Beleid draagt maar beetje bij aan herstel economie

Financieel-economisch start het tweede kabinet Balkenende in zwaar weer. CDA, VVD en D66 zetten daarom de komende vier jaar in op een harde sanering van de economie. De gevolgen voor de inkomens zijn groot.

. Als alle regeerplannen van het nu aantredende kabinet-Balkenende II slagen, kan de kabinetsploeg die in 2007 aantreedt dankbaar zijn – althans een beetje. Onder leiding van VVD-leider en oud- én beoogd minister van Financiën Gerrit Zalm heeft de coalitie van CDA, VVD en D66 een heus saneringskabinet in de steigers gezet. Harde ingrepen in de sociale zekerheid, fors bezuinigen op de bureaucratie, ja zelfs het aanpakken van een heilige huisje als de hypotheekrenteaftrek: onder druk van de steeds slechtere economische vooruitzichten en een uit de bocht vliegend begrotingssaldo bleek er ineens veel mogelijk.

In totaal buigt het kabinet voor 13,1 miljard euro om op de begroting. Daarvan komt 3,4 miljard weer terug in de vorm van nieuw beleid. Daarnaast is er volgens CDA, VVD en D66 ruimte voor een kleine lastenverlichting van in totaal 1,4 miljard euro. De rest van de ombuiging wordt gebruikt om het gat op de begroting te dichten. Dat neemt af van 1,8 procent van het bruto binnenlands product bij ongewijzigd beleid tot feitelijk 0,5 procent in 2007 bij uitvoering van het regeerakkoord. Daarmee komt Nederland precies uit op de Europese grens. Een tekort van 0,6 procent zou voor Brussel onacceptabel geweest zijn. Onderhandelaar Zalm zei in een toelichting op het regeerakkoord dat ,,we de grenzen van het mogelijke hebben opgezocht''. Structureel (geschoond voor conjunctuureffecten) bedraagt het saldo in 2007 volgens het CPB 0,5 procent, een overschot dus.

De grootste bezuiniging zit in de sociale zekerheid. Op de uitkeringen alleen al wordt 2,9 miljard bezuinigd. Ook de bij voorbaat ingeboekte loonmatiging (2,2 miljard) en het invoeren van een eigen risico en pakketverkleining in de zorg (1,9 miljard) leveren veel geld op.

Als gevolg van de bezuinigingen valt de groei van de contractlonen in de marktsector met 0,6 procentpunt lager uit. Met name het korten op de uitkeringen en de groei van het arbeidsaanbod maken een lagere loonstijging mogelijk. De werkgelegenheid in de marktsector komt 10.000 arbeidsjaren lager uit dan in eerdere ramingen.

De loonmatiging helpt wel iets aan de verbetering van de werkgelegenheid, maar door de lage productiegroei is het saldo in 2007 nog steeds negatief. Mochten de sociale partners echter bereid zijn om de lonen net zo te matigen als in de collectieve sector, en 1 procentpunt onder de eerder geraame loonstijging van 2,5 procent per jaar te blijven, dan neemt de werkgelegenheid in de marktsector toe met 30.000 banen in 2007.

In de collectieve sector weten CDA, VVD en D66 6.000 banen te creëren, bovenop de 70.000 voltijdsbanen die door het CPB al waren `voorspeld'. Met name in de zorg (64.000 banen erbij), het onderwijs (19.000 banen) en de politie (10.000 banen) zorgt dat voor extra ruimte. In de sociale zekerheid, bij gemeenten en provincies en elders in het openbaar bestuur daalt het aantal banen juist, in totaal met 18.000 banen.

CDA, VVD en D66 hebben geprobeerd de ombuigingen zo vorm gegeven dat er een structurele verbetering van de economie optreedt. Hoewel dat op een aantal punten wel goed lukt, vallen de resultaten op andere terreinen ronduit tegen. Waar het EMU-saldo bijvoorbeeld na 2007 weer redelijk in balans is en zelfs nog verbetert als gevolg van de genomen maatregelen, blijven de economische groei en de toename van de werkgelegenheid achter bij het scenario zoals het Centraal Planbureau dat berekende voordat het regeerakkoord klaar was.

De verklaring voor deze `tegenvaller' zit hem in de zorg en in het feit dat de huidige coalitie de maatregelen van de vorige coalitie laat meetellen in het regeerakkoord. Die `dubbeltelling' bedraagt 1,6 miljard euro, die door het CPB niet wordt erkend als onderdeel van het pakket aan maatregelen. De in het regeerakkoord opgenomen lastenverlichting van 1,4 miljard euro, zo becijfert het CPB in de doorrekening van het akkoord, moet derhalve eigenlijk als een lastenverzwaring van ruim 3 miljard euro worden ingeboekt.

Deze omslag van een verlichting naar een verzwaring heeft alles te maken met de uit de pan rijzende zorgkosten. Waar het kabinet in spe de pakketverkleining in de zorg vertaalt in een lagere zorgpremie, corrigeert het Planbureau die verkleining met hogere eigen betalingen van verzekerden. Die blijven de zorg immers nodig hebben. Eenzelfde correctie past het CPB toe op de winst die CDA, VVD en D66 inboeken voor het verhogen van het eigen risico en het wijzigen van de Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen. Tezamen verdampt daarmee nog eens 2,6 miljard euro aan lasten. Omdat er per saldo volgens het CPB een lastenverzwaring resteert, drukt het pakket uiteindelijk zwaar op de economie, ook op langere termijn. Immers, minder geld voor de huishoudens betekent minder consumptie, minder productie, minder winst en investeringen, etcetera.

Op korte termijn is het echter vooral een pakket dat pijn doet. Als gevolg van de gigantische bezuiniging neemt de economische groei de komende jaren af van de eerder geraamde 2,25 procent per jaar naar 2,05 procent per jaar. Nagenoeg iedereen gaat er de komende jaren bijvoorbeeld op achteruit, ambtenaren nog het meest, gemiddeld 1 procent per jaar. Uitkeringsgerechtigden kunnen een koopkrachtdaling van 0,75 procent per jaar verwachten tot 2007.

Huishoudens met kinderen gaan er echter op vooruit. Meer nog zelfs dan huishoudens zonder kinderen, omdat onder invloed van het CDA een extra fiscale premie wordt gezet op het hebben van kinderen, in de vorm van een inkomensafhankelijke kinderkorting en een zogenoemde combinatiekorting. Ook het nieuwe zorgstelsel levert een relatief voordeel op voor gezinnen met kinderen: net als in het huidige ziekenfonds gaan particulier verzekerden zonder kinderen via de belastingen meebetalen aan de kinderpremie in het nieuwe stelsel. Die komt namelijk voor rekening van het rijk.

De oplossing voor de economische problemen voor Balkenende-II wordt dus maar ten dele gevonden in de maatregelen die het kabinet neemt. Een echt herstel van de open, op handel gerichte Nederlandse economie kan nu alleen nog worden bespoedigd door het aantrekken van de mondiale economie.