Jonge wilde in de wachtkamer

Autocoureur Christijan Albers (24) won vorig weekeinde een race in de prestigieuze DTM-klasse, de Deutsche Tourenwagen Masters. ,,Ik heb nu het materiaal om een seizoen mee vooraan te rijden.''

De dienstauto van Christijan Albers misstaat niet in het straatbeeld van zijn woonplaats Laren. Op de Brink in het centrum van het dorp passeren betrekkelijk veel Porsches, Daimlers, BMW's en Mercedessen. In een exclusief model van dat laatste merk verplaatst de 24-jarige autocoureur zich. Sinds hij zijn rijbewijs haalde, heeft hij nooit zelf een wagen hoeven aanschaffen. Vrijwel altijd reed hij in een auto die door een sponsor beschikbaar werd gesteld, meestal van het merk waarvoor hij ook op de racebaan in actie kwam. Nu is dat een zilvergrijze Mercedes E55 AMG. ,,Vijf punt vijf liter, acht cylinders met compressor'', zegt Albers met twinkelende ogen. Het klinkt niet opschepperig uit zijn mond, maar trots is hij er wel op.

Als de fotograaf van deze krant beweert dat hij met zijn motor waarschijnlijk net iets sneller optrekt dan de bolide van Albers, moet de coureur hem corrigeren. Met handgebaren erbij legt hij uit waarom de auto ook op de eerste meters sneller is dan de motorfiets. Al op voorhand geeft de fotograaf zich gewonnen. Niet dat Albers het op een wedstrijdje aan zou laten komen, want daar bezondigt hij zich niet aan. Dat zou allerminst reclame voor zijn werkgever zijn, onderstreept hij, en bovendien heeft hij zijn vriendin moeten beloven dat hij buiten het circuit geen gekke dingen met auto's zal doen. ,,Ik leef me wel uit op het circuit'', zegt hij in een brasserie op de Brink.

Daarom is het ook uitgesloten dat hij ooit met 200 kilometer per uur aangehouden zal worden door de politie, en zijn rijbewijs zal verspelen, zoals Formule I-coureur Juan Pablo Montoya dat afgelopen week overkwam. Ook diens collega Jenson Button ging vorig jaar, net als Montoya op de openbare weg in Frankrijk, in de fout. Montoya en Button hebben wel iets waar Albers jaloers op is. Zij mogen zich Formule I-coureur noemen, voor Albers nog steeds een droom. Wel een droom waarvan de verwezenlijking de afgelopen jaren steeds dichterbij is gekomen.

Afgelopen winter was hij samen met zijn management volop in onderhandeling met het team van Minardi, de renstal in de Formule I die uiteindelijk Jos Verstappen aantrok. Vooraf moesten de sponsors van Albers een groot deel van de vereiste vijf miljoen dollar overmaken naar Paul Stoddart, de Australische teameigenaar. En daar hadden ze enkele maanden voor het begin van het nieuwe Formule I-seizoen geen zin in, maakt Albers duidelijk. Op voorhand investeren in een renstal zonder dat je weet of je er ooit nog iets van terugziet, leek ondernemers die in Albers geloven, zoals Joep van den Nieuwenhuizen, niet zo verstandig. ,,En als anderen dat wel willen doen'', zegt Albers, ,,dan moeten zij dat weten.'' Het faillissement van het team van Arrows stond zijn geldschieters nog helder voor de geest. Die renstal kon wegens ernstige financiële problemen het vorige seizoen niet meer afmaken en is inmiddels ter ziele. Na het verdwijnen van Arrows liep het aantal teams in de Formule I terug tot tien.

,,We hebben de allerbeste keus gemaakt'', zegt Albers. Terwijl er voor Verstappen momenteel weinig eer valt te behalen bij het low budget-team van Minardi – al vroeg in het seizoen werd er in zijn omgeving gesproken over de mogelijkheid om volgend jaar bij een ander team aan de slag te gaan – is Albers van mening dat een Formule I-debuut bij Minardi voor hem niet slecht zou zijn geweest. ,,Als nieuweling heb je het altijd gemakkelijker.'' Hij had er misschien geen wonderen kunnen verrichten, maar Albers is ervan overtuigd dat hij zich ook bij het armlastige Minardi had kunnen bewijzen. ,,Alonso en Webber hebben dat daar ook gedaan.'' Voor het volgende seizoen mikt Albers weer op de Formule I. Voor sponsoring benadert zijn management bedrijven onder meer met een glanzende brochure: `May we introduce to you: Christijan Albers, the brand'.

Inmiddels is Albers bezig aan zijn derde seizoen in de Deutsche Tourenwagen Masters, DTM. In zijn eerste jaar, 2001, werd hij een keer tweede in een DTM-race, waar coureurs in drie Duitse merken (Mercedes, Opel, Audi) in de periode april-oktober tienmaal de strijd met elkaar aanbinden. Van de tien races worden er vier buiten Duitsland gehouden. De eerste daarvan, afgelopen zondag op de Adria Raceway zeventig kilometer ten zuiden van Venetië, won Albers.

De DTM-races mogen zich in een grote belangstelling verheugen. Het aantal toeschouwers nam vorig jaar fors toe, de zendtijd op de publieke televisie steeg navenant. Tien races trokken gemiddeld 54.300 betalende bezoekers. Het seizoenrecord staat op 126.000, op de Norisring in Neurenberg, op de plek waar Hitler in de jaren dertig zijn massale openluchtpartijbijeenkomsten organiseerde en waar Albers in 1998 zijn internationale doorbraak beleefde, met twee overwinningen (op zaterdag en zondag) in de Duitse Formule 3.

Een jaar later werd Albers kampioen in die klasse, maar sindsdien won hij geen enkele race meer. Tot afgelopen zondag. Hij had de smaak van de overwinning gemist in 2000, 2001 en 2002. ,,Heel erg.'' In zijn eerste race van het seizoen, eind april op Hockenheim, eindigde hij al op een verdienstelijke vijfde plaats, na te zijn vertrokken vanaf de dertiende startplek.

Na twee jaar in de DTM promoveerde Albers in april, een paar dagen voor de openingsrace op Hockenheim, tot fabriekscoureur van Mercedes. Met drie anderen staat hij op de loonlijst van de autofabrikant: oud-Formule I-coureur Jean Alesi, de Duitser Bernd Schneider en de Zwitser Marcel Fässler. Vorig jaar reed hij ook in een Mercedes, maar toen nog in het team van de Finse oud-Formule I-coureur Keke Rosberg. In het fabrieksteam is alles van een betere kwaliteit. Waaraan hij zijn promotie dankte? ,,Misschien omdat ik een beetje hot begon te worden. Feit is dat ik nu het materiaal heb om het hele seizoen mee vooraan te rijden.''

Niet alleen werd hij lange tijd genoemd voor een `stoeltje' in het Formule I-team van Minardi, ook Jordan had belangstelling voor Albers, als testrijder. Maar in overleg met sportchef Norbert Haug van Mercedes – tevens de sportbaas van Mercedes in het Formule I-team van McLaren-Mercedes – besloot hij zich dit seizoen volledig aan de DTM te wijden. In de fabriek van Jordan in Silverstone liet hij nog wel een stoeltje maken, maar hij bedankte vriendelijk voor een test. ,,Zo kort voor de race, vliegen naar Engeland en vandaar naar Italië, dat was geen goed idee. Ik zou daar nooit uitgerust aan de race zijn begonnen. Op het moment zelf vond ik het wel jammer dat het bij Jordan niet door kon gaan. Achteraf zeker niet. Je hebt gezien hoe het nu gelopen is.'' Na zijn overwinning kreeg hij enkele honderden sms-berichten op zijn minuscule mobiele telefoon. ,,Zoveel, dat mijn inbox vastliep.''

`Die jungen Wilden kommen', stond na de door Albers gewonnen race te lezen op de website van DTM. Met de `jonge wilden' werden Albers en Marcel Fässler bedoeld, de 26-jarige Zwitser die op Adria Raceway van pole-position was vertrokken. Het succes van het tweetal deed denken aan de machtsovername die de Fin Raikkonen en de Spanjaard Alonso dit seizoen in de Formule I proberen te bewerkstelligen. ,,Ik ga nu nog harder trainen en tegelijkertijd nog meer rust in mezelf vinden in de aanloop naar een race-weekend.''

Toekomstscenario's zijn er veel. Zo is het in theorie mogelijk dat Albers nog eens Raikkonens teamgenoot wordt bij Mercedes-McLaren, als David Coulthard daar vertrekt. Aan dat soort voorspellingen waagt Albers zich niet. Feit is dat Haug gecharmeerd is van de Nederlandse coureur. Hij bood hem al een DTM-contract aan nadat hij de Nederlander in 1999 op het circuit van Hockenheim Formule 3-kampioen had zien worden. Behalve de adviezen op sportief gebied ziet Haug er vooral op toe dat Albers zich op en naast de baan gedraagt als een ambassadeur van Mercedes, op een wijze die bij het imago van het grote automerk past. ,,Hij let erop of ik goed gekleed ben, geen vlek op m'n shirt heb, dat ik m'n race-overall netjes dicht doe, dat op een persconferentie de logo's op m'n pak goed zichtbaar zijn.'' Of hij daar nou zo blij mee is? ,,Je moet wel. Je bent coureur bij Mercedes en dan hoor je een bepaalde uitstraling te hebben. Die Duitse pünktlichkeit, daar voel ik me ook wel prettig bij.'' Ook op de interviewafspraak verschijnt hij in een smetteloos grijs overhemd van zijn werkgever.

Deze winter was sprake van vage pogingen Albers en Verstappen onder de noemer Double Dutch samen in de Formule I te brengen. Eén ding was wel helder: van een goed gecoördineerde actie was geen sprake. Dat de betrokkenen in beide kampen geen vrienden van elkaar zijn mag duidelijk zijn, maar uit de mond van Albers geen onvertogen woord over zijn ervaren Formule I-collega. ,,Hoe onze verstandhouding is? Goed. Ik heb hem misschien twee of drie keer ontmoet, ik heb hem een paar keer een hand gegeven en ik vind het een aardige vent. Ik heb geen moeite met hem.'' Tegelijkertijd zegt Albers dat het tijd is voor vers bloed, en die uitspraak is maar op één manier uit te leggen.

Als klassementsleider begint hij volgende week zondag op de Nürburgring aan de derde race. Het zou een droomscenario zijn als hij in september tijdens de DTM-race op Zandvoort nog steeds het veld van 22 coureurs (onder wie ook de Nederlanders Jeroen Bleekemolen en Patrick Huisman) aanvoert. ,,Maar zo makkelijk is het niet om bovenaan te blijven staan. Zijn teamgenoot Bernd Schneider, die al drie keer DTM-kampioen werd, is tevens zijn grootste concurrent. ,,Aan alles merk ik dat ik nu in een team zit waarin alles in het teken staat van de titel. In een wedstrijdweekend werken de monteurs tot 's nachts vijf uur aan de auto. Ze gaan dan naar het hotel om daar een uur of twee te slapen, even douchen en dan staan ze er weer. Ongelooflijk.'' Zijn ervaren teamgenoot Schneider beschouwt hij als een `leermeester'. ,,Niet iemand die je zomaar verslaat. Hij is open en geeft me overal eerlijk antwoord op. Het is altijd goed om een teamgenoot te hebben die sneller is, want dan val je niet in slaap. Hij houdt me wakker.''

Albers won nu in alle klassen waarin hij sinds zijn racedebuut in 1997 uitkwam, behalve in de Formule 3000. In die klasse acteerde hij drie jaar geleden, één seizoen, in races die op zaterdag voor de kwalificatietraining van de Formule I werden gehouden. ,,Toen kon ik al DTM rijden, maar heb ik dat niet gedaan omdat ik dacht dat de Formule 3000 een opstap was naar de Formule I. maar eigenlijk was het op dat moment een verouderde klasse. Het kostte ook nog eens een miljoen dollar om daar één seizoen te mogen rijden. De races werden alleen op Eurosport uitgezonden en dat leverde te weinig publiciteit op. Ook de auto waarin ik reed was verouderd. Toch was het geen weggegooid jaar. Ik heb veel geleerd. Zo heb ik er de Europese Formule I-circuits leren kennen – Imola, Barcelona en Silverstone. Daar was ik anders nooit gekomen.'' Misschien komt die kennis Christijan Albers als Formule I-coureur nog eens van pas.