Fantoomwaarheid

De recessie is officieel, dat wil zeggen: wat je al een jaar of langer op straat zag gebeuren wordt nu door de deskundigen bevestigd. Altijd weer een ongelofelijk ogenblik, als onze leiders hebben ontdekt wat het hele volk al een jaar dagelijks op z'n klompen aanvoelt. De ontdekking wordt bekendgemaakt en wij burgers weten dat onze klomp ons opnieuw niet heeft bedrogen.

Op het Rokin staat een elegant, smal kantoorgebouw van grijze natuursteen. Waardige ingang, Jugendstil ornamenten, een gevelsteen waarop in mozaïekletters staat Marine Insurance Company. Dit alles bekroond met een torentje. Het is familie van het gebouw aan de Keizersgracht waar Greenpeace zetelt. Verspreid door de hele stad heeft deze architect nog meer moois achtergelaten. Het gebouw aan het Rokin staat al een paar jaar leeg. Het werd grondig opgeknapt en er verscheen een groot bord: TE HUUR. Te groot, want het benam het zicht op het totaal van de gevel. In die eerste tijd leek het me een goed onderkomen voor een scherpe Consultancy, een berucht advocatenkantoor, de redactie van Het Wereldtijdschrift, het nieuwe voorlichtingscentrum van minister Al-Sahhaf. Dat pand straalde iets avontuurlijks uit. Ik verwachtte dat het wel vlug weer in gebruik zou worden genomen. Maar het grote bord met TE HUUR hangt er nog.

Intussen staat een kwart van Amsterdam te huur. Ik begon erop te letten. Soms ga ik met de trein het halve land door, en dan weer de andere helft. Assen, Maastricht, je ziet iets van de wereld. Kapitale kantoorpanden in Hoofddorp, Zwolle, Eindhoven. Een hele stad zou je langzamerhand in de kantoorleegstand kunnen huisvesten. Ik ben een kind van de depressie, de echte van de jaren dertig. Wat ik de laatste tijd heb zien gebeuren kwam me dus bekend voor. Ook het nieuws over de ontslagen, de werkloosheid, alles. En toen opeens bleek onze economie twee kwartalen achter elkaar te zijn gekrompen. Recessie!

Op een recente treinreis zat ik in de boemel door het Groene Hart, tussen Amsterdam en Utrecht. Mooi traject. Je ziet vooral rechts van de spoorbaan met welke ongelofelijke voortvarendheid we daar bezig zijn geweest, het land tot de laatste vierkante meter vol te bouwen met industrietorens, panden, schuren, opslag, vuilstort, kerkhof, oudroest. Van tijd tot tijd komt er een kabinet met een reddingsplan voor het Groene Hart. De treinreiziger, die weet wat zijn klomp hem iedere dag vertelt, denkt er het zijne van. Dat doe ik dus al jaren.

Deze reis verliep anders. Op het Amstel Station stapten vijf keurige jongelui de eerste klas binnen, en begonnen nog voordat de conducteur het vetreksignaal had gegeven, het aangrenzende compartiment te slopen. Het prullenbakje onder het raamtafeltje bood geen weerstand. Daarmee werd op de stoelleuningen geramd met een hartstocht die je van zo'n melkmuiltje niet zou verwachten. Terwijl één kameraadje de andere prullenbak op de grond leegde, waren de andere drie op de banken aan het dansen.

Ik ben wel eens in een tram vol voetbalsupporters terechtgekomen. Dat heb ik al eens verteld. Daar werd ook stevig gesloopt, maar dat ging gepaard met geschreeuw, gebrul, getier. Op een of andere manier gaf dat iets natuurlijks aan het gebeuren. Het eigenaardige in deze trein was dat ik ze alleen wat binnensmonds hoorde mompelen en buiten adem raken naarmate het werk vorderde. Hier heerste de stilte van de toewijding. In Duivendrecht gingen ze eruit. Het was wel een enorme rotzooi geworden, maar gegeven hun inspanning was er weinig kapotgegaan.

`Wat deed S. Montag intussen?' zult u vragen. Die hield zich low profile. Op de televisie had hij de gebeurtenissen op de lijn Hoorn-Enkhuizen gevolgd; de burgemeester van een van die steden horen verzekeren welke vervaarlijke maatregelen in het verschiet lagen; en naar de verklaringen van de dadertjes geluisterd. `Geen fuk te doen daar, dus dan word je vanzelf de trein ingejaagd'. Daar kwam het op neer. Omdat je pas weet welke attractie het in elkaar slaan van een ouwe man verschaft als dat is gebeurd, en ook omdat ik de lezers van deze stukjes een stille tocht wil besparen, heb ik de eigendommen van de spoorwegen onverdedigd gelaten. `Toenemende agressie in het openbaar vervoer', lees ik al jaren in de krant. Zero tolerance aanstaande.

Hierboven noemde ik de heer ex-minister van informatie Al-Sahhaf, op het ogenblik een van de populairste Irakezen in Amerika. Waarom? Omdat hij zo geweldig kon liegen, met de onverstoorbaarheid en misschien ook de ironie – dat zullen we nooit weten – die Rudolf Raspe aan zijn Baron von Münchhausen heeft meegegeven. Liegen, zo uitgebalanceerd, en met dat stalen gezicht, met een kunst die in het moderne Westen verloren is gegaan.

Het probleem van de Nederlandse voorlichter is dat hij nooit liegt, nee, altijd de waarheid spreekt, maar dat dit een waarheid is die op een of andere manier niet bestaat. Het is een waarheid die je bereikt langs de stroopdraden van zijn zinnen, die geen verbinding met de werkelijkheid tot stand brengen. Het is een fantoomwaarheid, vergelijkbaar met de fantoompijn die je voelt, zonder in het bezit te zijn van het orgaan waar de pijn zou moeten zitten.

Hierboven noemde ik de heer Al-Sahhaf, ex-minister van voorlichting in Irak. Hij loog, hij wist dat hij loog, hij had er plezier in. En dat verborg hij niet. Dat plezier droeg hij over op zijn publiek. Vandaar dat we nog zo vaak aan hem denken.