegenspel van commissarissen of aandeelhouders hun eigen arbeidsvoorwaarden schrijven. Met verwijzingen naar internationale standaards hebben ze hun salarissen opgekrikt – ook nu van de werknemers terughoudendheid in de looneisen wordt gevraagd. Natuurlijk moeten multinationaal opererende bedrijven rekening houden met een internationaal werkbare beloningsstructuur. Maar er is ook nog zoiets als maatvoering, gevoel voor verhoudingen en oog voor de werkvloer.

De voorzitter van de Duitse werkgeversorganisatie BDI noemde dit weekeinde managers bij wie de verhouding tussen inkomen en inspanning volslagen zoek is, `aasgieren' en in Nederland zijn de topverdieners afgeschilderd als plunderaars. Hierbij moet bedacht worden dat de verontwaardiging over twee verschillende situaties gaat. De eerste is de beloning in de vorm van salaris, opties, bonussen en andere extra's, de tweede is het pakket afvloeiingsregelingen bij vroegtijdig vertrek. Dat laatste steekt des te meer: falend management, waardoor werknemers en aandeelhouders gedupeerd worden, wordt met zes-cijferbedragen afgekocht. Ook al gebeurt dit volgens de arbeidsrechtelijke regels, hiervoor waren die hoge salarissen niet bedoeld. Net zomin als het de bedoeling van koers-gerelateerde beloningen zoals opties is dat bedrijven bijlappen als de opties door koersdalingen waardeloos worden. Nu grote beursgenoteerde bedrijven verplicht zijn hun beloningen aan de top openbaar te maken en de economische tijden ook nog eens weinig florissant zijn, neemt de publieke kritiek op de `exhibitionistische zelfverrijking', zoals oud-premier Kok het noemde, toe. Niet zonder effect: het ING-management zag af van een plan om de topinkomens in drie jaar met zestig procent te verhogen.

HET REGEERAKKOORD van het nieuwe kabinet voorziet in fiscale maatregelen om de topinkomens af te romen. Maar dat het niet louter om een Nederlands verschijnsel gaat, blijkt uit het voornemen van Eurocommissaris Bolkestein om de toekenning van topsalarissen in de Europese Unie aan banden te leggen. Bolkestein wil de aandeelhouders meer macht geven en bestuurders persoonlijk aansprakelijk stellen voor falend management of misleidende financiële verantwoording. Dit valt van harte toe te juichen. Vorig jaar is in de Verenige Staten naar aanleiding van de boekhoudschandalen de wetgeving drastisch verscherpt. Over de nieuwe Sarbanes-Oxley-wet – die onder meer managers verantwoordelijk stelt voor de juistheid van de bedrijfsboekhouding – hebben het Europese bedrijfsleven en ook commissaris Bolkestein zich aanvankelijk negatief uitgelaten. De Europese kritiek op de Amerikaanse verplichtingen aan niet-Amerikaanse ondernemingen was niet helemaal onterecht. Bolkestein ondervangt dit nu door met een richtlijn te komen die vergelijkbare regels aan het Europese bedrijfsleven zal opleggen. Als Europese regelgeving een tegengewicht vormt tegen de macht van het management en de positie van aandeelhouders versterkt, kan dat excessieve beloningen aan de top beteugelen.