Belgische premier is het jongensachtige een beetje kwijtgeraakt

Premier Guy Verhofstadt doet er alles aan om, vooral via de televisie, duidelijk te maken waarom de Belgen morgen op hem moeten stemmen.

Bij elke vraag kijkt hij alsof hij wil zeggen: `Wat verzinnen jullie nú weer voor onzin?' Als antwoord vuurt hij van zich af met een salvo aan successen die zijn regering de afgelopen vier jaar heeft behaald.

De Belgische premier Guy Verhofstadt mag de open-debatcultuur in de Belgische politiek hebben geïntroduceerd, dezer dagen lijkt hij er zelf niet zo dol op. Morgen zijn er in België verkiezingen. De Vlaamse liberaal spendeert bijna al zijn tijd in radio- en televisiestudio's om uit te leggen dat de paars-groene regering die hij vier jaar heeft geleid (een coalitie van zes partijen: Vlaamse en Franstalige liberalen, socialisten en Groenen), het goed heeft gedaan. Als de liberalen in België de grootste politieke familie blijven, is de kans op een regering-Verhofstadt-II groot. Maar als de socialisten winnen, leveren zíj de premier. Het spant erom. In de peilingen liggen de liberalen iets voor.

In 1999 stemden de Belgen de christen-democraten de oppositie in op grond van een paar thema's. Zo legden het dioxineschandaal en de Dutroux-affaire mankementen in het openbare bestuur bloot, die de regering-Dehaene volgens de kiezer had genegeerd. Ditmaal gaan de debatten overal over, maar alles draait om personen en perceptie. Liberalen, socialisten en christen-democraten willen alledrie een brede volkspartij zijn. Zij spreken dezelfde kiezers aan, hun programma's lijken op elkaar. Centrale vraag is: wie is de geloofwaardigste politicus? Die strijd proberen de kopstukken op tv in hun voordeel te beslechten. Ze filmen zichzelf zelfs aan het ontbijt. Maar de kiezer weet allang wat de plus- en minpunten van paars-groen zijn: het publicitaire circus is in gematigder vorm namelijk al vier jaar aan de gang.

Een grote verandering die zich in België heeft voltrokken sinds paars-groen aantrad, is de mediatisering van de politiek. Verhofstadt gelooft dat de pers een cruciale rol speelt in de politiek. Hij wilde van het achterkamertjes-beleid van zijn voorgangers af. Byzantijnse deals tussen de taalgroepen en gewesten worden nog steeds achter gesloten deuren beklonken, maar ruzies in de coalitie worden meer en meer voor de camera uitgevochten. Dat veroorzaakte laatst een regeringscrisis: de minister van Transport, een Franstalige Groene, wilde geen nachtvluchten meer boven haar kiesdistrict in Brussel. Vlaamse ministers, wier kiezers dán in hun slaap zouden worden gestoord, maakten in de pers zo'n stampij dat de minister aftrad.

Transparantie wilde Verhofstadt ook in de ambtenarij. Het `Copernicus-plan' zou ervoor zorgen dat ambtenaren niet meer naar politieke kleur werden benoemd, maar op basis van verdienste. Al gauw gebruikten ministers het `onafhankelijke' recruteringsbureau om partijgenoten op hoge posten te krijgen. De Franstaligen, die Copernicus haatten, smoorden het onlangs. Intussen waren er wel miljoenen euro's uitgegeven.

Beter slaagde de regering in het uitdragen van een zekere ethiek op andere terreinen. In juli trouwen de eerste homo's. Ook euthanasie werd gelegaliseerd. De buitenlandse politieke breekt nog meer met het verleden. De premier bood zijn excuses aan voor de Belgische rol in de genocide in Rwanda en gebruikte een veto in de NAVO uit afkeer van de oorlog in Irak. Ook met de genocidewet profileerde België zich als stem van de verdrukten der aarde. Toen de Verenigde Staten dreigden om het NAVO-hoofdkwartier uit Brussel weg te halen en Israël zijn ambassadeur terughaalde, gaf minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel toe dat België te ver was gegaan. De wet werd in april drastisch ingeperkt.

Over de vraag of paars-groen de beloofde `actieve welvaartsstaat' tot leven heeft gewekt, wordt druk getwist. De werkloosheid moest omlaag, 50-plussers moesten weer aan de slag. De regering creëerde zeker banen. Maar nu de recessie België treft, zijn er weer evenveel werklozen als in 1999. Er zijn nog steeds meer inactieven boven de 50 dan in andere EU-landen. Wel daalden de torenhoge belastingen licht. En niemand spreekt Verhofstadt tegen als hij zegt dat zijn minister van Financiën de eerste is in lange tijd die de begroting in evenwicht wist te houden.

Op de beloofde hervormingen bij justitie en politie kan hij minder trots zijn. De parketten kampen met onderbezetting en archaïsche procedures. Het duurt soms jaren voor een rechtszaak voorkomt. Politie en Rijkswacht beconcurreren elkaar niet meer, sinds ze zijn samengevoegd. Maar die fusie kostte de staat zoveel dat veel gemeentes klagen dat ze méér betalen voor minder agenten op straat. Nu de Belg zich `onveilig' voelt en het extreem-rechtse Vlaams Blok weer groeit, is dat politiek dynamiet. Verhofstadt, die zwakke ministers op Justitie en Binnenlandse Zaken had gezet, handelt beide dossiers nu zelf af om de schade te beperken. Hij heeft zelfs een schaduwminister van Justitie, die de echte minister net zo hard aanvalt als de oppositie dat doet.

Verhofstadt zet alles op alles om de kiezer te vertellen dat het glas halfvol is en niet half leeg, zoals de critici zeggen. Maar het jongensachtige, dat hem vroeger zo kenmerkte, is hij een beetje kwijt. Hij krijgt soms zelfs iets verveelds, zoals Wim Kok in zijn laatste dagen als premier. Verhofstadt, zegt men, heeft internationale ambities. Maar de resultaten van morgen bepalen wel de manier waarop hij straks in de annalen wordt opgenomen – als tussenpaus, of als blijver. Eén record haalt hij al: hij is de eerste premier van België die zelfs zijn partijgenoten op verkiezingsavond niet persoonlijk toespreekt, maar vanuit een tv-studio.