Werkelijkheid die niet bestaat

Jayson Blair is wereldnieuws. Van 1999 tot 2003 heeft hij belangrijke gebeurtenissen verzonnen en daarvan zulke mooie reportages gemaakt dat ze in The New York Times zijn afgedrukt. Natuurlijk wordt dat ontdekt. Vroeg of laat,maar altijd volgt de ontmaskering, en daarna wordt het vaste scenario afgewerkt.

Wie dit leest en nu met zo'n project bezig is: hou er onmiddellijk mee op! De dader wordt aan de algemene, in dit geval zelfs mondiale afkeer der deugdzamen prijsgegeven. Stormen van leedvermaak en meewarigheid razen door de redactielokalen van de concurrentie en de kantoren van de vijanden. Die hebben de dag van hun leven. En geloof maar dat deze krant, met zijn hooghartigheid, zijn allure van onfeilbaarheid wordt gehaat. De Times zelf kroop meer dan een pagina lang door het stof. Ja, wat moet je anders doen? Maar voor het onwelwillend publiek betekent dit nog meer genieten. Tot zover, zeer in het kort, deze sensatie in de wereldpers.

Nader bekeken blijft Blair een eigenaardig geval. Hij heeft nieuws, situaties, ontwikkelingen uit zijn duim gezogen. Bij het schrijven van zijn verslagen heeft hij geplagieerd. Dat zijn twee zeer verschillende dingen. Eerst is hij creatief aan de slag geweest, zoals iedere schrijver van fictie; daarna is hij gaan winkelen om de passende formuleringen voor zijn verzinsels te vinden. Dat lijkt me een innerlijke tegenspraak en een miskenning van eigen oorspronkelijkheid.

Of het kan ook andersom zijn gegaan. Blair las de verslagen van een aantal gebeurtenissen: over de oorzaken, het verloop, de invloed op derden, enzovoorts. Toen heeft hij ze allemaal gedemonteerd. Zo kreeg hij een verzameling onderdelen van gebeurtenissen. Vergelijk het met de inhoud van een Meccanodoos, of Fischer Technik. Uit deze doos heeft hij zijn volstrekt nieuwe gebeurtenis opgebouwd. Ongeveer volgens de formule van de Duitse econoom Joseph Schumpeter: ondernemen is het scheppen van nieuwe combinaties.

In de journalistiek mag dat niet, maar blijkbaar krijg je er wel iets geloofwaardigs mee op papier. En op een andere manier is het ook creatief.Je zou er een prijsvraag van kunnen maken. Neem bijvoorbeeld vijf historische veldslagen, ontbindt die in vijf fasen, maak een andere aannemelijke volgorde, steel naar hartelust uit de ooggetuigeverslagen van tijdgenoten, en je hebt een begin gemaakt met het herschrijven van de wereldgeschiedenis.

Nog zo'n voorbeeld: de Eoanthropus Dawsoni, of Piltdown-mens, in 1911 door Charles Dawson opgegraven bij het plaatsje Piltdown in Sussex. Niet de hele mens maar de schedel. Reconstructie van de rest volgde. Het zou om een van onze primitiefste voormoeders gaan.

Van het begin af werd getwijfeld. Pas in 1954 werd aangetoond dat de vondst bestond uit de schedel van een mens uit het neolithicum en de onderkaak van een vrouwelijke orang-oetan. Gegeven de stand van de wetenschap, heeft het nog vrij lang geduurd voor de vervalsing werd ontdekt. Dat is een compliment voor de overtuigingskracht waarmee de ontdekker zijn vondst heeft gebracht.

De beste manier om de werkelijkheid naar je hand te zetten blijft het zelf schrijven van een roman of een toneelstuk. Je blijft binnen de grenzen van de wet en je kunt er beroemd en rijk mee worden. Maar het tekort blijft dat je de echte werkelijkheid er niet mee overwint.

Rudy Kousbroek had het verleidelijk denkbeeld, een complete beschaving te verzinnen, met godsdienst, tempels, steden, voertuigen, wapens, potten en pannen en de resten daarvan ergens in Afrika te begraven. Dan een archeoloog op het spoor te brengen, en eens te zien wat ervan kwam. Je zou meteen aan de slag willen.

Op zijn manier heeft Jonathan Swift het gedaan door Kapitein Gulliver op reis te laten gaan en die planeet te beschrijven, die na twee en driekwart eeuw ons nog zo bekend voorkomt alsof we vandaag onszelf ontdekken. Lees maar na. Heel Nederland begint de laatste tijd per dag meer op Laputa te lijken. De belangrijkste Laputianen waren de hele dag zo in hun belangrijke werk verdiept, dat ze knechten hadden. Hun enige taak was het, de bazen met een opgeblazen varkensblaas op het hoofd te slaan als het tijd was om een boterhammetje te eten. Maar ik geef toe: we zijn nu wel heel ver van Jayson Blair afgedwaald.

Die jongen is pas 27. Wat hij gedaan heeft is slecht, gewoon oplichterij. Maar oplichterij is endemisch in onze cultuur. Hij heeft het te stom, te naïef aangepakt. Als je het zo bekijkt, moet hij hangen, niet voor de daad zelf, maar voor zijn amateurisme.