Hoor ik daar een afwijzend geluid?

Mannen reageren anders dan vrouwen op afwijzende signalen, leest Ellen de Bruin in een onderzoek over zelfvertrouwen.

Verreweg de meeste mensen – ook zij die denken dat dat voor hen niet geldt – baseren hun zelfvertrouwen voor een deel op de manier waarop anderen hen beoordelen. Dat gaat vrij ver, schrijven psychologen in het nieuwste nummer van Canadian Journal of Behavioral Science. Het blijkt namelijk ook te gelden voor heel vluchtige herinneringen aan momenten waarop iemand zich afgewezen of juist geaccepteerd voelde – van die gedachten die eigenlijk geen gedachten zijn, maar meer gevoelens eigenlijk, van die onderhuids aanwezige halfbakken denksels.

De psychologen gebruikten een onderzoeksmethode die doet denken aan die van Pavlov, de Russische wetenschapper die honden aan het kwijlen kon maken door een bel te laten rinkelen, omdat hij die bel daarvoor steeds had laten horen als hij de dieren eten gaf. De Canadese psychologen zorgden ervoor dat mensen computergeluidjes met een bepaalde toonhoogte onbewust met acceptatie of afwijzing gingen associëren. Ze gaven sommige mensen bijvoorbeeld de opdracht zich anderhalve minuut lang een uitgebreide visuele voorstelling te maken van `een persoon die je volledig accepteert voor wie je bent, die van je houdt ook al ben je niet overal goed in', en anderen van `een persoon die veeleisend is en je alleen accepteert voor zover je aan bepaalde eisen voldoet'. Tijdens die visualisaties lieten de onderzoekers om de vijf seconden een bepaald computergeluidje horen. Of ze stelden vragen als: `Heb je een lievelingsgetal?' en deden alsof daar goede en foute antwoorden op mogelijk waren. Bij de feedback lieten ze steeds een geluidje horen. Zo creëerden ze als het ware accepterende en afwijzende geluidjes.

Die geluidjes lieten ze later weer horen, zogenaamd per ongeluk, terwijl de proefpersonen een vragenlijst met hun eigen goede en slechte eigenschappen moesten invullen, of als hun gevraagd werd in te schatten hoe goed ze een reeks taalpuzzels hadden opgelost. Het bleek dat vrouwen onzeker werden van de afwijzende geluidjes: die waardeerden zichzelf en hun prestaties er lager door. Dat resultaat was al wel eerder gevonden. Nieuw was dat mannen defensief bleken te reageren: die schatten zichzelf juist hoger in als ze afwijzende geluidjes hoorden.

Ontroerend is dat de onderzoekers aan het eind van het experiment niet alleen aan hun proefpersonen uitlegden hoe het onderzoek precies in elkaar zat (dat is verplicht), maar dat ze ook de moeite namen om van de afwijzende geluidjes accepterende geluidjes te maken, door die nog eens te laten horen en nu in combinatie met positieve feedback of een accepterende visualisatie. Als de proefpersonen dan in een andere context datzelfde geluidje nog eens zouden tegenkomen, zouden ze er tenminste geen last van hebben, was het idee. En dat dat voor de mannelijke proefpersonen in het onderzoek wel jammer was, hadden de psychologen van te voren ook niet kunnen weten.