Huiveringwekkende massa

Met verbijstering en angst hebben protestante Europeanen het shi'itische schouwspel gezien rond de derde imam, Hussein, bijgenaamd martelaar der martelaren. En de katholieken? Alleen Onze-Lieve-Heer kent de waarheid. Maar waarschijnlijk hebben die met herkenning en soms zelfs een tikkeltje nostalgie gekeken naar deze zelftuchtiging, waarbij mannen zich tot bloedens toe sloegen. Bij het rouwen moet het vlees gepijnigd worden. Het dode vlees neemt de zonde weg.

Het verhaal van Hussein zit vol gevaarlijke romantiek. Hij was een sleutelfiguur in de strijd tussen de nakomelingen van de profeet Mohammed. Hussein, een kleinzoon van de profeet die in het jaar 680 door zijn aanhangers was uitgeroepen tot kalief (koning), kwam met een kleine groep van waarschijnlijk niet meer dan honderd mannen, vrouwen en kinderen te staan tegenover de troepen van de regerende kalief. De bevelhebber daarvan probeerde in onderhandelingen een bloedbad te voorkomen, maar Hussein wilde daar niets van weten. ,,Het leven is een jihad voor datgene waarin men gelooft,' scandeerde hij. Maar de overmacht was te groot. In een historische veldslag op de vlakte van Kerbala werd Hussein verslagen en werden 72 van zijn medestanders gedood. Heroïek of een collectieve zelfmoord? In ieder geval radicaliseerde zich hier de splitsing van de islam in shi'ieten en soennieten.

Voor de shi'ieten heeft Hussein verschillende gezichten: vrome moslim, aardige broer, compromisloos strijder, leider voor het proletariaat, een zielige man, een mooie man, de paradijselijke moed en de onthoofde onschuld.

Maar eigenlijk was Hussein de Che Guevara van Kerbala: een sektarische, op macht beluste man, die pretendeerde in naam van de Waarheid te handelen. Een reactionaire man ook, die de toenmalige ultra-islamitische Omajjaden-dynastie nog verder wenste te islamiseren.

Het was deze romantiek die de afgelopen weken in Irak marcheerde. Voor de politieke islam vormt de ritualisering rondom dit politieke massasymbool een uitgelezen kans om deze politiek kwetsbare massa te leiden. De scheppers van deze massa, de geestelijken, brengen haar in een roes. Zo'n huiveringwekkende groep mensen vormt een gevaar voor elke publieke ruimte.

Eén van de geestelijken in het huidige Irak die hoopt in de geest van Hussein de massa te leiden, is ayatollah Hakim. Hij is de Iraakse Khomeiny. Hakim leefde 23 jaar in Iran en heeft veel geleerd van Khomeiny: de kunst van het bedriegen, de retoriek van het bedreigen en het ambacht van de terreur. De organisatie van Hakim omvat de Opperste Raad voor Islamitische Revolutie en zijn leger, de Badr-garde. Die behoren, net als Hezbollah, tot de internationale afdeling van de Iraanse Revolutionaire Garde en de Iraanse geheime dienst. Hakim beloofde in zijn afscheidsrede bij het Teheraanse vrijdagsgebed dat hij trouw zal blijven aan Khomeiny's weg.

In Irak zal Hakim zijn gezag nog moeten vestigen bij de grote ayatollahs, zoals Sistani. Sistani en zijn aanhangers willen, tot nu toe, geen islamitische staat. Khoei, ook een Iraakse geestelijke, was evenmin een voorstander van het islamisme, maar hij is bij zijn terugkeer in Irak vermoord. Wie zou dat nu gedaan hebben?

Deze situatie is niet verrassend, maar wel buitengewoon eng. Het is de politieke islam niet althans nog niet gelukt om het front van het Midden-Oosten naar Amerika of Europa te verschuiven. Maar de politieke kaart van de regio is opengebroken. De Amerikanen staan voor een ingewikkeld machtsspel. Er bestaat een reëel gevaar dat in Irak een enorme burgeroorlog uitbreekt die het land in drie regio's verdeelt: Bagdad en omgeving, en het zuiden. Dit is een oude nachtmerrie, die zeker werkelijkheid zou zijn geworden door een natuurlijke val van Saddam.

De Koeweitse schrijver Al Rumaihi waarschuwde recentelijk in de krant Dar al Hayat dat degenen die de onmiddellijke terugtrekking van de Amerikanen eisen, het recept schrijven voor een langdurige burgeroorlog in Irak. Voor ayatollah Hakim is een eventuele burgeroorlog, zoals in Libanon, een paradijselijke droom. Dan hoeft hij niet meer voor bescherming naar Iran te gaan, omdat Iran hem in Irak met de Badr-garde zal beschermen. Maar de Amerikanen zijn er nog en zij zijn niet van plan op korte termijn Irak te verlaten.

Het pacificeren van de politieke islam zal voor de Amerikaanse politiek-militaire strategie een allesbepalende factor zijn. Hierbij zijn de ontwikkelingen in Iran van cruciaal belang. Iran neemt in de islamitische wereld dezelfde positie in als Frankrijk in de achttiende eeuw; aller ogen zijn erop gericht. Deze week is in Iran weer een aantal vooraanstaande liberalen tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld. De islamitische hervormingsbeweging is mislukt. Aanvankelijk geloofden hervormingsgezinden dat de islam en het daaruit afgeleide politieke systeem voldoende mogelijkheden zouden bieden om secularisatie van de macht door te voeren. Het was een dwaling, een verkeerd geloof: je vraagt een leeuw ook niet om zich tot het vegetarisme te bekeren.

Ook het christendom is deze vraag niet gesteld de Verlichting was uiteindelijk geen vraag, maar een daad. De Europeanen kwamen met de guillotine, niet met een verzoekschrift. De vraag is een andere: kan een toekomstig, verlicht Iran voorkomen dat deze guillotine uitmondt in een staatsterreur, zoals in de Franse Revolutie? Zal zo'n Iran de politieke islam, die een misdadige beweging is, weten te behandelen volgens humanistische en mensenrechtelijke regels? Allah, massa en macht vormen een explosief mengsel in de Oriënt.

Gerectificeerd

Irak

In de column Huiveringwekkende massa (17 mei, pagina 7) is een deel van een zin weggevallen. Er stond dat een driedeling van Irak dreigt: Bagdad en omgeving, en het zuiden. Als derde deel is het noorden bedoeld, waar de Koerden in de meerderheid zijn.