Bezuinigingen, ombuigingen, aanscherpingen en andere maatregelen op negen beleidsterreinen

Met ingang van 2004 wordt het basispakket verkleind van zowel het ziekenfonds als van de AWBZ (bijzondere ziektekosten).

Het nieuwe kabinet houdt rekening met een stijging van de collectief verzekerde zorguitgaven boven de basisraming van het CPB van 1 miljard euro in de kabinetsperiode.

Als de zorguitgaven meer groeien dan geraamd is, zal het nieuwe kabinet overgaan tot pakketbeperkingen, verhoging van eigen bijdragen in de AWBZ, een eigen risico in het ziekenfonds en maatregelen om de doelmatigheid te verhogen.

De centrale aanbodsturing wordt zo snel als verantwoord is vervangen door gereguleerde marktwerking.

Per 1 januari 2006 wordt een nieuw zorgstelsel ingevoerd. Er komt een verplichte standaardverzekering met een nominale (vaste) premie. Iedereen krijgt een eigen risico van 200 euro per jaar.

De nieuwe zorgverzekering is ongunstig voor circa 3,3 miljoen huishoudens. Ze worden deels gecompenseerd via een zorgtoeslag.

De wachttijden bij levensbedreigende ziekten worden versneld teruggebracht. Het tekort aan huisartsen wordt extra teruggedrongen.

De administratieve-lastendruk, de bureaucratie en overhead in alle onderdelen van de zorg moeten fors omlaag.

Het nieuwe kabinet zal de salarissen in de publieke sector en de uitkeringen met één procentpunt minder laten stijgen dan de huidige middellangetermijnprognose (2,5 procent).

De mogelijkheid om de stijging van de sociale uitkeringen te ontkoppelen van de salarissen wordt opengehouden. Er komt een dringend beroep op het bedrijfsleven de CAO-lonen in de private sector evenzeer te matigen als in de collectieve sector. Alleen dan zullen de uitkeringen geheel in de pas lopen met de lonen.

De koopkracht zal de komende jaren dalen door de lage economische groei, de oplopende pensioenpremies en de stijgende kosten van de gezondheidszorg.

Het belastingtarief in de eerste en tweede schijf zal met 0,45 procentpunt worden verlaagd.

Ter stimulering van de werkgelegenheid worden verschillende fiscale verlichtingen doorgevoerd, zoals ouderenkorting, kinderkorting, arbeidskorting en combikorting.

Sterke stijging van beloningen aan topmanagers en topbestuurders in bedrijfsleven en (semi-)overheid is onaanvaardbaar nu grote groepen mensen met loonmatiging te maken krijgen en hun koopkracht zien dalen. Er worden fiscale maatregelen voorbereid om bovenmatige beloningsregelingen te beperken.

Bij structuurvennootschappen (grote NV's) wordt voortaan door de algemene aandeelhoudersvergadering beslist over de arbeidsvoorwaarden van bestuurders (inclusief ontslagregelingen en leningen), en niet meer door de raad van commissarissen.

Inkomens in de (semi-)publieke sector boven ministersniveau worden openbaar gemaakt.

De armoedeval (veroorzaakt doordat inkomensafhankelijke regelingen verminderen als mensen meer gaan verdienen) zal worden aangepakt door een versobering van de regelingen voor zorg, kinderen en wonen. De kinderkorting wordt zo snel mogelijk inkomensafhankelijk gemaakt.

De huursubsidie wordt vanaf 1 juli 2005 versoberd.

Werklozen die voor een WW-uitkering in aanmerking willen komen, zullen daarvoor langer gewerkt moeten hebben dan nu. Uitkeringen worden verstrekt aan diegenen die 39 van de laatste 52 weken achtereen hebben gewerkt, in plaats van 26 weken van de laatste 39.

Alle huidige arbeidsongeschikten jonger dan 45 jaar worden herkeurd op basis van het nieuwe WAO-criterium (alleen een WAO-uitkering als bij keuring vaststaat dat men zeker de komende vijf jaar volledig arbeidsongeschikt is). Wie niet langer in aanmerking komt voor WAO kan in de bijstand belanden.

De uitgaven voor bijzondere bijstand worden verlaagd tot het niveau per bijstandsgerechtigde van midden jaren negentig.

De WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen) wordt op termijn afgeschaft. Zelfstandigen kunnen zich particulier verzekeren, onverzekerden komen in de bijstand terecht.

Om de arbeidsparticipatie van ouderen (55-65 jaar) te vergroten, worden fiscale en andere regelingen die vroeger stoppen met werken bevorderen, beperkt.

Een nieuwe levensloopregeling moet het beter mogelijk maken om werk en tijd voor andere doelen (zorg en scholing) over het gehele leven te spreiden. De levensloopregeling komt naast het spaarloon, dat gehandhaafd blijft.

De gemeentes krijgen meer vrijheid bij de besteding van budgetten voor reïntegratieprogramma's voor langdurig werklozen, gesubsidieerde arbeid en algemene bijstand.

Gesubsidieerde banen (Melkertbanen) zullen, met de bestaande financiële middelen, in reguliere banen worden omgezet.

De administratieve lasten voor bedrijven en burgers worden de komende kabinetsperiode met een kwart verlaagd ten opzichte van 31 december 2002.

De komende vier jaar wordt er zevenhonderd miljoen euro extra geïnvesteerd in het onderwijs. Welke sectoren hiervan profiteren is nog niet bekend.

Schoolbudgetten worden zoveel mogelijk gedecentraliseerd naar de scholen. Scholen kunnen de budgetten daardoor meer naar eigen inzicht besteden.

Het nieuwe kabinet gaat kleinschalig onderwijs stimuleren door fusies en de vorming van steeds grotere scholen tegen te gaan.

Aan de vrijheid van onderwijs wordt niet getornd. Scholen kunnen van ouders en leerlingen vragen de grondslag en traditie van de school te respecteren. Het is nuttig dat gemeenten met scholen afspraken maken over opneming van allochtone leerlingen, maar er komt geen acceptatieplicht.

Het terugdringen van het lerarentekort heeft prioriteit. Werkdrukverlichting door uitbreiding van ondersteunende functies moet de aantrekkelijkheid van het vak vergroten.

Meer samenwerking met het bedrijfsleven moet de beroepsopleidingen beter op de arbeidsmarkt laten aansluiten.

Er wordt een innovatieplatform opgericht om ervoor te zorgen dat Nederland tot de top van de Europese kenniseconomieën gaat behoren. In dit platform zullen ministers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen onder leiding van de minister-president plannen uitwerken.

Ouders, docenten en leerlingen moeten meer invloed op de inrichting van het basis- en voortgezet onderwijs krijgen.

Het inzetten van meer leerlingenbegeleiders, betere aansluiting tussen vmbo en mbo en de mogelijkheid van deelcertificaten op verschillende niveaus moet de uitval in het vmbo-onderwijs tegengaan.

Het volgen van bètastudies moet gestimuleerd worden, eventueel door `onorthodoxe' maatregelen.

Het al lopende landelijke veiligheidsbeleid (identificatieplicht, meervoudig celgebruik, aanpak draaideurcriminelen) wordt uitgevoerd en aangevuld. Bij politie, justitie en de rechterlijke macht moeten efficiencymaatregelen worden doorgevoerd. Voor recidivisme en draaideurcriminaliteit en criminaliteit waarvan kinderen het slachtoffer zijn, wordt de strafmaat verhoogd.

Politiekorpsen hebben de opdracht effectiever en efficiënter functioneren. Dat is ook inzet bij de komende onderhandelingen over een nieuwe politie-CAO. Grootschalige politie-inzet bij manifestaties wordt teruggedrongen, voor politiekosten bij commerciële manifestaties moet in de toekomst worden betaald.

Gemeenten worden verplicht om met woningbouwcorporaties en opvanginstellingen 24 uur per dag bereikbare maatschappelijke opvang aan te bieden voor crisissituaties.

De vorming van een nationaal rechercheteam gaat door. In 2004 vindt een evaluatie plaats van het functioneren van de politie. Indien nodig kan daarna besloten worden of verdergaande reorganisaties van het politiebestel noodzakelijk zijn.

Luchtvaartmaatschappijen lopen het risico hun landingsrechten te verliezen als zij onvoldoende optreden tegen passagiers die drugs smokkelen. Het verstrekkingsprogramma van heroïne aan zware drugsverslaafden zal in de huidige omvang worden voortgezet.

Het nieuwe kabinet zal hoge eisen stellen aan het integriteitsbeleid binnen de overheid en corruptie en fraude met harde hand tegengaan. Fraude en uitbating van illegalen door werkgevers en huisjesmelkers zal krachtig bestreden worden.

Bij het handhaven van de zorgvuldigheidsnormen bij abortus dient bijzondere aandacht te zijn voor het voorhouden van alternatieven, zoals adoptie.

De aandacht voor palliatieve zorg in de laatste fase van het leven van patiënten wordt vergroot.

Het verbod op het speciaal tot stand brengen en gebruiken van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan zwangerschap wordt gehandhaafd.

Gemeenten krijgen meer vrijheid om bij de ruimtelijke ordening rekening te houden met bestaande bordelen, ook in de regio waarin de betrokken gemeente ligt.

Ambtenaren van de burgerlijke stand mogen het voltrekken van huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht weigeren, mits in de gemeente de voltrekking van een dergelijk huwelijk mogelijk blijft.

Boren in de Waddenzee is niet toegestaan. Voor schuin boren vanaf het vasteland wordt gestreefd naar een moratorium van tien jaar.

Nederland zal zijn Kyoto-verplichtingen op de meest kostenefficiënte wijze nakomen en zal de nakoming van het Kyoto-verdrag in EU-verband bepleiten.

De kerncentrale Borssele blijft voorlopig open. Hij zal worden gesloten wanneer de technische levensduur (ultimo 2013) bereikt is.

Bij de herverdeling van de budgetten voor stadsvernieuwing zal rekening worden gehouden met de vermogensposities van de betrokken woningcorporaties.

Het bewonersdeel van de onroerendezaakbelasting (OZB) op woningen wordt afgeschaft. Via het gemeentefonds worden gemeenten daarvoor gecompenseerd. De stijging van de OZB op bedrijfspanden en van het eigenaarsdeel van de OZB op woningen wordt na overleg met gemeenten aan een maximum gebonden.

De opbrengst van het `het kwartje van Kok' zal gelet op de herkomst vooral worden aangewend voor wegen en daarnaast voor onderhoud van openbaar vervoer en vaarwegen. De opbrengst van eventuele nieuwe heffingen voor de transportsector zal aan die sector ten goede komen.

De Nederlandse regering zal in Europa pleiten voor betere levensomstandigheden van dieren in de intensieve veehouderij, een milieuvriendelijker landbouw, en voor afschaffing van het non-vaccinatiebeleid. Maar Nederland zal geen beleid invoeren dat stringenter is dan de Europese regels.

Een forse verlichting van de administratieve lasten moet het ondernemersschap voor boeren aantrekkelijker maken. Om ontvolking van landelijk gebied te voorkomen, krijgen gemeenten de vrijheid om te bouwen naar behoefte.

Alleen uit de zeer kwetsbare natuurgebieden worden grote veehouderijen geweerd, in verband met de mestproductie. Agrarisch natuurbeheer wordt gestimuleerd. Het nieuwe kabinet blijft streven naar voltooiing van de Ecologische Hoofdstructuur (aaneengesloten zone van natuurgebieden) in 2018.

Het nieuwe kabinet zal in het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid pleiten voor meer marktwerking en voor verdere omvorming van productiesteun in inkomenssteun die gekoppeld is aan landschaps- en natuurbeheer. De Nederlandse regering zal streven naar een verdere verlaging van het landbouwbudget van de Europese Unie. De Europese markt moet beter toegankelijk worden voor producten uit ontwikkelingslanden.

Er komt binnen twaalf maanden een voorstel voor een nieuw kiesstelsel met een sterkere nadruk op het eigen mandaat van de individuele volksvertegenwoordiger. Het stelsel blijft binnen de grondwettelijke voorwaarden van evenredige vertegenwoordiging en het vaste aantal van 150 Tweede-Kamerzetels.

De tijdelijke referendumwet blijft geldig tot 1 januari 2005. Het nieuwe kabinet zal binnen een jaar na aantreden een wetsvoorstel indienen voor invoering van een rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester.

Tot de invoering van die wet wordt vastgehouden aan de bestaande praktijk dat gemeenteraden twee kandidaten voor een burgemeestersvacature mogen voordragen. Als niet tot een referendum wordt besloten, wordt alleen de naam van de eerste kandidaat op de voordracht publiek gemaakt.

Op de publieke omroep wordt tot 2007 50 miljoen euro bezuinigd.

Wie zich duurzaam wil vestigen in Nederland moet actief aan de samenleving deelnemen en zich de Nederlandse taal eigen maken, zich bewust zijn van de Nederlandse waarden, en de normen naleven. Iedere nieuwkomer die op vrijwillige basis naar Nederland komt en onder de doelgroepen van de Wet inburgering nieuwkomers valt, moet eerst in eigen land Nederlands op basisniveau leren als voorwaarde voor toelating. Eenmaal in Nederland aangekomen, moet hij of zij zich dan nog verdiepen in de Nederlandse maatschappij.

Immigranten die al langer in Nederland wonen – zogeheten oudkomers – die onvoldoende Nederlands spreken moeten alsnog een inburgeringsexamen halen.

Asielzoekers krijgen pas na het behalen van het inburgeringsexamen een definitieve verblijfsstatus.

De inburgeringscursus is voor eigen kosten en wordt afgesloten met een staatsexamen. Pas na het behalen daarvan worden sommige kosten vergoed.

Om gezinsvorming te combineren met goede integratie worden binnen de grenzen van internationale verdragen eisen gesteld, zoals een leeftijdsgrens van 21 jaar en een inkomenseis van 120 procent van het wettelijk minimumloon.

Er komt een aparte organisatie om afgewezen asielzoekers het land uit te zetten.

Asielzoekers die vanwege ineffectiviteit van de overheid langer dan vijf jaar in één asielprocedure zitten, krijgen een verblijfsstatus.

Streven naar behoud van de gelijkwaardigheid van de lidstaten van de Europese Unie. Behoud van de communautaire methode, met versterking van de rol van Europese commissie en Europarlement. Het subsidiariteitsbeginsel blijft daarbij uitgangspunt.

Verdergaande meerderheidsbesluitvorming op verantwoorde wijze vormgeven.

Adequate vaststelling van de vrijwaringsclausules bij toetreding van nieuwe landen tot de EU, waartoe met de Europese commissie in overleg zal worden getreden.

Werken aan een Europees veiligheids- en defensiebeleid, binnen het kader van de Navo. Tegelijkertijd versterking van de transatlantische relatie.

Handhaving van ontwikkelingssamenwerking op 0,8 procent van het bruto binnenlands product, waarbij echter wel wordt bespaard omdat een aantal taken die vroeger bij andere ministeries op de begroting drukten voortaan uit het ontwikkelingsbudget worden betaald: financiële steun aan schuldaflossing van ontwikkelingslanden, kosten van vredesoperaties en het klimaatbeleid in ontwikkelingslanden.