De Kwakel - Aarlanderveen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het kassengebied nabij Aalsmeer.

Zwaluwen voeren abrupte duikvluchten uit over de sloten. Ze kiezen voor neergaan in een boog, rechte lijnen vermijden ze. Tot net boven het water waar de mugjes zijn, om daarna met nieuwe bogen in dezelfde beweging weer op te trekken. Onder hun jachtvliegerij speelt een op- en onderduikende aalscholver voor onderzeeër: zijn druipende zwarte lijf is de sinistere romp, zijn hals met draaikop de periscoop. Even kijken en weg is hij weer en waar hij opduikt duurt altijd langer en is een stuk verder weg dan je voor mogelijk hield.

Onder het koudvuur van fris ochtendzonlicht passeren we druk bekoeide weilanden. Die weidegrond is vooral het tussenland voor de kassen, lange kazernes met glazen daken en duizenden glimmende ruiten. Ze schijnen vol snijbloemen te staan, maar ondanks al het glas blijven die onzichtbaar, afgezien van de bossen rozen die een enkele kraam langs de weg voor een paar euro aanbiedt.

Nu en dan hangen er kleine en grotere huizen en hoeven tegen de dijk met het complete leesplankje op het erf, van g-ei-t via k-i-p en ko-nijn tot var-ken. Dit is dus een mooi gebied en dat is geen geheim: er wandelen loners en vriendenclubjes, er wordt getour-fietst en gerend (maar gek genoeg niet geskeelerd of geskateboard). Wij tackelen het ene asfaltweggetje na het andere. Wandelen gaat vanzelf hier, de bodem lanceert ons, lijkt het wel. De route voert onveranderlijk langs water, langs bochtige oude kanalen, langs slootjes, langs rechte vaarten. Regimenten kikkers kwaken en rochelen en hebben de slappe lach. En overal peddelen de meerkoetkuikens met hun rode kopjes, als hommels zo klein, druk heen en weer.

Het idyllische Amsteldrechtkanaal ruikt naar modder, kroos en sloot. Goeie geur, helemaal als dat aroma wordt aangevuld met een vleug diesel. Bootjes. Heerlijk. Een rij collegabootjes ligt aangemeerd in een bocht van het kanaal, aan het dek van één ervan wordt een fles champagne leeggeschonken. Prettig teut heft het gezelschapje de kaken naar het ochtendlicht en proost met de hoge glazen. Ik vraag wat ze vieren. Hun antwoord verkruimelt in het ruisen van het riet, maar het zou wel eens met moederdag te maken kunnen hebben.

Na 't Tolhuis, het sluiscafé met een jukebox die bewijst dat de wereld vroeger leuker was en de waard en waardin samen komen controleren of je hun koffie cum cake werkelijk kunt waarderen, worden de weggetjes smal: jaagpaden, waar even verlegen als nieuwsgierige lammeren wegvluchten. Soms ook verbreden de paden zich tot dijken waar wandelaars links zouden moeten houden vanwege de auto's. Wij lopen middenop, want auto's, die zien we nauwelijks vandaag. We rusten uit op een verweerde steiger. Aan de meerpaal is een jonge tak ontsproten, compleet met bladeren en twijgen. Geïnspireerd laat man zijn benen afhangen. Hij raakt het nat met zijn zolen en doet of hij over het water kan wandelen.

16 km. Kaarten 8, 9, 10 uit: W. Stadhouders en P. Zwang: Pelgrimspad I. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort. Begin- en eindpunt zijn met elkaar verbonden met NZH-bus 147. Inl. Openbaar vervoer tel. 0900 9292.