Wapenstilstand in Oost-Congo

De Congolese president Kabila en vertegenwoordigers van vijf strijdende milities uit het district Ituri hebben gisteren een wapenstilstand getekend. De ondertekening had plaats in Tanzania. Het bestand ging om elf uur gisteravond in.

Ituri in Oost-Congo, en dan vooral de hoofdstad Bunia, is al geruime tijd het toneel van uiterst bloedige gevechten tussen gewapende groepen die voortkomen uit, of gelieerd zijn aan, de rivaliserende gemeenschappen van de Lendu en de Hema. Alleen al in de afgelopen weken vielen er honderden doden. Tienduizenden mensen zijn op de vlucht geslagen.

Het bestand roept onder meer op Bunia te ,,demilitariseren'' en een einde te maken aan buitenlandse inmenging. Rwanda en Oeganda zijn ervan beschuldigd steun te bieden aan facties in de regio. In de tekst van de wapenstilstand wordt ook de weg geëffend voor de komst van een internationale interventiemacht.

Frankrijk verklaarde zich eerder al bereid hiervoor manschappen te leveren, maar andere landen houden zich nog afzijdig. De VN hebben blauwhelmen in het immense Afrikaanse land, maar die kunnen nagenoeg niets uitrichten. Ze zijn met te weinig en ze ontberen het mandaat om in te grijpen. De blauwhelmen staan met 700 man tegenover een overmacht van 28.000 strijders.

De leden van de Veiligheidsraad van de VN hebben gisteren in New York hun steun uitgesproken voor het verzoek van VN-secretaris-generaal Kofi Annan om een troepenmacht te formeren om de situatie in het oosten van Congo te stabiliseren. In een verklaring zegt de raad Annans pogingen te steunen om ,,de humanitaire situatie en de veiligheid in Bunia te verbeteren''. Daags daarvoor had de VN-commissaris voor de mensenrechten, Vieira de Mello, de internationale gemeenschap ervan beschuldigd Congo te laten stikken omdat ze alleen maar oog zou hebben voor Irak.