In dienst van BalZadeGra I

Over het regeerakkoord onderhandelen de betrokken partijen langdurig en gedetailleerd. Maar bewindslieden voor het kabinet worden in grote haast gezocht. Waarom deze haast? `Je moet gewoon de hele top van het bedrijfsleven in je zoektocht betrekken.'

`Professionaliseren!' roept Marjet van Zuijlen vanuit haar auto door haar mobieltje. Ze doelt op de werving en selectie van bewindspersonen in Nederland. Het voormalig Tweede-Kamerlid voor de PvdA, tegenwoordig headhunter bij Deloitte & Touche, onderzocht hoe de verschillende fracties in de Haagse politiek op dit gebied te werk gaan en concludeerde dat verbetering noodzakelijk is. ,,Politieke partijen weten niet eens welke eisen ze stellen aan een bewindspersoon. Er staat niets op papier. Er zijn geen profielen. Ze hebben alleen wat vage noties'', zegt Van Zuijlen.

Sinds het `onderhandelaarsakkoord' van afgelopen woensdag tussen CDA-leider Jan Peter Balkenende en zijn collega's Gerrit Zalm (VVD) en Boris Dittrich (D66) is de kabinetsformatie in de slotfase beland. Na overeenstemming over het beleid begint komende week het eigenlijke formeren. Dat wil zeggen: het aanzoeken van het politieke personeel van het nieuwe kabinet.

In deze fase gaat het ook om de vraag welke partij welke ministersposten krijgt. En hoewel het kabinet Balkenende/Zalm/De Graaf (in de wandeling BalZadeGra I) veel weg heeft van een doorstart van het demissionaire kabinet-Balkenende I met vervanging van LPF door D66, zijn er nog veel onzekerheden. Zo stond volgens betrokkenen gisteren nog niet vast hoeveel ministers er komen. Het kunnen er veertien zijn of zestien.

Op het Binnenhof draait het nu om namen noemen en genoemd worden, om kandidaten en hoopvollen wier harten een slag overslaan bij iedere piep uit hun gsm. Opvallend daarbij is, zoals altijd, het tempoverschil tussen het opstellen van het regeerakkoord en het samenstellen van de ministersploeg. Over de inhoud wordt in de regel maandenlang tot drie getallen achter de komma gesjacherd. Maar de ministers en staatssecretarissen worden in een razende vaart aangezocht, getoetst, gescreend en benoemd. Waarom die snelheid? Waarom duurt de sollicitatieprocedure voor een portier van het ministerie twee maanden en die van de minister twee uur? Formeel werft de formateur bewindspersonen en worden zij beëdigd door de koningin, maar in werkelijkheid gebeurt dit door het trio Willekeur, Haast en Toeval.

Voorlopig dieptepunt was de totstandkoming van het eerste kabinet-Balkenende, nu precies een jaar geleden. Een hoofdrol speelde daarin de Gooise achtertuin van LPF-prominent Ferry Hoogendijk, waar de latere minister Herman Heinsbroek werd geworven. Hoogendijk had ook nog een buurvrouw die het bijna tot staatssecretaris bracht. Dat was nadat Balkenende als formateur een gevoelige deuk had opgelopen door de benoeming van Kamerlid Philomena Bijlhout (LPF) tot staatssecretaris Emancipatiezaken en Gezinsbeleid. Zij bleek haar verleden bij een zogeheten `volksmilitie' in Suriname te hebben verzwegen. Zij trad af, na één dagdeel in functie te zijn geweest.

De Rotterdamse politicoloog Rinus van Schendelen had de toenmalige informateur Donner vorig jaar gewaarschuwd, vertelt hij nu. In Rotterdam bemiddelde Van Schendelen vorig jaar na de gemeenteraadsverkiezingen bij de vorming van het college van B en W. Leefbaar Rotterdam, de lokale variant van de LPF, had in één keer de PvdA van de kaart geveegd. Toen Donner de mogelijkheden van een kabinet van CDA, LPF en VVD onderzocht, won hij daarom advies in bij de Rotterdamse politicoloog. Van Schendelen zegt nu dat hij Donner destijds heeft laten weten dat de LPF nauwelijks kandidaat-bewindspersonen had. ,,Ik heb hem geadviseerd om meteen te beginnen met het zoeken van ministers voor de LPF, omdat die daar veel meer tijd voor nodig zouden hebben dan gebruikelijk. Zij hadden geen kader, en rekruteren uit de fractie had Fortuyn verboden.'' Van Schendelen raadde Donner ook aan waar hij kandidaten kon vinden: met name bij CDA en VVD. ,,Toen begon Donner te grijnzen en hij zei dat hij dan wel wat namen wist.'' LPF-fractievoorzitter Mat Herben bevestigt dat tijdens de informatie vorig jaar direct gesproken werd over kandidatenlijstjes. ,,Donner bewaarde ze in zijn Statenbijbel. Wij zaten bij Kronieken, de VVD bij Richteren en het CDA bij Openbaringen.''

Van Schendelen verklaart de grote haast bij het samenstellen van het kabinet uit de heersende vrees dat kandidaten ,,deuken'' kunnen oplopen wanneer hun namen bekend worden. Illustratief is de categorie van de ,,eeuwige kandidaten'': een selecte groep die bij iedere formatie opduikt, maar die zelden of nooit ook wordt benoemd. Dit keer vallen, net als vorige keren, de namen van CDA-Europarlementariër Karla Peijs en VVDzakenvrouw Sybille Dekker. CDA-prominent en SER-voorzitter Herman Wijffels is kampioen-kandidaat: zijn naam valt al jaren als het gaat om belangrijke posten. Dit keer geldt dat overigens minder en dat is precies de reden waarom hij niet wil ingaan op het verzoek om te praten over de beschadigende werking van dit systeem van namen noemen. Via zijn woordvoerder laat hij slechts weten ,,blij te zijn dat het dit keer stil is gebleven. Door in te gaan op dit verzoek, zou ik alleen maar aanleiding geven voor nieuwe speculaties.''

Van Schendelen wijst op Rinnooy Kan, lid van de raad van bestuur van ING Groep,en op Schipholbaas Cerfontaine. Hun namen werden onlangs genoemd als kandidaten van D66 voor de post Economische Zaken. ,,Ze hebben beiden laten weten er niet voor te voelen. D66 kampt met hetzelfde probleem als vorig jaar de LPF: weinig kader, veel los zand.'' Overigens is niet uit te sluiten dat één van beiden straks alsnog op de lijst van ministers opduikt.

Mond houden

Volgens Van Zuijlen zijn politieke partijen verder beducht voor kritiek dat zij te vroeg en te lang stilstaan bij het werven van kandidaten. ,,Ze zijn bang voor het verwijt dat ze alleen maar met de poppetjes bezig zijn.'' Ook blijft vaak lang onduidelijk voor welke posten precies mensen worden gezocht. Ze meent dat partijen eenvoudig meer tijd moeten besteden aan de laatste fase. En die angst voor uitlekken begrijpt zij niet. ,,Als ik met een kandidaat bezig ben voor een in het oog springende functie, dan blijft dat gewoon geheim. Politici moeten leren hun mond te houden.''

Zowel Van Zuijlen als Van Schendelen denkt dat het formatieproces al een stuk zou verbeteren als politieke partijen lijsten zouden bijhouden met potentiële kandidaten. Van Schendelen: ,,Die lekken ook niet zo gauw uit. Een longlist is niet interessant voor de pers, dat wordt het pas als het om een of twee namen gaat.''

PvdA-leider Wouter Bos, gelouterd na de mislukte formatiepoging met het CDA, zegt dat het aanleggen van zo'n database ,,een van de tien wensen op mijn lijstje was'' bij zijn aantreden als fractievoorzitter in november vorig jaar. Hij denkt ook dat hij al goed was voorbereid op de formatiefase. ,,Ik had in een vroeg stadium al voor iedere post die wij wilden – we zouden zeven ministers leveren – twee of drie kandidaten gepolst, van wie telkens één vrouw.''

Van Zuijlen weet dat onderhandelaars vaak al een paar kandidaten per functie achter de hand hebben. ,,Maar dat is te weinig! Als ik een search doe, werk ik met tussen de twintig en vijftig kandidaten.'' Bovendien, vindt Van Zuijlen, zoeken politieke partijen vaak in veel te beperkte netwerken. ,,Je moet gewoon de hele top van het bedrijfsleven, de zorg, het onderwijs, justitie en al die andere sectoren in je zoektocht betrekken. En dan niet eisen dat men ook nog lid is van je partij. Dan heb je een veel te smalle rekruteringsbasis. Het moet genoeg zijn dat een kandidaat jouw visie op de oorzaak van problemen en de oplossing ervan deelt.''

Bos zegt dat hij wel degelijk buiten de Haagse wereld zijn kandidaten heeft gezocht. ,,Dat was een van de weinige dingen waarover ik met mijn voorganger Ad Melkert van mening verschilde. Hij was van de klassieke lijn: eerst moest iemand Kamerervaring hebben, dan kan hij staatssecretaris worden, en dan misschien minister. Ik vind dat iemand van buiten het circuit best meteen minister moet kunnen worden.''

De PvdA zocht volgens hem ook niet alleen onder partijleden. ,,Wel vinden we dat kandidaten lid moeten worden, als ze ingaan op het aanbod om in een kabinet te gaan zitten.'' Volgens hem is zelfs gesproken over oud-GroenLinks-voorman Paul Rosenmöller als mogelijke minister voor de PvdA. ,,Ik begreep die suggestie wel'', zegt Bos. ,,,Indirect organiseerde je zo ook gedoogsteun van GroenLinks. Anderen waren echter zeer tegen dat soort ideeën.'' Volgens Bos heeft hij als politiek leider niet de ruimte om zoiets door te drukken. ,,Het ligt er maar aan met wie je ruzie wil krijgen'', zegt hij lachend.

Bos ondervond dat hij bij het zoeken naar politiek talent moest werken met grote beperkingen. ,,Ik kon niet te veel kandidaten met ervaring vóór Paars aandragen. Ministers uit Paars konden ook niet. Dat waren forse restricties.''

Verfrissend

Van Zuijlen heeft de indruk dat met name de VVD deze keer in bredere kring heeft gezocht dan vorig jaar. Ze wijst op de inspanningen van oud-minister Neelie Kroes (VVD) om het aantal vrouwen op de het lijstje van Zalm te doen toenemen. Ook berichten dat D66-prominent Hans Wijers, nu bestuursvoorzitter Akzo Nobel, naar kandidaat-bewindslieden zoekt voor zijn partij, juicht Van Zuijlen toe. ,,Wijers was als minister van Economische Zaken, samen met de toenmalige ministers Borst en Sorgdrager van respectievelijk Volksgezondheid en Justitie, dé verrassing van Paars I. Het is verfrissend als bewindslieden van buiten het geijkte wereldje komen.''

Een chronisch probleem bij de samenstelling van een regeringsploeg is dat al die talenten vervolgens goed met elkaar moeten samenwerken. Alweer is het vorige kabinet het voorbeeld hoe het fout kan lopen: strijd tussen de LPF-ministers Heinsbroek en Bomhoff om het vice-premierschap leidde na 87 dagen tot de val van het kabinet. Valt zo'n vendetta te voorzien en dus ook te voorkomen? Bos denkt van wel: ,,Bomhoffs gedrag had, gezien zijn voorgeschiedenis, voor niemand een verrassing hoeven zijn.''

Herben meent daarentegen dat op de voormalige minister van Volksgezondheid weinig is aan te merken. Wel denkt hij dat onverenigbare temperamenten voor grote problemen kunnen zorgen in een kabinet. ,,Zalm zal toetreden tot het kabinet. Hij en Balkenende hebben botsende karakters.'' Volgens Herben is hij de eerste twee weken van de kabinetsformatie vorig jaar bezig geweest het wantrouwen tussen CDA en VVD weg te nemen. ,,Zo gauw Balkenende even weg was, zei Zalm tegen mij dat CDA'ers niet te vertrouwen zijn. En Balkenende vond op zijn beurt dat de VVD niet kon tippen aan het waarden- en normenstelsel van de christen-democraten.''

Van Zuijlen denkt dat veel ,,chemische problemen'' binnen een ministersploeg al kunnen worden voorkomen door een zorgvuldigere werving. ,,Als je werkt met een profiel met elementen als analytisch vermogen, sensitiviteit, uithoudingsvermogen, dikke huid, strategisch en politiek-tactisch inzicht, dan selecteer je al mensen die wat dat betreft minder riskant zijn.''

Er moet wel rekening gehouden worden met culturele en organisatorische verschillen tussen de ministerraad en een raad van bestuur. Van Zuijlen noemt aan de kant van het bedrijfsleven trefwoorden als `resultaatgericht', `professionals', en `alle neuzen één kant op'. Voor de politiek daarentegen gelden dingen als `procesgericht', `dubbele loyaliteiten' (aan de partij én aan het kabinet), en `amateurcultuur'. Toch vindt ze dat een kabinet ondanks het uitzonderlijke karakter toch maar gewoon moet worden bezien als iedere andere arbeidsorganisatie. ,,Het heeft weinig zin de verschillen tussen een ministersploeg en een directie in het bedrijfsleven te zeer te benadrukken. Als je uitgaat van de overeenkomsten, is het ook mogelijk om met oplossingen te komen voor mogelijke problemen.''