Nestor van het strafrecht

,,Ik geef de voorkeur aan een wat tobberig toegepast strafrecht.'' Dit was een tekenende uitspraak van J. Remmelink, de nestor van de Nederlandse strafrechtwetenschap, die kort na zijn echtgenote op 81-jarige leeftijd is overleden. Hij was van 1988 tot 1992 procureur-generaal bij de Hoge Raad. Voorts was hij achttien jaar hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit, een functie die hij eerder in Groningen had vervuld.

In 1986 was Remmelink voorzitter van de Commissie bedreigde getuigen. Deze adviseerde de regering over de afscherming van getuigen die bloot staan aan intimidatie. Een netelig vraagstuk in verband met het fundamentele recht van de verdediging in strafzaken om vragen te stellen. Remmelink onderkende dit, maar vond dat ,,we niet te ver moeten doordraven. Daar hebben we in Nederland nogal eens last van'', zei hij tegen het juridisch studentenblad Ars Aequi.

In 1991 was Remmelink voorzitter van een commissie die de regering adviseerde over medische beslissingen rond het levenseinde. Ars Aequi legde hem de vraag voor of euthanasie niet beter uit het strafrecht kan worden overgeheveld naar het medisch tuchtrecht. Zijn antwoord: ,,We kunnen leven en dood niet volledig in handen geven van de medische stand.''

In strafrechtelijke kring nam Remmelink lang een sleutelpositie in als bewerker van twee standaardwerken, het commentaar op het wetboek van strafrecht Noyon-Langemeijer en het leerboek Hazewinwkel-Suringa. Daarbij getuigde hij van een grote belezenheid. Speciale belangstelling had hij voor het verkeersrecht, het uitleveringsrecht en het oorlogsstrafrecht. Remmelink deed bij de Hoge Raad de zaak-Menten, over een jaren na dato ontmaskerde oorlogsmisdadiger. Maar hij schreef ook een opstel over ,,kunst en strafrecht''. Van zijn Lutherse levensovertuiging gaf hij onder meer blijk in een pre-advies over Luther en het recht (1989).

Remmelink is hoofdredacteur van de Nederlandse Jurisprudentie geweest en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Zijn zijn Groningse collega Th.W. van Veen noemde zijn werk ,,ordenen en samenbinden'' en de auteur ,,een baken van het gezonde verstand''.