Bowlen en excessief geweld

Zijn Dylan Klebold en Eric Harris eerst nog even rustig gaan bowlen voordat ze op 20 april 1999 het vuur openden op hun medeleerlingen en leraren van de Columbine High School in het Amerikaanse Littleton? Leidt kortom bowlen tot excessief geweld? Dat is een van de stoute, provocerende premisses die documentairemaker Michael Moore aannam voor zijn veelbekroonde (onder meer op het Filmfestival Cannes, met de publieksprijs van het International Documentary Filmfestival Amsterdam en een Oscar), veelbekeken en veelbekritiseerde film Bowling for Columbine.

Volgens Michael Moore is het feit dat deze twee jongens zich in hun vrije tijd bekwaamden in de oer-Amerikaanse kegelsport, net zo goed een reden voor het feit dat zij ontspoorden als de gebruikelijke zondebokken rockmuziek, videospelletjes, gewelddadige films en slechte ouders. Of niet. Is er namelijk wel een reden?

Het onderzoeken van die reden is het hoofddoel van de film, die eigenlijk een film over de wapengeilheid van Amerikanen is en daarmee een poging om toch iets over de gewelddadige natuur van de mens te zeggen. Als die er is.

Hoe Michael Moore zich eruit redt, is een staaltje tamelijk virtuoze demagogie, waarvoor de kijker voortdurend op zijn hoede moet zijn.

Bowling for Columbine slaat je dood met de feiten, net zoals Moore dat doet in zijn nu ook in het Nederlands vertaalde boek Stupid White Men, dat als ondertitel heeft Amerika onder George W. Bush. Die wordt door Moore consequent de `president' met aanhalingstekens genoemd, om aan te geven dat hij de verkiezingen `gestolen' heeft. Wie mee wil gaan in deze complottheorieën en bereid is er een schamele één procent van te geloven, die heeft een uitstekende tijd.

Want zelfs als maar één procent van Moore's bevinden over de Verenigde Staten echt waar is, dan is het allemaal al absurd genoeg. Wat niet wil zeggen dat het elders niet allemaal nog veel absurder is en kan, maar goed, dat is een argument waar hij vast niet bevattelijk voor zou zijn. Veel van de kritiek op boek en film richten zich juist op al die kleine feiten en die glijdt in al zijn scherpslijperij als water van de filmmaker af.

Doet het ertoe of Dylan en Eric precies die ochtend wel (of niet) kwamen opdagen voor hun bowlingles? Is het al niet tragisch genoeg dat twee puistige puberjongens die naar de herrierock van Marilyn Manson luisterden, hun misdaad op de geboortedag van Hitler pleegden, kinderen die zeiden in God te geloven het eerste neerschoten, en dat die jongens elke ochtend voor school schattig een uurtje gingen bowlen?

Als er niet werd gebowld en geen geweer werd uitgereikt bij het openen van een bankrekening (een andere memorabele scène in de film), dan is Michael Moore strikt genomen geen documentairemaker. Hij filmt geen feiten maar waarschijnlijkheden. Dat doet hij overtuigend.

Bowling for Columbine (A-Video)