Europa moet nu Amerika redden

De tijd dat de Verenigde Staten een relatief goedaardige handhaver van de orde in de wereld waren is voorgoed voorbij. President Bush heeft het Atlantisch bondgenootschap eenzijdig opgeheven. Tijd voor een verenigd Europa om orde op zaken te stellen, vindt Karel van Wolferen.

Politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten hebben ervoor gezorgd dat het tere weefsel van de wereldorde aan flarden is gescheurd, en dan in de eerste plaats de betrekkingen binnen de Atlantische Alliantie. Dit is het resultaat van een poging om de politieke fantasieën van een invloedrijke kliek in vervulling te doen gaan, mede mogelijk gemaakt door de leugenachtigheid van de huidige Amerikaanse regering, die inspeelt op de woede en angst die leeft onder een bevolking die is geconfronteerd met een kwetsbaarheid waar de geschiedenis haar niet op had voorbereid.

De situatie is onomkeerbaar. Geen enkele Amerikaanse regering kan het wereldwijde verlies aan vertrouwen in een relatief goedaardige rol van Amerika als handhaver van de orde in de wereld goedmaken. De aansporingen die in kringen van Europese politici en commentatoren te horen zijn om de alliantie te herstellen, bruggen te bouwen of de samenwerking te hervatten teneinde haar zo bijeen te houden, staan buiten de werkelijkheid.

De Atlantische Alliantie is eenzijdig opgeheven door George W. Bush. Wat Washington momenteel aanbiedt als substituut voor het bondgenootschap is een vazalstatus. De huidige Amerikaanse regering heeft er geen geheim van gemaakt dat zij multilaterale raadpleging als een hindernis beschouwt die ze koste wat kost wil vermijden. Besluiten worden vanuit Washington afgekondigd en contacten met andere hoofdsteden zijn bedoeld voor opdrachten en niet om ze te raadplegen. Ondanks de speciale betrekkingen die Groot-Brittannië met de Verenigde Staten zou onderhouden, wordt Tony Blair net zo goed als een gehoorzame vazal behandeld in plaats van als een geallieerde die een aandeel heeft in de belangrijke beslissingen.

De sleetse begrippenwereld van de aanhangers van de Atlantische gedachte vormt voor Europeanen een formidabel obstakel om de werkelijkheid onder ogen te zien. Het onvermogen van de `Atlantici' om de ware aard van de ontwikkelingen in Amerika sinds 11 september te bevatten, zijn begrijpelijk, omdat die ontwikkelingen de ineenstorting betekenen van de politieke wereld waarin zij sinds hun jeugd hebben gewoond. Hun belijdenis van een hogere opvatting van de Atlantische Alliantie en hun pleidooi dit bondgenootschap nieuw leven in te blazen klinken als de schrille schreeuw van vrienden die de realiteit van hun verlies niet onder ogen kunnen zien.

Veel aanhangers van de Atlantische gedachte hebben een leven lang de Amerikaanse manier van omgaan met de wereld verdedigd en gerechtvaardigd. Ze zullen een geestelijke Gordiaanse kluwen van bemoedigende redeneringen moeten doorhakken om te aanvaarden dat datgene waarin ze altijd geloofd hebben niet meer bestaat. Een van die redeneringen luidt dat de verkiezing van één enkele topfunctionaris onmogelijk zoveel verandering in de wereld teweeg kan brengen. De fundamentele Amerikaanse politieke overtuigingen zijn een product van de Verlichting, en daarom wordt gemakkelijk aangenomen dat de Verenigde Staten een land zijn waar ten slotte de rede zal zegevieren. Dit gaat gepaard met de stilzwijgende overtuiging dat in de een of andere groep verantwoordelijke, internationaal georiënteerde politieke denkers, of misschien een groep machtige figuren met wereldwijde zakelijke belangen, genoeg verstand en wilskracht voorhanden zullen zijn om grenzen te stellen aan het vermetele en riskante, maar nog altijd realistische Amerikaanse gedrag.

Nogal wat Europese opiniestukken waarin de invasie van Irak werd verdedigd of waarin bezorgde neutraliteit of verwarring werd geventileerd, roepen de sfeer op van de vertrouwde argumenten, waarmee Atlantici in de jaren zeventig gewend waren linkse tegenstanders van Amerika's macht te pareren. Ze staan oog in oog met iets wat zo afschuwelijk is dat ze weigeren de mogelijkheid te overwegen dat het de werkelijkheid is: het gaat om een land dat in de twintigste eeuw de beslissende macht was in de worsteling met het totalitarisme, en dat in het algemeen bevolkt wordt door fatsoenlijke lieden, maar dat desalniettemin al sinds lang de democratie vervangen heeft door een plutocratie, die op haar beurt nu weer in handen is gevallen van lieden van laag allooi. De Atlantici moeten er nu aan worden herinnerd dat de worsteling van de twintigste eeuw bedoeld was om een stabiele gemeenschap van staten te scheppen dat zich verplichtte aan vrijheid en vooruitgang, in een voortgaande politieke en economische emancipatie die met de Verlichting begonnen is, en niet aan een neoliberaal Amerikaans quasi-imperium dat de wet zou stellen aan een wereld die verdeeld is in satellieten en schurkenstaten.

Een Europa dat niet langer wordt beschermd door de spreekwoordelijke Amerikaanse paraplu heeft behoefte aan een spoedcursus over de werkelijkheden in de wereld. Het jammerlijke gebrek aan oplettendheid in Europa voor wat er werkelijk in de wereld aan de hand is blijkt uit de traagheid waarmee Chirac en Schröder tot het inzicht kwamen, dat het gedrag van de regering van George W. Bush verderging dan het normale en acceptabele heerszuchtige gekoeioneer en uit het onvermogen van de meeste Europese regeringen openlijk toe te geven, dat hun gevraagd werd te reageren op een land dat een metamorfose had ondergaan. Een andere aanwijzing hiervoor is de opmerkelijke algemene onkunde onder Europese intellectuelen met betrekking tot de opkomst van Amerikaans Rechts – aantoonbaar 's werelds meest succesvolle politieke beweging van de afgelopen decennia. Pas zo'n anderhalf jaar nadat deze had toegeslagen, werd een breder Europees publiek zich door het nieuws en ander commentaar bewust van hun identiteit en hun blauwdrukken voor een utopisch schema van gewapende democratisering van het Midden-Oosten. Toen pas raakte ook bekend dat er een Bush-doctrine bestond die bestaande internationale overeenkomsten en gewoontes verwerpt en preventieve oorlogvoering tot een instituut heeft verheven, het soort oorlog dat wordt gevoerd waar en wanneer een Amerikaanse president dat maar zinnig acht. In het algemeen zijn politiek ervaren Europeanen zich niet bewust geweest van de desastreuze zelfcensuur en de lafhartigheid van de Amerikaanse media, noch van de ineenstorting van de partijpolitieke oppositie die uitdrukking had moeten geven aan de politieke verdeeldheid binnen Amerika en van het verregaande cynisme waarmee de politieke strategen die George W. Bush aan de macht gebracht hebben en de massaslachting van 11 september exploiteerden om onder andere de incompetentie van deze regering aan het oog te onttrekken.

Europeanen staan nu voor dringende uitdagingen van conceptuele en institutionele aard. Na de Tweede Wereldoorlog kwam een nieuwe internationale orde tot stand waarmee nog maar weinig theoretici raad weten. Deze ontwikkelde zich in de schaduw van de rivaliteit tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie en benaderde een redelijk stabiele gemeenschap van staten. Die orde had zijn mankementen maar bracht ons ten slotte meer vrede en internationaal evenwicht dan de internationale betrekkingen sinds de Vrede van Munster hadden laten zien. We hebben dat in de eerste plaats aan de Verenigde Staten te danken. De meeste landen willen deze orde bewaren en begrijpen dat verbetering van die orde ruimschoots in ieders voordeel is.

Europa kan nu de Amerikaanse hegemonie als ordebewaarder nog niet overnemen. Maar een Europa met een samenhangend veiligheids- en buitenlands beleid kan zeker ruimschoots bijdragen aan de redding van de redelijk stabiele gemeenschap van staten die heeft bestaan totdat Washington zijn belangstelling ervoor verloor. Zijn voor de hand liggende partner bij deze inspanning zijn de Verenigde Naties. Ondanks alle tekortkomingen en de ongetwijfeld ondermijnende corruptie die er heerst kan deze organisatie een politiek succes genoemd worden. Zij is uniek omdat het het enige orgaan ter wereld is waar niet één bepaald land de touwtjes in handen heeft, en omdat alle landen er de gelegenheid hebben hun stem te laten horen in lopende discussies met betrekking tot wat mensen willen en zouden moeten nastreven.

Het zou voor de hand liggen als Europa de taak op zich nam om te voorkomen dat rechtse regeringen in Washington deze organisatie te gronde richten. Het veiligstellen van de politieke functies van de VN moet een Europese prioriteit zijn. Als de recente kloppartij in de Veiligheidsraad iets positiefs heeft opgeleverd dan is het dat hiermee het bewijs is geleverd dat de VN niet louter en alleen een organisatie is die in uiterste instantie bestaat voor de behartiging van de Amerikaanse belangen – zoals onloochenbaar wel geldt voor het IMF en de Wereldbank.

Als Europa een leidende rol in de wereld krijgt kan daarbij een eigen Europees militair-industrieel complex worden gemist. Met wat de Amerikanen hebben opgebouwd kun je regimes wegbombarderen, maar veel meer begin je er niet mee. Het terugdringen van de wanorde in de wereld heeft meer baat bij diplomatie dan bij intimidatie.

Hoe moeilijk ook, de politieke integratie van Europa is al lang een noodzaak, ongeacht wat er verder in de wereld gebeurt. De veronderstelling dat economische integratie mogelijk is, zonder dat dit verreikende politieke gevolgen met zich meebrengt, die politieke oplossingen vereisen, is een van de grootste illusies uit de recente geschiedenis. Juist dankzij de Amerikaanse beschermer heeft de Europese Unie met grotendeels apolitieke integratie kunnen experimenteren. Onder de uitdagingen waartegen zij het nu moet opnemen dient zich als misschien wel de belangrijkste de noodzaak aan om de voornamelijk door Amerika bepaalde vooronderstellingen los te laten. Economische doelstellingen zijn een ernstig verwaarloosd politiek terrein waarover heel consistent opnieuw zal moeten worden nagedacht.

Dit sluit duidelijk aan op de ruimere behoefte om die politieke vragen te ontdekken die relevant zijn voor het streven naar een Europese Unie die zich ten volle kan ontwikkelen. De zakelijke kant hiervan is tamelijk urgent aangezien ook hier Amerikaanse en Europese doelstellingen en prioriteiten uiteen zijn gaan lopen. In grote delen van de wereld is een geleidelijke, sluipende toename van de Amerikaanse zeggenschap over zakelijke praktijken en normen waarneembaar: waarschijnlijk zal dit voortwoekeren, en Europeanen moeten zichzelf beveiligen op terreinen waar zij kwetsbaar zijn. Veel uitingen van ontzag voor de Verenigde Staten, ook in economische kwesties, worden veroorzaakt door de Amerikaanse gewoonte anderen te intimideren, wat waarschijnlijk alleen maar erger zal worden, aangezien Bush en zijn entourage een voorkeur hebben voor deze manier van opereren.

Politiek op Europese schaal, met behoud van de democratische middelen, vereist een Europees publiek domein dat nu niet bestaat. De snelste en natuurlijkste manier om dit domein te scheppen is door middel van een politieke beweging die heel Europa omvat. Zoals de Europese eenwording een verschijnsel is waarvoor geen precedenten bestaan, zo kan een dergelijke beweging niet worden verwezenlijkt met de conventies en prioriteiten die nu binnen moderne politieke partijen gelden. Zij zal zich in de eerste plaats moeten richten op het voor de hand liggende doel: het in stand houden van het burgerschap op Europees niveau.

De bestaande Europese instellingen kwamen op en ontplooiden en consolideerden zich gedurende een tijdsgewricht waarin de omstandigheden diepgaand anders waren; er bestond nog een beschermend Atlantisch Bondgenootschap. Voortdurend blijkt dat huidige beslissers, die aan deze instellingen verbonden zijn, zich er niet van kunnen weerhouden terug te glijden in een technocratische denkwijze als er een onderwerp aangaande de toekomst van Europa aan de orde wordt gesteld. Essentiële politieke vragen worden op die manier niet ontdekt. Een Europese politieke beweging zal een variant op en een voorbeeld van een wereldwijd te voeren debat moeten zijn aangaande de verwezenlijking van de democratie: over de terugkeer van het primaat van de politieke vragen in het publieke debat, over wezenlijke machtsrelaties en over het transformeren van consumenten in burgers.

Als genoeg Europeanen hun verstand, vernuft en vastbeslotenheid inzetten om het potentieel van Europa ten volle te benutten, moet het mogelijk zijn om iets terug te doen voor de geweldige gunst die de Verenigde Staten Europa in de twintigste eeuw verleend hebben, en ditmaal hen te helpen redden.

Karel van Wolferen is universiteitsprofessor politieke en economische instituties aan de Universiteit van Amsterdam. Deze tekst is een bewerkte versie van een artikel dat verschijnt in het mei-nummer van het cultureel maandblad De Gids. Zie de abonnee-aanbieding op pagina 32.