Ach Monique

Pats boem weg. Opeens. Zomaar. Alsof een virtuele slurf uit een afschrikwekkende matrix je heeft opgeslurpt. Voor goed verdwenen in het schuim en de nevel. Zeg, Monique, that's no way to say goodbye. En waarom ben je zo wreed om ons wereldje van zorgvuldig opgestapelde zekerheden zo in de war te schoppen?

Ik kon het nieuws amper geloven toen ik het dit weekeinde vernam: polsstokhoogspringster Monique de Wilt stopt met onmiddellijke ingang met atletiek. Alsof Katja Schuurmans besloten heeft zich in een karmelietenklooster terug te trekken en op dezelfde dag Wouter Bos en Jan Peter Balkenende gezamenlijk hun vertrek uit de politiek afkondigen. Ik kan natuurlijk een uur lang in mijn vlees knijpen om uit deze nare droom te ontwaken, maar ik vrees dat het weinig zal helpen. Misschien is het beter om alles op een rij te zetten in een poging deze aberratie te begrijpen.

Met je 27 lentes heb je nog een veelbelovend atletiekleven voor je gracieuze stok. In je nog jonge carrière ben je misschien al tal van hoogtepunten gepasseerd, maar velen met mij waren meer dan overtuigd dat het beste nog moest komen. Hangend in de wolken zweefde je al talloze keren naar nieuwe Nederlandse records. Met 4,40 meter in de buitenlucht zit je niet eens zo ver van de internationale top en de 4,78 van de Russische Europees recordhoudster Svetlana Feofanova. Bij het laatste EK, vorig jaar in Duitsland, haalde je een prachtige zesde plaats die je weer recht gaf op de A-status van de Nederlandse atletiekbond. Nog maar drie maanden geleden in Gent veroverde je een nieuwe nationale titel en vestigde je een nieuw indoorrecord met 4,45.

Niets maar dan ook helemaal niets leek toen te wijzen op je abrupte ontslagneming van dit weekeinde. ,,Ik moet constanter, stabieler worden, maar ik spring agressiever dan in het verleden. Ik heb meer durf'', zei je toen tegen een journalist. Ook vertelde je met enthousiasme over de nieuwe trainingsmethode die je zelf had ontwikkeld: ,,Ik laat me tijdens de aanloop naar voren trekken door een elastiek dat vastzit aan een gordel om mijn buik. Dat gaat met hoge snelheid. Je moet daardoor alle handelingen sneller én met meer beheersing uitvoeren. Ik ben waarschijnlijk de enige atlete die op deze manier durft te springen.''

Is al die inventiviteit dan plots in het grote niets verdampt? Ik ben dit weekeinde op zoek gegaan naar vergeelde uitspraken uit het verleden die enig licht op je beslissing zouden kunnen werpen. Als een groot dreigend onweer in de verte vond ik deze twee zinnetjes: ,,Ik moet nu eenmaal hard werken om over die lat te komen. Het komt me niet aanwaaien.'' Dat was het dus, het gevoel dat je langzaam een soort dwangarbeidster was geworden. Een jonge vrouw met een lichaam van graniet en een geest vol existentialistische gedachten. Want om de roes van het vliegen te ondergaan, moesten in die martelkelders tonnen ijzer worden opgetild. Alsmaar dezelfde oefeningen in het krachthonk. En nu zeg je daar grote weerzin tegen te hebben gekregen. ,,Ik heb alle plezier in de trainingen verloren, daardoor is het niet meer vol te houden'', verklaarde je dit weekeinde je afscheid.

In mijn onmetelijke egoïsme van bewonderaar zou ik je met duizend armen willen omhelzen om je zachtjes en ongemerkt richting dat vervloekte krachthonk terug te duwen. Ik zou van dat zweethok een gouden gevangenis voor je willen maken, vol zeldzame bloemen, exotische parfums en betoverende melodieën. En op de deur zou ik een slot van diamanten willen aanbrengen. Ik schaam me hier niet voor, want zo zijn bewonderaars: zelfzuchtig en bezitterig.

Ach Monique, kon ik jou overtuigen om op je beslissing terug te komen. De zomer breekt aan en het vliegseizoen gloort hoog in de hemel. Denk je echt zonder het gefluister van de wind in je haar te kunnen leven? Zonder de erotiserende streling van de lat langs je lichaam? Denk er nog even over na. Ne nous quitte pas.