Verliefd op de Noordzee

Alles waar veel aan vastzit is een goed onderwerp voor een boek. Zo ook de Noordzee. Er zit veel in, er wonen mensen omheen die om de zoveel tijd het oog op elkaars grondgebied en woning laten vallen en voor de reis derwaarts is de Noordzee drager van je schip, boven een bodem vol schatten. De Noordzee is dus een goed onderwerp voor een boek, getuige Jan Gerritsens De Noordzee. Het is ook een goed boek geworden. Het mag dan geen bevlogen standaardwerk zijn, vol lyriek over kabeljauw en haring, de schoonheid van de kusten (rots, strand, van welke kant je het ook bekijkt), of de wilskracht van de golfslag (speciaal waar Atlantische Oceaan en Noordzee elkaar ontmoeten). Maar er spreekt liefde uit, inspiratie.

De Noordzee is een journalistiek werk, met veel actuele gegevens over zaken als Waddenzeevereniging, windparken, recente scheepsrampen, oliewinning, et cetera. In die zin heeft het veel van een bundeling van eerder verschenen krantenartikelen over deelonderwerpen als genoemde. Als dit zo is: het zijn degelijke artikelen, alleszins waard om te herdrukken. En alles bij elkaar, zeker als het gaat om historische stukken over reddingsboten, beroemde wrakken, de Vikingen, het verwoeste Schotse klooster Lindisfarne, de Tweede Wereldoorlog ter zee, Kanaalzwemmen, walvisvaart of de kwestieuze reputatie van de Duitse zeerover Störtebeker, dan komt er adem in het proza van Jan Gerritsen, oud-redacteur van deze krant. Een ingevoerd auteur, zoveel is zeker. Je ziet het in de bijzinnetjes. Als hij over migranten spreekt die het Noordzeesop kozen voor hun reis naar Amerika, schrijft Gerritsen: `De eerste migranten vertrokken om godsdienstige redenen. ``Zwartekousenkerken'' zoals ze in Nederland zouden worden genoemd (in Noorwegen spreekt men wel van ``mensen die het hoofd laten hangen'') zijn er volop in Noorwegen.' Mooie uitdrukking. Het is duidelijk dat Gerritsen Noorwegen kent, zoals hij alle kusten lijkt te hebben afgereisd voor zijn boek. Dat maakt de journalistiek in De Noordzee doorleefd, je gelooft Gerritsen op zijn woord. Ook als hij schokkende mededelingen doet als: `De hoeveelheid vissen die sterven dankzij koelwaterwinning door zeventien Franse en Britse kerncentrales (die daarom aan de kust werden gesitueerd) komt overeen met de helft van de hoeveelheid die Britse vissers in deze regio vangen.'

Eruditie vertoont Gerritsen ook. Sprekend over het `grootse en vormeloze' Orkneys-eiland Foula citeert hij Tacitus over een tocht van de Romeinse vloot in het jaar 80: `Onze mannen ontwaarden Thule, maar gingen niet verder, de zee was te zwaar en te lui voor de riemen.'

Het mythische als van Thule en andere historische implicaties worden naar mijn smaak wel enigszins overwoekerd door het hier en nu, vaak met cijfers gestaafd. De Noordzee is soms wel erg op het economische gericht, waar ik liever een boek had gezien waarin de geschiedenis van de drukst bevaren zee ter wereld de hoofdrol had gekregen. Maar laten we niet zeuren: dat boek komt nog wel eens, en voorlopig heb ik De Noordzee van Jan Gerritsen met rode oren gelezen.

Jan Gerritsen: De Noordzee. Prometheus/NRC Handelsblad, 279 blz. €25,–