In de ban van stierenvechten

Het stierenvechtseizoen in Spanje is weer begonnen. Voor sommigen een misdaad. Maar Pieter Hildering legt uit aan Gerda Telgenhof waarom hij fan is en inmiddels een bekende in de Spaanse stierenvechterswereld.

Foto's van torero's en affiches van stierengevechten bekleden het trapportaal van zijn Amsterdamse huis. Boven de kapstok prijken een paar stierenhorens, maar verder is hij niet omringd door stierenparafernalia. Actief verzamelen doet hij niet. ,,Meestal krijg ik dingen, zoals die horens. Ik neem alleen foto's en affiches mee', vertelt grafisch ontwerper en docent Pieter Hildering (1948). Hij is net terug uit Valencia, want het seizoen van de corrida's, dat tot oktober duurt, is weer begonnen. ,,Ik heb ook maar weinig boeken. Mijn kennis heb ik opgedaan door met Spanjaarden te praten. Ik ben al uren voor een gevecht begint in de arena om te kijken naar de loting, waarbij de stieren over de stierenvechters worden verdeeld. Ik dring me niet op, kijk wat er gebeurt, stel vragen en luister. Als ze merken dat je geïnteresseerd bent, komen de verhalen vanzelf.'

WAPPERENDE CAPES

In 1977 reisde Hildering naar Spanje om in het Prado-museum de Goya-collectie te zien en Las Meninas, het wereldberoemde schilderij van Velázquez. Uit nieuwsgierigheid besloot hij ook een stierengevecht mee te pikken. ,,Ik was wel meteen gegrepen, eerst door de magie van de schilders als Goya en El Greco, en daarna door die rare gebeurtenis, die ik nergens aan kon koppelen. Het bevreemdde me dat zoiets in Europa bestond. Ik begreep er niets van, maar wilde niet meteen een oordeel vellen en daarom ben ik vaker gaan kijken.'

Zo raakte hij in de ban van het wonderlijke ceremonieel met de mannen in hun kleurige, in de zon fonkelende pakken, de gepantserde paarden als bij een middeleeuws riddertoernooi, de wapperende capes, de muziek en de `president' die vanuit zijn loge met hulp van gekleurde zakdoeken beslist over het verloop van het gevecht. Uit Ernest Hemingway's klassieker over stierenvechten Death in the afternoon (1932) leerde hij te vragen naar de plaatsen op de tribune ,,waar de stierenvechters hun cape ophangen'. ,,Dat zijn nog steeds de beste plaatsen, maar verder is Hemingway niet al te accuraat in zijn analyse en heeft hij neiging te overdrijven. Hij heeft het idee dat je alles weet als je het één keer hebt meegemaakt. Nou, ik weet het na 25 jaar nog niet.'

De festivals in Valencia en Málaga slaat hij zelden over. In Pamplona – ,,een dronken bende die beheerst wordt door de Amerikanen'– zien ze hem niet. Hildering houdt van de contacten met andere `aficionados' (liefhebbers), Spanjaarden en buitenlanders, die elkaar in vaste cafés ontmoeten. En hij drong door tot de wereld van de peñas, de ontmoetingsplaatsen voor fans van het stierengevecht. Zo is hij het enige buitenlandse lid en sinds 1989 ook erelid van een sociëteit in Valencia. ,,Er zijn leuke, hartelijke mensen lid. Het is een vrij culturele instelling, waar aan de arena verbonden medici, journalisten en zakenlui komen. Ze hebben een pand gehuurd, er hangen stierenkoppen en foto's aan de wand en er wordt gekookt. Het heet dan ook een cultureel gastronomische peña. Maar meestal bestaan peñas uit doodgewone mensen, vaak fans van een bepaalde torero. In Valencia bijvoorbeeld huist een van de oudste fanclubs – die van de stierenvechter Espartaco – in een garage.'

Ook stierenvechters zelf ontmoette hij op zijn tochten. ,,Die van de oude stempel zijn wel eens afstandelijk en moeizaam in de communicatie. Maar het is niet meer zoals vroeger toen jongens vooral via het stierenvechten aan de armoede probeerden te ontsnappen. Er zitten mensen bij die gestudeerd hebben. Ik ken een beeldend kunstenaar, een jurist, een ingenieur en een arts die ze `el doctor' noemen.'

EEUWIGE ROEM

De succesvolle stierenvechter van vandaag heeft de status en het inkomen van een popster en weet alle camera's op zich gericht. Er zijn enkele tientallen opleidingen in Spanje, en in Zuid-Frankrijk, waar jongens en meisjes van 6 tot 17 jaar zich met namaakstierenkoppen op wieltjes voorbereiden op eeuwige roem. Het aantal corrida's is de laatste jaren gestegen, ook onder invloed van de rechtstreekse tv-uitzendingen, die geld in het laatje brengen. Sneuvelden er in 2001 nog 5.000 stieren in de Spaanse arena's, in 2002 waren het er 5.500. De meeste Spanjaarden gaan echter maar sporadisch naar de corrida. De entree is niet goedkoop: zo'n 40 tot 80 euro.

Zielig voor de stieren? Hildering vindt van niet, wel soms voor de mensen, die hij vreselijke blessures heeft zien oplopen. Hij kan zich nog steeds vinden in de woorden van de toneelschrijver, dichter en stierenvechter Ignacio Sánchez Mejillas (voor wiens dood in 1934 Federico García Lorca een beroemde klaagzang schreef op de horens van een stier ): `Pas wanneer een beschaving is bereikt waarin geen enkele vorm van barbarij tegen de menselijkheid meer voorkomt, kan men zich gaan bekommeren om de onderdrukking van stieren.' Een vechtstier, voert hij aan, heeft een vrij leven in de wei waar menig dier in de bio-industrie jaloers op kan zijn. Die lijden hun leven lang, terwijl een vechtstier hooguit 20 minuten in de arena staat.

De corrida is vooral een mannenaangelegenheid, hoewel er wel altijd vrouwelijke stierenvechters zijn geweest. Mary Paz Vega uit Málaga is een hedendaagse ster, maar Goya tekende al rond 1800 Nicolasa Escamilla (`La Pajuelera') die te paard optrad, en er was in die tijd de non María de Gaucín die het klooster verliet om stieren te bevechten. In 1908 maakte ene `La Reverte' furore, tot de regering een verbod afkondigde op vrouwelijke torero's. Uit woede trok zij in de volle arena haar pruik van het hoofd – ze bleek een man te zijn. La Reverte's carrière was hierna voorbij.

Deze en andere anekdotes zijn te vinden in Hilderings vorig jaar verschenen boek Vanaf het zand. Hij beschrijft de historische ontwikkelingen, de mensen eromheen, de fokkerijen, de wettelijke regels – want de hele corrida is tot in details van overheidswege geregeld – en geeft tips waar je kaartjes kunt kopen. Het is niet geschreven, zegt de auteur, ,,om te bekeren'. ,,Ik wil niet van herbivoren carnivoren maken. Ik wilde een boek schrijven dat je in je zak steekt als je naar een corrida wilt. Zoals ík ooit met Hemingway op zak liep.'

Vanaf het zand, Uitg. Rozenberg, ISBN 90 5170 643 x/NUR 320; Ongenaakbaar Madrid, Uitg. Bas Lubberhuizen, ISBN 90-5937-008-2.