De schreeuw van Vlaanderen

België gaat morgen naar de stembus; Pieter Steinz kiest 22 titels over Vlaanderen. Deel 20 van een serie over literatuur op locatie.

`Vlaanderen boven' zong Raymond van het Groenewoud in het liedje dat vorig jaar, bij de 700ste herdenking van de Guldensporenslag, tot officieus volkslied werd verheven. Zijn beeld van het `land bij het Noordzeestrand' was niet al te florissant: zwart geld, dikke buiken, gebrekkige taalbeheersing. Maar het sluit mooi aan op het Vlaanderen dat we kennen uit de literatuur. Sinds Hendrik Conscience (De leeuw van Vlaanderen, 1838) is Nederlandstalig België zelden meer positief vereeuwigd. Of het nu buitenlandse schrijvers zijn of inboorlingen, allemaal schilderen ze Vlaanderen af als een poel van ellende waar, zoals Ernst van Altena het in zijn vertaling van Jacques Brels chanson `Le plat pays' (1962) formuleerde, de lage lucht `vaal als keileem is.'

Nu heeft Vlaanderen ook geen al te vrolijke geschiedenis. In de Eerste Wereldoorlog was het een van de grote slagvelden, waar dichters als Rupert Brooke, Wilfred Owen, Siegfried Sassoon en Robert Graves in de loopgraven lagen. In de Tweede Wereldoorlog was er de collaboratie van de Flaminganten die schrijvers als Erwin Mortier (Marcel) en Hugo Claus (Het verdriet van België) inspireerde. En in de hele twintigste eeuw zuchtten de Belgen onder de verstikkende deken van het katholicisme, dat nóg meer auteurs in vuur en vlam zette dan het gereformeerde geloof deed in de noordelijke Nederlanden. Geen wonder dat het nog moeilijk is om te bepalen welke Vlaamse stad of streek er in de literatuur het slechtst afkomt. Antwerpen, de stad van desillusies? `Flanders Fields', waar honderdduizenden soldaten de dood vonden? Naargeestig Aalst, waarvan de industrialisatie beschreven is door Louis Paul Boon? Of toch Brugge, dat al door Georges Rodenbach aan het einde van de negentiende eeuw werd beschreven als een dode stad, om daarna nooit meer van dat imago af te komen?

Voor een heroïsch literair beeld van hun land moeten de Vlamingen toch bij Jacques Brel zijn, hoe francofoon de chansonnier ook was. Zijn plat pays mag dan woest en ledig zijn, overdekt met regenbuien en laaghangende bewolking; het was ook een indrukwekkend pioniersgebied, met kathedralen als enige bergen en plotselinge weersveranderingen als contrapunt. In Brussel wordt nu het 25ste sterfjaar van Brel groots herdacht. Maar staat er in zijn vlakke land al een standbeeld van hem – ergens tussen Brugge en Gent?

Volgende week: Polen en de Baltische staten. Suggesties: steinz@nrc.nl