Handlanger van de Boze

De vogelpest kwam in het gereformeerde Kootwijkerbroek nog harder aan dan het mond- en klauwzeer twee jaar geleden. Veel boeren weten zeker dat de overheid de vogelpest zelf heeft verspreid. Doel: de boeren wegkrijgen. Zo'n overheid verdient geen gehoorzaamheid. `Ons krijgen ze hier niet weg.'

Hij zou willen dat hij openhartig kon zijn. Dat hij gewoon met zijn naam erbij in de krant kon vertellen wat hij gezien had. Maar het kan niet. De dominee heeft gezegd dat hij, zolang hij geen bewijzen heeft, zijn mond moet houden. Zo veel vreemde dingen. Eerst de ambtenaren die kwamen vragen wat de boeren uit Kootwijkerbroek zouden doen als de kippen moesten worden geruimd. En toen ze zeker wisten dat de boeren uit Kootwijkerbroek, als er echt vogelpest werd vastgesteld, deze keer niet in verzet zouden komen – toen begon het. Niet in één keer, dat zou te veel opvallen. Een vlek, nog een vlek, weer een vlek – steeds ergens anders. Het kon geen toeval zijn.

Tot zijn verdriet heeft hij deze conclusie moeten trekken. Maar hij weet zeker dat het virus niet vanzelf in Kootwijkerbroek gekomen is. Het is gebracht. Bewust gebracht. Zo'n mooie kans voor degenen die de boeren hier weg willen hebben. En wie willen de boeren weg hebben? Een betere vraag is: wie niet? Brussel en Den Haag zijn daar toch al jaren mee bezig? Het enige doel van alle regels en wetten is toch: vermindering van de landbouw en de veeteelt? Heel het Nederlandse volk staat daar achter. Wat komt er dan beter uit dan dit? Maar nu hij het zichzelf hoort zeggen, nu schrikt hij. Niet omdat het niet waar is. Maar omdat de gevolgen zo vreselijk zullen zijn. Een volk dat zo tegen de bedoelingen van de Schepper ingaat, wat moet daarvan terechtkomen?

Romeinen 13. Als iets de Kootwijkerbroekers verdeeld houdt, dan is het deze passage uit het Nieuwe Testament. Paulus, apostel van Jezus, schrijft daarin dat de overheid ,,Gods dienares'' is. Daarom moeten mensen zich aan de overheid onderwerpen. Ze moeten doen wat de overheid zegt. Ze mogen niet in opstand komen – omwille van de straf en omwille van het geweten.

In de Tweede Wereldoorlog leidde dat al tot problemen. De overheid was de vijand, moest ze gehoorzaamd worden? Toen bleek al dat er Kootwijkerbroekers zijn die Romeinen 13 durven te negeren. Weinig dorpen in de Gelderse Vallei waar zo veel joden en geallieerde piloten werden verstopt. Er was opnieuw opstand toen de boeren van Kootwijkerbroek in de jaren '50 lid moesten worden van het Landbouwschap. Ze weigerden de contributie te betalen. Bij één van hen legde de deurwaarder toen beslag op een deel van de inboedel en ging over tot executoriale verkoop. Van de vierhonderd dorpsgenoten die er bij waren, bracht niemand een bod uit. Behalve de boer z'n zwager. Zes cent voor een tafel, negen cent voor een kast. De deurwaarder vertrok en de boer kreeg zijn spullen terug.

Naar de destructie

Toen werd, april 2001, in de stal van boer Theunissen – geen Kootwijkerbroeker – een kalf gevonden met mond- en klauwzeer. Dat wil zeggen: volgens de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees was het mond- en klauwzeer. Volgens de boeren in Kootwijkerbroek was het wat anders, iets onschuldigs, in ieder geval niet iets dat rechtvaardigde dat in de weken erna alle koeien en kalveren uit heel het buitengebied van Kootwijkerbroek werden weggehaald en afgevoerd naar de destructie. De boeren van Kootwijkerbroek molesteerden de ambtenaren die de stallen kwamen ruimen. Ze duwden auto's in de sloot. Ze versperden de wegen met trekkers. Gereformeerde Bonders binnen de Hervormde Kerk en leden van de Gereformeerde Gemeente – een kerkgenootschap dat de scheiding tussen kerk en staat niet eens erkent. De burgemeester van Barneveld, waar Kootwijkerbroek onder valt, moest de Mobiele Eenheid sturen om ze weer tot kalmte te brengen.

Daarna werd een deel van de boeren in Kootwijkerbroek weer gehoorzaam. Niet dat ze dachten dat er echt mond- en klauwzeer in het dorp was geweest. Maar ze gingen wel samen met ambtenaren in een stichting zitten om de boeren bij te staan. Een ander deel van de boeren in Kootwijkerbroek werd niet meer gehoorzaam. Een van hen, Wim van Essen, pakte op een dag weer zijn trekker en reed naar het dorpshuis waar op dat moment de burgemeester was. ,,Ik wist dat hij daar zat met de boeren van die stichting'', zegt Wim van Essen nu. ,,Het was collaboratie.'' Henk van den Brink, lid van de stichting die samenwerkte met de overheid, zegt dat ,,Van Essen en zijn mannen'' hem en de burgemeester en een paar anderen een tijdje vasthielden. Volgens Wim van Essen lag het anders. ,,Het was geen opsluiten of gijzelen of zo. Zo erg was het niet. We waren er naartoe gereden en we zijn naar binnen gegaan. We hebben niet gevraagd of we mochten blijven. We zijn gaan zitten en hebben onze mening gegeven.''

Wim van Essen richtte een nieuwe partij op in Kootwijkerbroek: Lijst 6. Hij kreeg met de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2002 net genoeg stemmen voor één zetel. Henk van den Brink ging ook in de politiek, voor de SGP. Zijn partij kreeg vorig jaar zeven van de negenentwintig zetels in de gemeenteraad van Barneveld. Twee partijen – het verschil is Romeinen 13. Lijst 6 heeft de overheid opgegeven, na het mond- en klauwzeer en nu ook nog de vogelpest. Deze overheid, zegt Van Essen, verdient geen gehoorzaamheid. Ze heeft het mond- en klauwzeer zelf verzonnen en de vogelpest zelf verspreid. ,,Deze overheid is uit den Boze.'' Ze gebruikt de veeziektes, zegt hij, om de boeren te laten verdwijnen.

De SGP'ers in Kootwijkerbroek gehoorzamen de overheid nog wel, in woorden en in daden. Maar niet van binnen. Acht van de tien boeren in Kootwijkerbroek die op de SGP stemmen denken óók dat de overheid de vogelpest heeft verspreid. Dat zeggen de boeren zelf. Maar niet hardop, dat durven ze niet. Wim van Essen: ,,Ze mógen het niet. Het wordt ze verboden door de dokter en de dominee en de onderwijzer.''

Er was een tijd dat het weer goed leek te kunnen komen tussen Kootwijkerbroek en de overheid. De toenadering begon op 27 november 2002, vér voor de vogelpest. De boeren uit Kootwijkerbroek boden hun rapport `Geen enkele twijfel...' aan minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan. Nog steeds was niet bewezen dat in hun dorp mond- en klauwzeer had geheerst. Minister Veerman beloofde de boeren op bezoek te komen in Kootwijkerbroek. Op 2 januari 2003 schrijft de burgemeester aan de minister dat dat bezoek ,,zal kunnen bijdragen aan het terugwinnen van het vertrouwen in de overheid, hetgeen flinke schade heeft opgelopen''. De boeren zijn niet vergeten dat Veermans voorganger, minister Brinkhorst, twee jaar eerder had gesproken van ,,Gods leiding en voorzienigheid''. Een D66'er die zulke woorden in de mond nam. Hoe had hij gedurfd om van hun opstandigheid een geloofskwestie te maken, in plaats van een gezagskwestie. De boeren van Kootwijkerbroek – dat zou Veerman (CDA en gereformeerd) moeten begrijpen – waren nog steeds diep gekwetst.

Op 15 januari zeggen de boeren dat Veerman welkom is, maar onder voorwaarden. Het bezoek moet ,,waardig'' zijn. Er moet ,,aandacht zijn voor de gevoelens''. En er moet eerst ,,volledige openheid'' komen over het onderzoek naar het kalf van boer Theunissen. Een week later eist de gemeenteraad van Barneveld ook ,,volledige openheid''. Waarop de minister laat weten dat hij zijn ,,volledige medewerking'' zal verlenen. De openheid komt er niet. Maar op 28 januari zeggen de boeren uit Kootwijkerbroek dat ze er ,,het volste vertrouwen'' in hebben dat de waarheid over het mond- en klauwzeer gevonden wordt. En minister Veerman laat opnieuw weten dat het hem ernst is.

Op 30 januari spreekt Veerman in Barneveld vijfhonderd boeren toe. Hij zegt dat hij de breuk niet in één keer kan herstellen. Hij zegt ook dat hij ,,eventuele trauma's'' over de woorden van Brinkhorst niet kan wegnemen. Maar hij heeft er wel begrip voor. ,,Dit is het begin van het tijdperk van heling.'' Alle veertien sprekers namens Kootwijkerbroek hebben het daarna over ,,hernieuwd vertrouwen'' en ,,wederzijds respect''. Alleen Wim van Essen van Lijst 6 en zijn mannen voelen het anders. Deze keer zetten ze hun trekkers bij de ingang van de Veluwehal, waar de bijeenkomst is.

Een paar weken later woont minister Veerman op de biddag voor het gewas de avonddienst bij in de Nederlands Hervormde Kerk. De SGP'ers in de gemeenteraad zijn er zo door geroerd dat ze aan de notulen van de raadsvergadering in maart expliciet laten toevoegen dat ,,dát hen nog meer goed heeft gedaan''. En dan breekt in april, twee jaar na het mond- en klauwzeer, in de Gelderse Vallei de vogelpest uit.

Denk aan wat boven is, niet aan wat op de aarde is. Dat is, in Griekse letters, de tekst van de screensaver van dominee W.Meijer, een van de twee predikanten van de Gereformeerde Bond in Kootwijkerbroek. De computer staat in een hoek van zijn studeerkamer. Dominee Meijer heeft internet en hij heeft – hij zegt het met tegenzin – ook televisie. En al staat die bijna nooit aan, het laat zien dat Gereformeerde Bonders de wereld minder buitensluiten dan leden van de Gereformeerde Gemeente, de andere grote kerkgemeenschap in Kootwijkerbroek. (Van de bijna 5.000 inwoners zijn er 3.000 bij de Gereformeerde Bond en bijna 2.000 bij de Gereformeerde Gemeente.) Gereformeerde Bonders geloven de bijbel van kaft tot kaft, net als leden van de Gereformeerde Gemeente. Maar ze denken minder dan zij dat de volgorde waarin ze kennis van hun zonden krijgen systematisch verloopt. Ook denken ze minder mystiek over de manier waarop God hen zal laten weten dat ze uitverkoren zijn.

Dominee Meijer was onderwijzer in Katwijk, maar geleidelijk kwam hij tot het besef dat hij een andere taak had. Hij ging – vader al van drie kinderen – theologie studeren in Leiden, werd predikant van een migrantengemeente in Canada en ging daarna naar Rijssen. Sinds 1997 zit hij in Kootwijkerbroek. ,,De mensen zijn hier anders'', zegt hij. ,,In Rijssen zijn ze arbeider, ze werken in loondienst. Hier zijn ze eigen baas, ook als ze geen boer meer zijn. Dat maakt ze zeer zelfstandig.'' Dat komt door de geschiedenis van Kootwijkerbroek, zegt de dominee. De grond is er slecht, de ontginningen begonnen pas aan het eind van de negentiende eeuw. De eerste kerk werd gebouwd in 1889. De mensen hebben altijd hard moeten werken. Ze zijn trots op hun bloeiende bedrijven – zeker vanaf de jaren '60, toen de intensieve veeteelt opkwam. Dominee Meijer merkt nog iedere dag hoe hard het mond- en klauwzeer van twee jaar geleden in het dorp is aangekomen. Sommige mensen zijn depressief. Maar de vogelpest, zegt de dominee, komt harder aan. ,,De beleving was toen: die mond- en klauwzeer ís er niet, de overheid komt hier als handlanger van de Boze, en God staat aan onze kant. Nu is het meer: is er nog wel toekomst voor ons, kunnen we God nog wel vertrouwen?''

En wat zegt de dominee dan?

,,Woorden zijn dan soms heel moeilijk te vinden. Ik doe de bijbel open. Ik ga op zoek naar voorbeelden van mensen die ook aan de grond kwamen te zitten. Je komt dan al snel terecht bij de Psalmen. Mensen die in hun diepste ellende toch God riepen en de weg omhoog weer vonden.''

Kootwijkerbroekers zijn geen mensen die gemakkelijk opgeven, zegt de dominee. Als hun kippen weg zijn, richten ze zich op hun koeien. En als ze die niet hebben, beginnen ze wat anders. Een autospuiterij, een laswerkplaats, een traptredenfabriek, een lamellenbedrijf. Dominee Meijer heeft nog niet meegemaakt dat Kootwijkerbroekers zich blijvend van God hebben afgekeerd.

Toeval bestaat niet

Henk van den Brink, de man die na het mond- en klauwzeer voor de SGP in de gemeenteraad ging, bouwde voordat hij trouwde een boerderij op het erf van zijn ouders, in het buitengebied van Kootwijkerbroek. Zijn moeder is overleden, maar zijn vader leeft nog. Een van zijn dochters woont bij hem. ,,Ze is ongetrouwd'', zegt Henk van den Brink. De familie betaalt haar voor de verzorging van hun vader. Zelf trouwde Henk van den Brink op zijn twintigste en kreeg negen kinderen. De jongste is vijf en zit, tien minuten fietsen naar het dorp, op de Rehobothschool, van de Gereformeerde Gemeente. Het is net na de middag, het warme eten is op. De vrouw van Henk van den Brink zet de vaat in de afwasmachine. Henk van den Brink praat afwisselend door twee telefoons. Hij is makelaar in melkrechten. Wat een boer in Friesland te veel heeft, verkoopt hij aan een boer in Zeeland die te weinig heeft. Per transactie zit er voor hem een paar honderd euro tussen. Henk van den Brink heeft ook koeien, vijfendertig, maar hij leeft er niet meer van. ,,Ik heb ze voor mijn gezondheid'', zegt hij. Hij is suikerpatiënt. ,,Ik moet vroeg op, mijn leven is geregeld.''

Henk van den Brink was twee jaar geleden een van de woordvoerders in het verzet tegen de overheid. Niet omdat hij dat zo graag wilde, maar omdat het zo liep.

Vervolg op pagina 26

HANDLANGER VAN DE BOZE

Vervolg van pagina 25

,,Toeval is er niet. Het moest zo wezen.'' Met de vogelpest bemoeit hij zich niet. Hij kan het niet meer aan, zegt hij. Hij laat veel stiltes vallen. Op de meeste vragen antwoordt hij: ,,Ik wou dat ik eerlijk kon zijn.'' Hij pakt het Agrarisch Dagblad en slaat de pagina met ingezonden brieven op. ,,Kijk, acht van de tien komen van natuur- en milieumensen en weet ik wat. Allemaal tegen de bio-industrie. Terwijl ik zeg, de beesten hebben het nog nooit zo goed gehad. Kippen die zich niet goed voelen, produceren niet. Uit de legbatterij komen de meeste eieren.'' Hij citeert Psalm 35, over de straf die hen die kwaad doen zal treffen. ,,Men moet de Schepping respecteren. De overheid doet dingen die daar haaks op staan.'' Het vertrouwen is weg, zegt hij. Hij heeft het moeilijk gevonden om dat in overeenstemming te brengen met zijn geloof. Maar hij weet nu, en dan praat hij alleen over het mond- en klauwzeer: ,,Als dat bewust gebracht is, dan zal de overheid haar straf niet ontlopen.''

Zijn oudste zoon heeft een montagebedrijf. Zijn dochters werken in de gezinszorg en de ziekenzorg. Ze wonen allemaal in Kootwijkerbroek. Of een van de jongens de boerderij zal overnemen, weet Henk van den Brink nog niet. ,,Ze willen hier wel allemaal blijven. Ons krijgen ze hier niet weg. Misschien kunnen we geen boer meer blijven, maar we blijven hier wonen.'' Henk van de Brink is van plan om volgend jaar een nieuwe koeienstal te bouwen.

In een kamer van de Rehobothschool, naast de Rehobothkerk, een gebouw uit de jaren '70, zitten directeur C.Dubbeld en adjunct-directeur (en SGP-raadslid) W.Knapen. Het is half elf, de kinderen spelen buiten. Midden in het gesprek springt Dubbeld op om met zijn trouwring tegen het raam te tikken. Twee jongetjes waren hem net iets te hard aan het stoeien. ,,Hier wordt niet gevochten'', zegt hij. De meisjes op de Rehobothschool dragen geen broeken. De juffen hebben lange rokken aan. De meesters dragen een pak met een das. Dubbeld en Knapen komen niet uit Kootwijkerbroek, de een komt uit Rotterdam, de ander uit Utrecht. Maar ze horen al wel vanaf hun geboorte bij de Gereformeerde Gemeente. Ze voelden zich snel thuis. Dubbeld vertelt over zijn oudste zoon die, net als hij, naar de pedagogische academie wil, en over zijn volgende zoon die misschien rechten gaat studeren, in Utrecht. Daarna, denkt hij, komen ze weer terug. Hij maakt zich er geen ogenblik zorgen over dat zijn kinderen – hij heeft er acht, onder wie één blind meisje – de kerk zullen verlaten. Nu nog niet. ,,Mijn zoon kan in Utrecht bij familie wonen. Ik zal aan onze mensen daar vragen om op hem te letten. Voor zover dat nodig is.''

Veiligheid van het leven

Het is de veiligheid van het leven in Kootwijkerbroek die maakt dat kinderen er niet weg willen, zegt Dubbeld. De eerbiediging van de zondagsrust. De duidelijkheid van het gezag – van ouders, van onderwijzers, van de dominee. De rol van de vader en de moeder in het gezin. Het primaat van de tien geboden. De buitensluiting van de televisie, want ,,de wereld zit in je hart''. De enige verstoringen van de afgelopen jaren waren het mond- en klauwzeer en de vogelpest. Dubbeld: ,,Maar mkz was heel wat anders.'' Knapen: ,,Er is hier geen dier ziek geweest.'' Dubbeld: ,,Geen dier is aan mkz gestorven.'' Knapen: ,,Met de vogelpest lagen de stallen vol dode dieren.'' Dubbeld: ,,Met mkz werden de stallen leeggeroofd. Alsof je boekenkast wordt leeggeroofd, zo heb ik het me proberen voor te stellen.'' Maar dat de vogelpest door de overheid zou zijn gebracht, vinden Dubbeld en Knapen onzin.

Per jaar worden er in Kootwijkerbroek ongeveer tachtig kerkelijke huwelijken gesloten. De gezinnen zijn groot, vijf of zes kinderen is normaal. De afgelopen tien jaar werden er in Kootwijkerbroek veertig nieuwe huizen gebouwd. In de plannen van de gemeente Barneveld zullen het er de komende tien jaar zeker niet meer worden. Dat betekent dat veel kinderen uit Kootwijkerbroek toch weg moeten – naar de nieuwbouw in Barneveld of Ede of Hoevelaken. De inwoners van Kootwijkerbroek willen dat niet. Ze maakten een eigen plan, tegen dat van het gemeentebestuur. De komende tien jaar, vinden ze, moeten er minstens 200 nieuwe huizen bij, en een verzorgingshuis, nog meer winkels, en een gymnastiekzaal, en een nieuwe brandweerkazerne, en een nieuw dorpshuis, en nieuwe lokalen voor de Rehobothschool, en een nieuw bedrijventerrein, en een `zorgkruispunt' voor de huisarts, de tandarts en het maatschappelijk werk. De voorzitter van de ondernemersvereniging, Richard van der Zande, zegt: ,,Wij willen dat de leefgemeenschap intact blijft. Wij willen zelfvoorzienend zijn.''

In Kootwijkerbroek wonen 1,4 procent buitenlanders. Er is niemand met een bijstandsuitkering. Elfhonderd van de twaalfhonderd huizen zijn koopwoningen. De prijzen zijn hoog. Vaak, zegt makelaar Jan Westeneng, worden ze ondershands verkocht. En als een koper bij de bank komt voor een hypotheek, en het kan rekenkundig niet helemaal wat hij wil, dan is dat meestal geen probleem. Westeneng: ,,Men redeneert: is het er eentje van die? O, die kennen we.''

Veel woningnood wordt opgelost door bijbouwen – op het erf of in een schuur. Makelaar Westeneng moet nadenken voordat hij weet wanneer hij voor het laatst een huis aan een buitenstaander heeft verkocht. ,,Anderhalf jaar geleden.'' Kootwijkerbroekers regelen het graag zelf. Sinds de vogelpest patrouilleert daarom een groepje boeren in het dorp. Ze letten op alle mensen die ze niet kennen. Of die niks vreemds doen.

Wim van Essen van Lijst 6 zit op het plaatsje tussen zijn huis en de stal te praten met een kennis uit het dorp, een handelaar in landbouwmachines. De kennis is net in Denemarken geweest, op zoek naar nieuwe afzetmogelijkheden. In Kootwijkerbroek heeft zijn bedrijf weinig toekomst, denkt hij. Van Essen is kippenboer, zijn stal is leeg. Hij koopt nu eieren bij kippenboeren in andere delen van het land en gaat daarmee naar de markt in Amstelveen. Hij denkt erover om in zijn stal bankstellen te gaan verkopen. ,,Dan kunnen we hier in ieder geval blijven wonen.''

Grote samenspanning

Laatst, zegt Van Essen, hoorde hij een discussie op de radio tussen Kamerleden van het CDA en D66. Hij is Gereformeerde Bonder, hij mag dus een radio hebben. ,,Ze zeiden: landbouw op zandgrond kan niet. Dan weet ik al weer genoeg. Ze willen dat het hier natuurgebied wordt. Ze luisteren naar de bioterroristen die zeggen dat de mkz en de vogelpest door de intensieve veelteelt komen. Dat is niet zo. Die ziektes komen door te veel hygiëne. Die beesten kunnen niks meer hebben.'' Eén grote samenspanning tegen de boeren – zo ziet Van Essen het. ,,Steeds weer die beelden van dooie kippen en koeien in grijpers.'' Dat er in Kootwijkerbroek bijna niets mag worden gebouwd, hoort er volgens hem ook bij. ,,De boeren moeten weg, zodat rijke mensen uit het westen de boerderijen kunnen kopen.'' De kennis van Van Essen zegt: ,,Het eerste wat ze doen is een hek om hun erf zetten. Als de boel afbrandt, zeggen wij: hoe heette die vent ook alweer?'' Van Essen: ,,Hier bestaat nog een sociale structuur die je bijna nergens in Nederland meer vindt. Maar wie beschermt die?''

Hij gaat nog altijd iedere zondag twee keer naar de kerk. Hij weet dat de dominee niet wil horen van vogelpest die bewust door de overheid gebracht zou zijn. ,,Dat kan hij niet zeggen, hij kan niet zo tegen de fundamenten van de maatschappij trappen.''

Maar Van Essen móét wel. Van het vertrouwen in de overheid dat hij vroeger had is niets meer over. Maar zijn geloof is sterker geworden, zegt hij. Hij denkt vaak aan Jezus die de tollenaars uit de tempel joeg. Van Essen jaagt iedere ambtenaar zijn erf af.