Sluiproute

Wat is het verschil tussen een hogeschool en een universiteit? Anders gezegd: tussen het hoger beroeps en het wetenschappelijk onderwijs? De naamgeving suggereert dat het ene opleidt voor hogere beroepen en het andere voor de wetenschap. Maar dat, weten we allemaal, is onzin. Al jaar en dag leiden de universiteiten artsen, notarissen en leraren op, en het hoger beroepsonderwijs kent naast opleidingen als die van leraar basisonderwijs of fysiotherapeut ook allerlei studierichtingen die niet vanzelfsprekend uitmonden in een bepaald concreet beroep. Wat is dan het verschil tussen die twee? Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt, maar ik kan echt niets anders bedenken: het verschil zit, als het goed is tenminste, in het niveau. Ik weet dat ik hiermee een lang gekoesterd taboe doorbreek, want verschillen in niveau, in kwaliteit, die worden meestal ontkend en toegedekt. Maar juist daarom verdienen ze aandacht.

De afgelopen jaren zijn de hogescholen steeds meer universiteitje gaan spelen. Ze gingen geld uitgeven aan leerstoelen en onderzoek om zodoende mee te kunnen doen met grote broer die het op zijn beurt uitstekend vond dat de verschillen tussen de beide soorten onderwijs verwaterden. Het ging de universiteiten niet om kwaliteit, maar om aantallen. Hoe dan ook. Om groot groeien. Bijvoorbeeld door te fuseren met een hogeschool. Vandaar dat de Universiteit van Amsterdam jarenlang vooropliep bij het relativeren van het niveauverschil tussen het hbo en het wetenschappelijk onderwijs.

Nu het tertiair onderwijs steeds meer financieel in het gedrang komt, gaan de universiteiten eindelijk ertoe over zich te profileren op het terrein waarop zij zich dienen te onderscheiden van anderen: het hoge niveau van de opleidingen. Hoezeer ze dit hadden verwaarloosd blijkt uit een rariteit die enkele jaren geleden werd geïntroduceerd: de toelating tot de universiteit van havisten met een propedeuse van een hogeschool.

Iedere leraar uit het voortgezet onderwijs weet dat er een groot verschil is tussen de bagage waarmee respectievelijk havo- en vwo-scholieren het onderwijs verlaten. Dat is ook logisch: vwo is moeilijker en duurt ook nog eens een jaar langer. Universiteiten hadden de sluiproute via het hbo natuurlijk nooit moeten toestaan, maar ja, als alleen aantallen gelden, is het niet moeilijk kanslozen kansrijk te maken. Dan doe je maar wat water in de kwaliteitswijn. En als dat niet genoeg is, nog maar een scheut. Wie of wat let je? Met als uiteindelijk gevolg dat voorzitter Leijnse van de HBO-raad in deze krant terecht kan concluderen dat het verschil tussen hogeschool en universiteit helemaal niet meer zo groot is. Voor bepaalde studierichtingen is dat inderdaad het geval en dat valt de universiteiten te verwijten.

De commentator van de Volkskrant is van mening `dat de universiteit is weggelegd voor studenten met een specifiek academisch talent', maar laat daar meteen op volgen dat `een wettelijk verbod op de doorstroming van havisten naar de universiteit een al te grof middel' zou zijn. Waarmee de linkerhand niet blijkt te weten wat de rechter heeft geschreven. Staatssecretaris Nijs reageert al even halfslachtig: zij wil de sluiproute handhaven, maar het moet die studenten wel moeilijker gemaakt worden. Waarom die academisch getalenteerde havist niet mag worden gevraagd alsnog een vooropleiding VWO te volgen, is mij een raadsel. Dat lijkt me temeer wenselijk, daar die havisten bij voorkeur doorstromen naar studierichtingen die een bredere algemene vorming vereisen.

prick@nrc.nl