Heineken via omweg in dicht Birma

Internationale sancties tegen Birma zijn vorige maand verlengd en verzwaard. Een deel van de zwaar onderdrukte oppositie in Birma is het daar, in tegenstelling tot oppositieleidster Aung San Suu Kyi, niet mee eens. `Boycots en sancties werken niet in dit land.'

Wie geduldig is en de weg weet op de marktpleinen van besmet en geboycot Birma, vindt er wasmiddelen en shampoos van Unilever. Maar de etiketten op de flessen zijn in het Vietnamees of Thais. ,,Van over de grens'', is de aanprijzing van de marktvrouw. Achter haar hangt promotiemateriaal van dezelfde merken. Een handige drukker heeft de buitenlandse teksten vervangen door het Birmese schrift.

Verderop, in enkele elektronicazaken, staan tussen de Panasonic- en Sonydozen, een paar tv's van Philips. En bier van Heineken? ,,Er zijn een paar hotels die het schenken'', zegt een ervaren expat. ,,Gesmokkeld uit Thailand.''

De Nederlandse bedrijven kunnen er niets aan doen dat hun merken opduiken in een land waarvan de publieke opinie in Nederland en de rest van het westen vindt dat het geboycot moet worden op straffe van kopersstakingen. Voor de buurlanden van Birma (officieel Myanmar) geldt die boycot niet en daar komen de Nederlandse producten dan ook vandaan.

De boycot en een pallet aan economische sancties die de Europese Unie en Amerika vorige maand weer met een jaar hebben verlengd en dreigen te verzwaren, moeten voorkomen dat de massaal mensenrechten schendende militaire junta van Birma zich verrijkt. Tegelijk behoren ze een steun in de rug te vormen voor de oppositiebeweging van de Birmese verzetsheldin Aung San Suu Kyi. Haar Nationale Liga voor Democratie (NLD) won in 1990 op overweldigende wijze parlementsverkiezingen. De junta heeft de uitslag echter nimmer erkend en legde NLD'ers gevangenisstraffen en huisarresten op. Een jaar geleden kwam er een eind aan het huisarrest van Suu Kyi, maar het lijkt er op dat zij slechts van kleine kooi naar een iets minder kleine kooi is gegaan.

De oppositie is echter niet één, uniform geheel. Ma Thanegi, voorheen Suu Kyi's assistent, voert een kritische vleugel van het verzet tegen de junta aan. Het standpunt van deze pro-democratie activisten, van wie meesten net als Ma Thanegi ex-politieke gevangenen zijn, is eenvoudig. ,,Het westen moet de sancties en boycots tegen Birma opheffen, want ze hebben niets positiefs opgeleverd'', zegt Ma Thanegi.

Suu Kyi en haar gevolg geloven het tegenovergestelde en gooiden Ma Thanegi en haar medestanders, onder wie in 1990 tot parlementariërs gekozen NLD'ers, uit de zich democratisch noemende liga. Nu zijn ze `verraders' en `marionetten van de junta'. De groep wordt door waarnemers van de situatie in Birma gezien als `substantieel' en `groeiend'.

De tegenstelling draait om de vraag wie schade ondervindt van sancties en boycots: de bevolking of de junta. ,,Het volk van Birma lijdt niet onder de sancties'', zegt Suu Kyi steeds. ,,Echte winsten gaan niet naar de Birmezen, maar naar buitenlandse investeerders en geprivilegieerden.'' Alleen `de generaals' kunnen van investeringen profiteren. Voor de meerderheid van de bevolking geldt dat niet, want dat zijn louter boeren, redeneert de NLD.

Volgens Ma Thanegi lijdt het volk wel degelijk onder het wegblijven van westerse bedrijven. ,,We hebben simpelweg banen nodig om families eten te geven'', benadrukt ze. ,,En we hebben goed geleide bedrijven nodig om ons te laten zien hoe een goed, democratisch geleid, bedrijf werkt. We moeten kunnen moderniseren. Waarom zou economische ontwikkeling niet hand in hand kunnen gaan met politieke verbeteringen?''

`Isolement' is het woord dat Ma Thanegi veelvuldig in de mond neemt. ,,Birma leeft al dertig jaar afgesloten van de wereld. Een verder isolement door sancties lost onze problemen niet op. Daarvoor zijn we niet naar de gevangenis gegaan. Mensenrechtengroepen zeggen dat het volk uiteindelijk in opstand zal komen. Dat is niet alleen naïef – het volk is vooral bang neergeschoten te worden – het is ook wreed. Want het impliceert dat de Birmezen bewust eerst arm gemaakt moeten worden om ze zo tot een revolutie te bewegen.''

Buitenlandse mensenrechtenorganisaties vinden de `banen-is-eten'-opvatting van Ma Thanegi en haar groep `dissidenten' simplistisch. Ze reageert met het noemen van Heineken dat zich in 1996 uit Birma terugtrok. ,,Een vrouw die ik ken, zou voor Heineken gaan werken en daarmee ruim genoeg verdienen om de hele familie te onderhouden, inclusief haar zieke moeder en zes broertjes en zusjes. Er was hoop. Drie dagen voordat ze zou beginnen, keerde Heineken zich van Birma af. Ze kon niet meer stoppen met huilen.''

Thanegi: ,,Maar ik begrijp heel goed waarom Nederlandse bedrijven zich hier niet willen vestigen. De beperkte opbrengst in Birma weegt niet op tegen een mogelijke boycot in Nederland. Toch hopen we dat westerse ondernemingen zich hier vestigen. Vooral de arbeidsintensieve. Als ze zich er maar van vergewissen dat de bevolking profiteert van hun aanwezigheid. Dus liever een producent van consumentenartikelen, dan een oliewinningmaatschappij.''

Twee obstakels ziet Ma Thanegi op de weg naar een economisch gezond Birma: ,,De militaire junta én de oppositie.'' Tussen die twee vuren zit ze. Een militaire bewind aan de ene kant. ,,En aan de andere een koppige, door jaknikkers omringde oppositieleidster die met haar roep om sancties Birma verder en verder in een isolement drukt. En die blind wordt gevolgd door alle westerse regeringen.''