`Veel Iraakse mannen wilden ons zelfs kussen'

De Britten doen er in de Zuid-Iraakse stad Basra alles aan de rust te laten terugkeren. Maar dat is niet eenvoudig.

Naast het station van Basra stapt de Britse kapitein Liam Wilson uit zijn stoffige Landrover. Hij heeft een prettige mededeling voor de toegesnelde stationschef. De Britten zijn bereid gratis enkele wachtposten op te leiden om het stationsterrein te bewaken tegen plunderaars. Bovendien willen ze hen van wapens voorzien. De boodschap valt in goede aarde. ,,U bent als een roos'', roept de Iraakse functionaris verheugd. ,,I love you.''

Binnen enkele weken zullen wellicht ook Nederlandse militairen in Basra, de tweede stad van Irak, patrouilleren in het kader van een nog te vormen stabilisatiemacht. Het kabinet, dat bij voorkeur eerst een mandaat van de Verenigde Naties voor zo'n macht zou zien, heeft nog geen besluit over de missie genomen. Wel is er eind vorige week al een eerste korte verkennende missie van het ministerie van Defensie naar Basra geweest.

De Britten, die sinds hun verovering van Basra op 7 april in de stad zitten, zouden de komst van de Nederlanders toejuichen. Ze zeggen goede herinneringen te hebben aan de samenwerking bij operaties in Bosnië en Afghanistan. Maar ze laten ook een waarschuwing horen. ,,Als de Nederlanders komen, moeten ze wel netten tegen de vliegen meenemen en grote hoeveelheden zonnebrandolie, want de hitte is hier werkelijk ondragelijk'', roept soldaat Lee Andrews van het Royal Regiment of Fusiliers. Hij ligt in een heet vertrek op een veldbed met ontbloot bovenlijf bij te komen bij een ventilator, zijn uitbundige tatoeages goed zichtbaar. Buiten brandt de zon en is het kwik tot boven de 40 graden Celsius gestegen. In de zomermaanden wordt het vaak nog warmer.

Hoewel de fase van de echte oorlog voorbij is, is de rust in Basra nog steeds niet volledig teruggekeerd. Vooral 's nachts moeten de Britten erop uit om in te grijpen bij hevige schietpartijen. ,,Het gaat vaak om oude familievetes en tribale conflicten, die al tientallen jaren spelen'', zegt kapitein Wilson. De meningsverschillen gaan over het recht op een stuk land, over geld of over status en politieke invloed. Soms proberen ze elkaars dochters te ontvoeren. Een en ander ontaardt regelmatig in schietpartijen waarbij doden vallen. Een paar nachten geleden waren er al zes mensen gedood, toen de Britten ten tonele verschenen.

Aan wapens is er meestal geen gebrek, ook al hebben de Britten een bevel doen uitgaan dat alle wapens moeten worden ingeleverd. ,,In elk huis hier hebben ze desondanks een geweer'', zegt sergeant Chris Dudds. Ook zijn er nog steeds veel plunderaars actief, in sommige gevallen beroepscriminelen die vorige herfst in een genereuze bui door Saddam Hussein werden vrijgelaten uit de gevangenis. Af en toe arresteren de Britten er enkelen. In het onderkomen van het regiment, gevestigd in een voormalig complex van de Iraakse marine, is er in een hal een hoek gereserveerd voor de arrestanten. Achter dikke rollen prikkeldraad liggen zeven somber kijkende mannen op de grond. Een Britse militair houdt ze vanaf een stoel in de gaten, een machinegeweer op zijn knieën.

De verstandhouding van de Britten met het grootste deel van de bevolking is echter uitstekend. Toen de Britten begin april zegevierend Basra binnentrokken werden ze geestdriftig ontvangen. ,,Veel Iraakse mannen wilden ons zelfs kussen'', lacht Wilson. De Britse militairen, die zich bij voorkeur als echte macho's zien, ondergingen het met gemengde gevoelens.

Nog steeds wuiven vooral kinderen naar de Britten, als die passeren in hun Landrovers, vrachtwagens of pantserwagens. De waardering voor de Britten heeft ook te maken met het feit dat ze zich zeer hebben ingespannen de water- en elektriciteitstoevoer te herstellen. ,,De stroom- en watervoorziening in Basra is sinds 1991 niet meer zo goed geweest als nu'', zegt kapitein Wilson trots.

Zo goed en zo kwaad als het gaat, zoeken de Britten naar wegen om Irak verder te pacificeren. Een beetje onwennig gaat dat allemaal wel. ,,Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we geen ervaring meer opgedaan als bezetter'', zegt luitenant kolonel Nicholas Mercer, een juridische deskundige van het leger. Hij en zijn staf werken er nu hard aan om in Basra binnen twee weken weer functionerende civiele rechtbanken te hebben. ,,Samen met de Bond van Advocaten in Basra hebben we een aantal rechters geselecteerd, die niet al te zeer waren gecompromitteerd onder het regime van Saddam Hussein'', aldus Mercer.

Nick Aling, een civiele medewerker van het Britse ministerie van Defensie, erkent echter dat het niet altijd even eenvoudig is de Iraakse maatschappij weer op gang te brengen. ,,Kwesties als: wie koopt de oogst op, hoe moet het met de salarissen en de pensioenen, passen niet bepaald bij de traditionele taken van de militairen'', zegt Aling. Toch moeten er op veel van die terreinen snel knopen worden doorgehakt om verdere stagnatie en onvrede bij de bevolking in Irak te voorkomen.

Daarbij gaan wel eens zaken mis. Aling vertelt over een directeur voor de gezondheidszorg, die door de Amerikanen in Bagdad was aangesteld. Die benoemde op zijn beurt een vertrouweling in Basra als hoofd van de lokale gezondheidszorg. Artsen en medisch personeel waren echter zo verbolgen over deze benoeming dat ze weigerden onder hem te werken. Volgens hen had de man onder Saddam Hussein veel slechts gedaan. Daarop haalden de Amerikanen en de Britten bakzeil en stuurden beide functionarissen de laan uit.

,,Als buitenstaanders is het erg moeilijk om uit te maken wie wel en wie niet moet worden gezuiverd'', zegt Aling. ,,We kennen niet de volledige achtergrond van elk individu. Er komt nog bij dat velen er niet voor terugdeinzen hun rivalen opzettelijk zwart te maken, zodat die niet bepaalde banen krijgen. We proberen zo pragmatisch mogelijk met de zaak om te gaan. Als er bij voorbeeld maar één man is die een waterpomp aan de gang kan krijgen en hij is toevallig lid van de Ba'ath-partij, dan zullen we hem toch zijn werk laten doen. Later moeten de Irakezen zelf maar uitmaken of ze zo'n man willen handhaven.''

Intussen hopen de Britten de verantwoordelijkheid over het civiele bestuur in Basra zo snel mogelijk over te dragen aan het Kantoor voor Wederopbouw en Humanitaire Bijstand (ORHA). Sinds vorige week staat de afdeling-Basra onder leiding van de Deense diplomaat Ole Wohlers Olsen. Aling: ,,We hebben de afgelopen weken veel noodverbanden gelegd, maar dat is naar ons gevoel langzamerhand niet toereikend meer. Het wordt tijd dat ORHA de zaak overneemt.''